Bij Nevero maken we audiovisuele projecten toegankelijk voor anderstaligen of mensen met een visuele of auditieve beperking.

Het audiobeschrijven van een boekverfilming

In mijn vorige artikel had ik het over de verschillende ‘bazen’ waar je als vertaler rekening mee moet houden (nl. de schrijver van de brontekst en de lezer van de doeltekst). In dit artikel ga ik in op een wel heel bijzondere variant hierop, nl. het audiobeschrijven van een boekverfilming.

Hoewel elke film anders is, is het de bedoeling dat je als audiobeschrijver een blinde of slechtziende kijker dezelfde filmervaring bezorgt als de ziende kijker. Klinkt simpel, maar niets is minder waar. Nog ingewikkelder wordt het wanneer je aan de audiodescriptie van een boekverfilming werkt. In dat geval heb je namelijk niet alleen het verhaal van de regisseur dat je wilt overbrengen op de kijker/luisteraar, maar ook het verhaal van de schrijver van het oorspronkelijke werk. Drie ‘bazen’ dus in plaats van twee.

Bij een boekverfilming geeft een regisseur zijn/haar interpretatie van een boek. Vrijwel altijd verandert de regisseur dingen aan het verhaal: personages vallen weg of worden toegevoegd, verhaallijnen worden uitgebreid of juist ingekort en ga zo maar door. Tot zover hoeft dat geen probleem te zijn voor de audiobeschrijver, want die beschrijft zo objectief mogelijk wat er te zien is in de film.

Affiche Tirza

Affiche van de film Tirza – naar het gelijknamige boek van Arnon Grunberg

Alleen vind ik dat je de schrijver van het boek niet over het hoofd mag zien. Vandaar dat ik, als ik aan een boekverfilming werk, altijd het boek een (paar) keer lees om me onder te dompelen in de stijl van de auteur. Bij Tirza had ik de roman van Arnon Grunberg voortdurend binnen handbereik zodat ik kon controleren of de woorden die spontaan bij mij opkwamen tijdens mijn schrijfwerk ook in het boek voorkwamen. Tot mijn plezier bleek dat vaak zo te zijn. Zo vond ik het jurkje dat Kaisa in de film draagt ‘groezelig’ en dat bleek ook het woord te zijn dat Grunberg had gebruikt om het jurkje te beschrijven.

Maar ook op andere vlakken is het nuttig om het boek bij de hand te hebben als je aan de verfilming van een roman bezig bent. Zo was ik een tijd geleden druk in de weer met een film die zich in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw afspeelt. Uiteraard hielp het boek me om in de juiste, ouderwetse stijl te komen, maar nog belangrijker was dat het boek een schat aan informatie bevatte over hoe alledaagse voorwerpen in die tijd heetten. Het zou immers jammer zijn als in een historische film ineens een woord voorkomt dat helemaal niet in die tijd past. Zo zat er in de film een scène waarin iemand de tijd bijhoudt die nodig is om een bepaalde taak uit te voeren. Tegenwoordig zouden we daar een stopwatch voor gebruiken, maar dat klonk veel te modern in mijn oren. In het boek was er sprake van een horloge, maar dat vond ik dan weer niet precies genoeg. Uiteindelijk is het een chronometer geworden.

gepubliceerd op 16 juli 2015

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *