Bij Nevero maken we audiovisuele projecten toegankelijk voor anderstaligen of mensen met een visuele of auditieve beperking.

De verschillende ‘bazen’ van een vertaler

Toen ik nog studeerde stond ergens in m’n papieren voor het vak Literair Vertalen het volgende citaat van Franz Rosenzweig: “To translate is to serve two masters”. Je kunt het vertalen als: ‘een vertaler dient twee meesters’ of gewoon ‘als vertaler werk je voor twee bazen’.

Wat ermee bedoeld wordt is dat je als vertaler altijd rekening moet houden met de schrijver van de brontekst (de tekst waaruit je vertaalt), maar ook met de lezer van de doeltekst (de tekst waarin je vertaalt). Aan de ene kant moet je zo getrouw mogelijk weergeven wat de schrijver met zijn tekst bedoeld heeft en welk effect hij/zij ermee wilde bereiken, maar aan de andere kant moet je vertaling ook leesbaar blijven voor het doelpubliek. Het kenmerk van een goede vertaling is dat je als lezer niet doorhebt dat het om een vertaling gaat.

Hoewel het citaat van Rosenzweig over traditionele, ‘papieren’ vertalingen gaat, geldt het ook voor audiovisuele vertalingen. Een ondertitel moet ook beknopt weergeven wat er in de oorspronkelijke taal gezegd wordt zoals een Nederlandstalige het zou zeggen. En daarmee worden meteen de twee belangrijkste moeilijkheden van het vertalend ondertitelen aangestipt, namelijk dat het om een beknopte, samengevatte vertaling gaat (er is immers geen plaats en tijd voor een letterlijke vertaling) én dat ondertitels in spreektaal opgesteld moeten zijn (maar tegelijkertijd geen dialect of regionaal taalgebruik mogen bevatten).

Maar ook bij het maken van audiodescripties moet de audiovisueel vertaler voortdurend wikken en wegen: aan de ene kant is het de bedoeling dat je het verhaal van de regisseur weergeeft, maar aan de andere kant hoort een audiodescriptie altijd objectief te blijven. De kijker (of luisteraar) moet zich immers zelf een mening vormen over het programma of evenement, dus het is niet de bedoeling dat de audiobeschrijver te veel dingen uitlegt of aangeeft of iets mooi of lelijk is.

Toen ik laatst voor het eerst sinds lange tijd met de audiobeschrijving van een boekverfilming bezig was, bedacht ik me dat er maar liefst drie ‘masters’ waren waar ik rekening mee moest houden, namelijk de regisseur en de kijker, maar ook de schrijver van het oorspronkelijke werk. Hoe ik dat heb aangepakt, is voor een volgend artikel.

gepubliceerd op 9 juli 2015

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *