Bij Nevero maken we audiovisuele projecten toegankelijk voor anderstaligen of mensen met een visuele of auditieve beperking.

De toegevoegde waarde van ondertitel- en vertaalbureaus

Tijdens Languages & The Media, een tweejaarlijkse conferentie in Berlijn, was er o.a. een leercafé, waar ik het al eerder over gehad heb op mijn blog. De vorige keer vertelde ik hoe de groep waar ik zelf in zat als opdracht had om na te denken over de toegevoegde waarde van ondertitelaars, nu en in de toekomst. Een andere groep moest hetzelfde doen, maar dan voor LSP’s, wat staat voor Language Service Providers, ofwel vertaal- en ondertitelbureaus.

Zelf beschouw ik mezelf voor een deel nog steeds als freelancer (het vertaal- en ondertitelwerk dat ik voor de VRT doe, mag ik bijvoorbeeld uitsluitend als freelancer doen), maar ik kan er niet omheen dat ik de afgelopen negen jaar een behoorlijk bedrijf uit de grond heb gestampt, dat sinds kort bovendien twee vestigingen heeft. Daarmee ben ik in feite dus ook een LSP.

Hoewel LSP’s vaak een slechte naam hebben (ze worden ook wel smalend ‘doorgeefluiken’ of ‘brievenbusbureaus’ genoemd), bieden veel bureaus heel wat toegevoegde waarde voor de vertalers en ondertitelaars die voor hen werken. Vorige week heb ik mijn jaarlijkse gastcollege gegeven aan de laatstejaarsstudenten Vertaalkunde aan de Universiteit Antwerpen en daar heb ik dit duidelijk gemaakt aan de hand van een paar voorbeelden.

Foto: ouderwetse Amerikaanse brievenbus met nummer 12

Een foto van een ouderwetse Amerikaanse brievenbus met nummer 12

Het meest tot de verbeelding sprekende voorbeeld was een discussie met een klant over technische kwesties na levering van een ondertitelbestand. Lang verhaal kort: deze klant heeft, zoals veel klanten, een ‘vast’ bestandsformaat waarvan ik weet dat dat op zijn montageapparatuur het beste werkt. Alleen, dit ene project werd door een andere monteur gedaan die nog niet echt thuis was in de software. Gevolg: hij kon mijn bestand niet gebruiken. Althans, hij kreeg een foutmelding toen hij het probeerde te openen.

Uiteraard kun je dan als ondertitelaar zeggen: “Sorry, ik maak alleen de ondertitels en ik lever ze altijd zo, dus los het zelf maar op.” Maar echt commercieel is dat niet en de vraag is maar of een klant wil betalen voor ondertitels die hij niet kan gebruiken, ongeacht of dat nu jouw schuld is of niet. Ik liet de studenten de hele online discussie nalezen, inclusief alle technische specificaties, foutmeldingen, al dan niet nuttige tips en oplossingen van een forum, enz. Al toen de eerste technische termen voorbijkwamen, raakten sommige studenten de draad kwijt. Dat gaf ook niet, ik wilde ze vooral laten zien hoe ik meedacht met de klant en hoe we uiteindelijk een oplossing vonden. Moraal van het verhaal: je werk stopt echt niet altijd na de levering van het bestand en klanten verwachten dat ze ook bij je terechtkunnen als er een probleem is. Niet direct iets wat je als beginneling zomaar tot een goed einde kunt brengen…

Over beginnelingen gesproken: de afgelopen jaren heb ik verschillende pas afgestudeerde vertalers/ondertitelaars/audiobeschrijvers onder mijn vleugels genomen en allemaal zijn ze erg blij met de extra begeleiding en feedback die ze van mij krijgen. Daardoor worden ze niet alleen beter in het werk dat ze voor mij doen (waar ik zelf natuurlijk ook voordeel bij heb), maar na een aantal jaar zijn het stuk voor stuk geweldige collega’s naar wie ik graag klanten doorverwijs als ik zelf geen tijd heb. Op die manier heeft een van mijn medewerkers deze week nog een klus gedaan bij de Europese Commissie in Brussel.

En tot slot iets wat zeker voor beginnelingen erg belangrijk is: als je voor een serieus bureau werkt, dan kun je er in elk geval op rekenen dat je binnen een redelijke termijn betaald wordt voor je werk, zelfs als dat bureau zelf nog niet betaald is. Want hoe onverstandig ik het ook vind van sommige vertalers dat ze ondanks alle alarmsignalen toch met een brievenbusbureau in zee gaan, het blijft schrijnend om te lezen hoe lang ze soms op hun geld moeten wachten.

gepubliceerd op 5 december 2016