Bij Nevero maken we audiovisuele projecten toegankelijk voor anderstaligen of mensen met een visuele of auditieve beperking.

Vertaling

Artikel in Meta over audiodescriptie en audio-ondertiteling

Het juninummer van 2012 van het internationale vertaaltijdschrift Meta had als thema ‘La manipulation de la traduction audiovisuelle / The Manipulation of Audiovisual Translation’. Een van de artikelen gaat over ons onderzoek naar audiodescriptie in combinatie met audio-ondertiteling.

Audiodescriptie of AD is een techniek om audiovisuele informatie (bijvoorbeeld een speelfilm) toegankelijk te maken voor blinden en slechtzienden. Maar wat als er in een film ondertiteling gebruikt wordt om dialogen in vreemde talen te vertalen? Wie niet (goed) ziet, kan immers ook geen ondertitels lezen…

Samen met Aline Remael van de Universiteit Antwerpen en het Nederlandse bedrijf Soundfocus onderzoeken wij de verschillende manieren om zulke ondertitels toegankelijk te maken voor de doelgroep. Ons onderzoek is in 2012 op verschillende congressen aan bod gekomen, en er is dus ook een artikel over verschenen in Meta.

Een beknopte samenvatting (in het Engels en het Frans) is te lezen op www.erudit.org. Het artikel zelf is alleen toegankelijk voor abonnees en is in het Engels opgesteld.

oorspronkelijk gepubliceerd in maart 2013 op kmonet.be

Vertalende ondertiteling in combinatie met audiodescriptie

In november 2012 vond in Berlijn het negende Languages & The Media-congres plaats. Dit keer stond er erg veel audiodescriptie op het programma en een van de presentaties ging over een onderzoek waar Nevero aan meewerkt en waarin het vertalen van ondertitels in audiodescriptie centraal staat.

Audiodescriptie bestaat er nl. in dat, tussen de dialogen en belangrijke achtergrondgeluiden van een film of tv-programma, extra informatie wordt toegevoegd zodat mensen met een visuele beperking het programma makkelijker kunnen volgen. Maar wat als er een vreemde taal wordt gesproken in het programma?

Blinden en slechtzienden kunnen uiteraard geen ondertitels lezen, dus hoe maak je die informatie toegankelijk voor hen? Sinds we zo’n drie jaar geleden voor het eerst met deze vraag geconfronteerd werden, hebben we verschillende manieren ontwikkeld om ondertitels ‘hoorbaar’ te maken. De meest eenvoudige methode bestaat uit een voice-over waarbij één of twee stemmen alle dialogen voor hun rekening nemen en een beknopte samenvatting geven van wat er gezegd wordt, ongeveer zoals dat op de Franse televisie gebeurt bij interviews en reality-tv. Maar er zijn ook andere mogelijkheden en de meest uitvoerige die we tot nu toe hebben toegepast, hield in dat alle dialogen in een film in het Nederlands nagesynchroniseerd of gedubd werden, indien mogelijk zelfs door de oorspronkelijke auteurs.

Voor de volgende stap van het onderzoek gaan we de verschillende methodes op een aantal fragmenten toepassen en die fragmenten testen we vervolgens uit op een publiek.

Maar eerst is het onderzoek begin december 2012 gepresenteerd op een congres in Australië én kregen we de vraag van een Australische tv-zender om de presentatie uit Berlijn nog eens over te doen. Al bij al is de buitenlandse interesse dus groot, zeker aangezien het onderzoek dit voorjaar al eens gepresenteerd is op een congres in Canada. Wordt vervolgd dus…

oorspronkelijk gepubliceerd in december 2012 op kmonet.be

Gezocht: ‘stukjesstage’

Onlangs kreeg ik een mailtje van een studente die graag 150 uur stage wilde lopen bij Nevero. Alleen bleek algauw dat ze die stage in stukjes van hier en daar een dag en vooral veel halve dagen zou moeten doen. Een ‘stukjesstage’, dus.

Eerder dit jaar heb ik nog een stagiair in huis gehad en ik vind het heerlijk om toekomstige vertalers te begeleiden. Alleen moet het wel doenbaar blijven. Studenten werken trager dan ervaren vertalers (wat ook normaal is, aangezien ze het vak nog moeten leren), maar een stagiair die af en toe eens een dag of een halve dag komt, kan eigenlijk geen ‘echte’ opdrachten doen. En dat is een probleem, zeker in een sector waar veel werk dringend is.

Ik ben een groot voorstander van stages en 150 uur is wat mij betreft ook het minimum om een goede stage te kunnen organiseren. Tijdens zo’n stage moet de student immers kennismaken met de verschillende aspecten die bij het werken in de praktijk komen kijken. Een stagiair moet dus niet alleen een bepaald aantal teksten vertalen / schrijven of video’s ondertitelen (dat komt in de opleiding ook aan bod), maar vooral leren hoe je omgaat met klanten en hun verwachtingen, wat de verschillende stappen in het vertaalproces zijn en welke andere taken er in een vertaalbedrijf uitgevoerd worden (projectmanagement, revisie en kwaliteitscontrole, enz.) en, heel belangrijk, hoe het is om te werken als je een ‘echte’ deadline moet halen.

Waarom universiteiten aan de ene kant verwachten dat studenten 150 uur stage lopen en aan de andere kant denken dat die 150 uur haalbaar zijn in stukjes van hier en daar een dag of een halve dag, is mij eerlijk gezegd een raadsel. Stel dat een student de helft van de stage kan doen in losse dagen en de andere helft in halve dagen, dan heb je het algauw over dertig verplaatsingen. En Maasmechelen ligt nu niet bepaald bij de deur, dus tel daar ook nog de nodige reistijd bij… Veel logischer zou zijn om een aantal weken geen lessen te geven, zodat studenten ten minste de kans krijgen om in alle rust stage te lopen. Overigens, minstens één vertaalopleiding past dit systeem al toe en zorgt voor lesvrije weken.

En om af te sluiten: dit academiejaar (2015 – 2016) bied ik zelf geen stage aan, maar mijn collega Pascal Govaert van PGVR (met wie ik een kantoor deel) wel. Zit je dus in het laatste jaar van een masteropleiding waarin talen centraal staan (bij voorkeur de master Vertalen) en zoek je nog een stageplek, neem dan zeker een kijkje op www.pgvr.be.

gepubliceerd op 15 oktober 2015

De vertaling en ondertiteling van Les Géants

Op zaterdag 26 september zendt Canvas de Belgische film Les Géants uit. De vertaling en ondertiteling van deze film zijn van mijn hand. In dit blogartikel leg ik uit hoe die ondertitels tot stand zijn gekomen.

Een tijdje geleden schreef ik een algemeen artikel over hoe vertalend ondertitelen in z’n werk gaat (zie www.nevero.be/hoe-werkt-vertalend-ondertitelen). Les Géants was een speciaal geval omdat ik niet alleen het videomateriaal en het Franse script had gekregen als basismateriaal, maar ook een bestaand Nederlands ondertitelbestand.

Nu zou je je af kunnen vragen waarom de VRT een nieuwe ondertiteling laat maken als er al ondertitels bestaan, maar algauw bleek dat de bestaande ondertitels niet echt bruikbaar waren. Los van verschillende technische aspecten bleek nl. dat de vertaling ook qua vorm en inhoud te wensen overliet.
Zo was de indeling vaak niet logisch. Als je bijvoorbeeld twee sprekers combineert in een ondertitel, dan is het niet handig als in de tweede regel van die ondertitel een vraag wordt gesteld die wordt beantwoord in de eerste regel van de volgende ondertitel, waarop dan weer een nieuwe vraag volgt die in de volgende ondertitel pas beantwoord wordt, enz. Bovendien bleek de vertaler het moeilijk te vinden om het Franse geratel beknopt te vertalen waardoor sommige ondertitels in een moordtempo voorbij geracet kwamen.

En zo komt het dat ik de vraag kreeg om de film opnieuw te vertalen. Maar geen nood, het script zou een grote hulp zijn, toch? Toegegeven, het script was zeker niet slecht. Alleen… net de stukken waar de personages moeilijk te verstaan waren, ontbraken vaak en wat er stond kwam niet altijd overeen met wat er gezegd werd. Zelf goed luisteren was dus de boodschap. Op zich geen probleem, alleen werd er veel jongerentaal gesproken in de film en dan in het bijzonder ‘verlan’, het verschijnsel waarbij lettergrepen als het ware ‘omgedraaid’ worden. Het woord verlan op zich is hier al een goed voorbeeld van, want het is l’envers (het omgekeerde) waarbij de lettergrepen omgekeerd worden uitgesproken (zie ook https://nl.wikipedia.org/wiki/Verlan). Gelukkig heb ik een Franstalige collega bij wie ik voor dat soort gevallen terechtkan.

Verschillende sequoia's reiken naar de hemel

Foto van sequoia’s, reuzen van het woud – afbeelding van Ernest Shahbazian via Pixabay

Een andere uitdaging was het bijzonder grove taalgebruik van de drie hoofdpersonages. De algemene regel is dat scheldwoorden worden afgezwakt in ondertiteling. In geschreven vorm komt schelden ‘harder’ over dan in gesproken vorm en veel mensen verstaan voldoende Frans om te begrijpen waar het over gaat. Dat is ook de reden dat je vrijwel nooit uitroeptekens ziet in vertalende ondertiteling: de kijker hoort dat er geroepen wordt, dus is het niet nodig om dat nog eens extra te benadrukken. Alleen zit er in deze film een scène waarin de hoofdpersonages tegen elkaar op beginnen te bieden met scheldwoorden… Als je het dan op ‘jeetje’ en ‘potverdorie’ houdt, doe je afbreuk aan het verhaal en kan het zelfs onbedoeld komisch overkomen. Vandaar dat vanaf dat punt wat sterker vertaald werd dan gebruikelijk.

Al bij al was het dus een behoorlijk uitdagend vertaalproject. Het resultaat is zaterdag om 22.10 uur te zien op Canvas.

gepubliceerd op 24 september 2015

De zin en onzin van transcripties

In mijn vorige artikel legde ik uit dat het niet veel zin heeft om een transcriptie te laten maken van een video en die vervolgens te laten vertalen om zo ‘ondertitels’ te maken. Professionele ondertitelaars zijn immers getraind om op gehoor te vertalen.

Toch kan het zeker nuttig zijn om een transcriptie te (laten) maken, bijvoorbeeld om als tekstalternatief aan te bieden bij een webvideo.

Zo’n tekstalternatief is een schriftelijke weergave van alle informatie uit een video. Een goed transcript bevat dus niet alleen alle dialogen, maar vermeldt ook wie wat precies zegt, welke muziek en achtergrondgeluiden er te horen zijn en in sommige gevallen zelfs wat er in een video te zien is. Op die manier is een transcript dus een volwaardig alternatief voor iemand die de video niet kan beluisteren/bekijken.

Dat wil niet zeggen dat een transcriptie alleen zinvol is voor mensen die niet goed horen of die niet goed zien. Google kan bijvoorbeeld ook niet horen wat er in een video gezegd wordt en ook de beelden zijn niet toegankelijk voor Google. Pas als er een tekstalternatief wordt toegevoegd, weet Google waar de video over gaat. Ondertitels helpen daar trouwens ook bij, op voorwaarde dat ze als een los bestandje bij de video worden aangeboden en niet in het beeld worden gebrand.

Aangezien dit soort transcripties veel voordelen biedt, zou je denken dat vrijwel elke webvideo van een tekstalternatief of ondertiteling is voorzien, maar niets is minder waar. Volgens een recent onderzoek van Anysurfer heeft 56% van de webvideo’s geen ondertiteling of tekstversie.

Wil je weten hoe zo’n tekstalternatief eruitziet? Kijk dan eens op earcatch.nl. In de video op deze pagina wordt uitgelegd hoe de Watson-app werkt. De video is voorzien van audiodescriptie voor blinden en slechtzienden en ondertiteling voor doven en slechthorenden en onder aan de video kun je op ‘tekstalternatief’ klikken. Dan krijg je een beschrijving van alle visuele elementen uit de video, aangevuld met de gesproken teksten én een identificatie van wie wat zegt.

Overigens, zowel de ondertitels als de tekst van de audiodescriptie en natuurlijk het tekstalternatief in dit voorbeeld zijn van onze hand.

gepubliceerd op 27 augustus 2015

Hoe werkt vertalend ondertitelen?

Ik merk vaak dat mensen niet echt weten hoe vertalend ondertitelen in z’n werk gaat. Zo denken ze soms dat ik scripts vertaal die op de een of andere manier in witte letters op tv verschijnen en ik heb ook al de vraag gehad hoeveel films ik eigenlijk vertaal per dag/week. Het antwoord op die laatste vraag stelt veel would-be-ondertitelaars teleur: één film is algauw een paar dagen tot een week werk en bovendien zijn er weinig ondertitelaars die met alleen films vertalen hun boterham verdienen, laat staan met de allernieuwste bioscoopfilms…

Hoe werkt het dan wel? Om te beginnen werken ondertitelaars met gespecialiseerde apparatuur. Er komt dus veel meer bij kijken dan bij het vertalen van een Word-bestand. Hoewel ik soms een script of uitgeschreven dialooglijst bij een programma krijg, vertaal ik het grootste deel van de tijd puur op gehoor, ook al omdat er in scripts vaak fouten staan.

Bovendien zorg ik ervoor dat de vertaling vanaf het begin wordt ingedeeld in ondertitels (d.w.z. één of hooguit twee korte regels per tekstblokje). Hierbij let ik erop dat de vertaling precies past bij de beelden en het ritme van de gesproken tekst.

Daarnaast verzorg ik ook de timing of spotting van de ondertitels, waarbij ik bepaal wanneer elke ondertitel precies in beeld komt en wanneer de ondertitel weer verdwijnt. Hierbij wordt ook rekening gehouden met de beschikbare tijd: hoe korter een blokje in beeld blijft, hoe minder tekst erin past.

De laatste tijd merk ik dat steeds meer ‘grotere’ vertaalbureaus ondertiteling beginnen aan te bieden. Met een aantal van die bureaus heb ik zelf samengewerkt, maar dat bleek lang niet altijd vanzelfsprekend te zijn…

Maar wat mij vooral opvalt: de meeste van die bureaus schrijven in hun ondertitelwerkwijze dat ze eerst een transcriptie laten maken van een video en die vervolgens laten vertalen. Zoals ik hierboven al aangaf, is dat nergens voor nodig, want een professionele ondertitelaar is erop getraind om op gehoor te werken. Daarnaast loop je op die manier het risico dat foutjes in de transcriptie ook de vertaling binnensluipen én dat de uiteindelijke ondertiteling onvoldoende samengevat is en dus veel te snel voorbij geflitst komt op het scherm. En tot slot: eigenlijk betaalt de klant dan voor een transcriptie die hij of zij in de meeste gevallen helemaal niet nodig heeft. Toch kan een transcriptie of uitgeschreven tekst bij een video zeker nuttig zijn, maar dat is stof voor een volgend artikel.

gepubliceerd op 20 augustus 2015

Talen studeren, een goede keuze of niet?

Regelmatig publiceert Jobat lijsten met studierichtingen waarmee je weinig kans zou maken om later werk te vinden. En guess what? Opleidingen waarin talen centraal staan scoren jaar na jaar erg slecht.

Betekent dit dan dat een talenstudie zonde van je tijd is? Helemaal niet als je het mij vraagt. Immers, er is nog steeds een grote vraag naar vertalers. Zo stond ‘vertaler’ vorige maand nog in de ‘Nederlandstalige lijst van studies die voorbereiden op een beroep waarvoor een significant tekort aan arbeidskrachten bestaat’ van de RVA.

Ook collega-vertaler Els Pelemans deed laatst op haar blog een oproep aan afgestudeerde vertalers om freelancer te worden aangezien ze dringend op zoek is naar nieuwe collega’s. Een andere collega vertelde me dat, toen hij laatst twee weken vakantie nam, zijn grootste klant hem vroeg of hij echt niemand kende die zijn vertaalwerk kon overnemen als hij weg was.

Er blijkt dus een verschil te zijn tussen de kans dat een gemiddelde afgestudeerde vertaler werk vindt en de vraag naar vertalers op de arbeidsmarkt. Dat verschil zit hem in de talencombinaties.

Hier in België zijn Frans en Nederlands ontzettend belangrijk. Je zou dus denken dat er vertalers genoeg zijn voor die twee talen, maar niets is minder waar. Zeker voor vertaal- en ondertitelwerk uit het Nederlands in het Frans is het soms lastig om een oplossing te vinden. Overigens: in de lijst van de RVA gaat het ook specifiek over vertalers met deze talencombinatie (Frans > Nederlands en Nederlands > Frans).

Daarnaast is Engels een grote bron- en doeltaal en ook daar is het niet altijd makkelijk om de juiste vertalers te vinden. Veel mensen dénken dat hun Engels goed is, maar om correct uit die taal te kunnen vertalen is meer nodig dan de kennis die je opdoet door veel tv te kijken.

En tot slot is Duits een taal die veel deuren opent. Een aantal jaar geleden was Duits zelfs nog mijn grootste brontaal voor ondertitelwerk.

Jammer genoeg studeren niet zo veel jongeren uitgerekend die drie talen, en zo blijft het tekort aan vertalers bestaan. Dus: als je overweegt om een talenopleiding te gaan doen, laat je dan zeker niet ontmoedigen door lijstjes waarin staat dat je geen werk zou vinden later. Maar denk wel eens goed na over welke talen je precies wilt gaan studeren.

gepubliceerd op 23 juli 2015

De verschillende ‘bazen’ van een vertaler

Toen ik nog studeerde stond ergens in m’n papieren voor het vak Literair Vertalen het volgende citaat van Franz Rosenzweig: “To translate is to serve two masters”. Je kunt het vertalen als: ‘een vertaler dient twee meesters’ of gewoon ‘als vertaler werk je voor twee bazen’.

Wat ermee bedoeld wordt is dat je als vertaler altijd rekening moet houden met de schrijver van de brontekst (de tekst waaruit je vertaalt), maar ook met de lezer van de doeltekst (de tekst waarin je vertaalt). Aan de ene kant moet je zo getrouw mogelijk weergeven wat de schrijver met zijn tekst bedoeld heeft en welk effect hij/zij ermee wilde bereiken, maar aan de andere kant moet je vertaling ook leesbaar blijven voor het doelpubliek. Het kenmerk van een goede vertaling is dat je als lezer niet doorhebt dat het om een vertaling gaat.

Hoewel het citaat van Rosenzweig over traditionele, ‘papieren’ vertalingen gaat, geldt het ook voor audiovisuele vertalingen. Een ondertitel moet ook beknopt weergeven wat er in de oorspronkelijke taal gezegd wordt zoals een Nederlandstalige het zou zeggen. En daarmee worden meteen de twee belangrijkste moeilijkheden van het vertalend ondertitelen aangestipt, namelijk dat het om een beknopte, samengevatte vertaling gaat (er is immers geen plaats en tijd voor een letterlijke vertaling) én dat ondertitels in spreektaal opgesteld moeten zijn (maar tegelijkertijd geen dialect of regionaal taalgebruik mogen bevatten).

Maar ook bij het maken van audiodescripties moet de audiovisueel vertaler voortdurend wikken en wegen: aan de ene kant is het de bedoeling dat je het verhaal van de regisseur weergeeft, maar aan de andere kant hoort een audiodescriptie altijd objectief te blijven. De kijker (of luisteraar) moet zich immers zelf een mening vormen over het programma of evenement, dus het is niet de bedoeling dat de audiobeschrijver te veel dingen uitlegt of aangeeft of iets mooi of lelijk is.

Toen ik laatst voor het eerst sinds lange tijd met de audiobeschrijving van een boekverfilming bezig was, bedacht ik me dat er maar liefst drie ‘masters’ waren waar ik rekening mee moest houden, namelijk de regisseur en de kijker, maar ook de schrijver van het oorspronkelijke werk. Hoe ik dat heb aangepakt, is voor een volgend artikel.

gepubliceerd op 9 juli 2015

Werken met voorlopig materiaal

Vraag tien vertalers wat hun grootste ergernis is en je krijgt gegarandeerd een paar keer ‘werken met voorlopig materiaal’ te horen.

Dat hoeft ook niet te verbazen: vertalen is erg arbeidsintensief, dus als je halverwege een tekst een nieuwe versie aangeleverd krijgt, betekent dat soms dat je opnieuw kunt beginnen. Maar gelukkig is er zoiets als de functie Wijzigingen bijhouden (Track Changes) waarmee de klant kan aangeven wat hij of zij allemaal veranderd heeft in de tekst. En anders kun je nog altijd twee documenten automatisch met elkaar vergelijken in Word (Compare and Merge Documents) zodat je op die manier een beeld krijgt van de veranderingen die zijn aangebracht.

Printscreen van een Word-document met aanpassingen van verschillende auteurs

Screenshot van een Word-document met aanpassingen van verschillende auteurs

Lastiger wordt het als het basismateriaal een video is. Soms gebeurt het dat wij al volop aan het vertalen en ondertitelen zijn als de klant beslist om toch nog iets aan de montage van een programma te veranderen. Vaak gaat het om kleine aanpassingen: een interview dat iets korter gemaakt wordt of een tussentekstje dat anders geformuleerd wordt. Maar die kleine aanpassingen kunnen grote gevolgen hebben voor de ondertiteling: als er stukjes programma worden geschrapt of toegevoegd, moeten we alle volgende ondertitels opnieuw gelijkleggen met het beeld, want anders is de ondertiteling niet meer synchroon met wat er gezegd wordt.

Afgelopen week maakte ik iets vergelijkbaars mee toen ik bezig was aan de audiodescriptie van een nieuwe bioscoopfilm die binnenkort uitkomt. De montage van het beeld en geluid waren al helemaal definitief, alleen de kleurcorrectie moest nog gebeuren. Ik had zelf al gemerkt dat sommige shots ‘warmer’ gekleurd waren dan andere, maar verder maakte ik me niet al te veel zorgen. Toch wilde ik de laatste, definitieve versie van de film krijgen voor de laatste check van het script. Dat was maar goed ook, want na de kleurcorrectie waren enkele cruciale scènes van de film helemaal anders: beelden die met een bewakingscamera waren gefilmd waren in de eerste versie van de film zwart-wit en nu waren ze toch iets gekleurd, waardoor ze belangrijke informatie gaven over de clou van het verhaal.

Kortom: ook als audiovisueel vertaler krijg je te maken met voorlopig materiaal. Het voordeel is dat je daardoor iets meer tijd krijgt voor je werk, het nadeel is dat je goed moet opletten of er echt niks veranderd is, want kleine aanpassingen kunnen soms grote gevolgen hebben.

gepubliceerd op 2 juli 2015

Opleidingen tot audiobeschrijver (1)

Ik krijg vaak de vraag welke opleiding je moet volgen om audiobeschrijver te worden.

Zelf heb ik een universitaire vertaalopleiding gevolgd. Hoewel het zeker niet de enige manier is om als audiobeschrijver te beginnen, is een opleiding tot vertaler en/of tolk wel een goede voorbereiding op het audiobeschrijven.

Om te beginnen is audiobeschrijving of audiodescriptie een vorm van audiovisuele vertaling. Vertalen is immers meer dan het omzetten van woorden uit de ene taal in de andere. Ook het omzetten van een tekst van de ene vorm in de andere is ‘vertalen’. Bij audiodescriptie worden beelden omgezet in woorden, en in die zin is het een vertaalvorm. Verschillende vertaalopleidingen hebben dat goed begrepen en bieden audiodescriptie als (keuze)vak in hun opleiding aan.

Maar op zichzelf vormt een vertaalopleiding ook een goede voorbereiding op het werk dat een audiobeschrijver doet. Zo leer je tijdens die studie om teksten kritisch te analyseren en om grote hoeveelheden informatie te verwerken en samen te vatten. Daarnaast wordt er veel aandacht besteed aan het zelf schrijven van uiteenlopende teksten, niet alleen in de vreemde talen die je studeert, maar ook in het Nederlands. Dat zijn allemaal vaardigheden die een audiobeschrijver ook nodig heeft.

Zelf heb ik mijn vertaalstudie aangevuld met een aantal tolkvakken, meer specifiek met simultaan vertalen, ook wel conferentietolken genoemd. Daardoor heb ik onder andere geleerd om me op twee heel verschillende dingen tegelijk te concentreren (nl. luisteren naar een spreker en op hetzelfde moment live vertalen wat die spreker zegt). Ook leer je als conferentietolk het een en ander over stemtraining en uitspraak. Uiteraard zijn dit vaardigheden die eerder van pas komen bij live-audiodescripties dan bij het maken van filmbeschrijvingen.

Tot zover iets over mijn eigen vooropleiding. In een volgend artikel ga ik dieper in op mogelijke vervolgopleidingen en cursussen die interessant kunnen zijn voor (beginnende) audiobeschrijvers.

gepubliceerd op 18 juni 2015