Bij Nevero maken we audiovisuele projecten toegankelijk voor anderstaligen of mensen met een visuele of auditieve beperking.

Vertaling

Talen studeren, een goede keuze of niet?

Regelmatig publiceert Jobat lijsten met studierichtingen waarmee je weinig kans zou maken om later werk te vinden. En guess what? Opleidingen waarin talen centraal staan scoren jaar na jaar erg slecht.

Betekent dit dan dat een talenstudie zonde van je tijd is? Helemaal niet als je het mij vraagt. Immers, er is nog steeds een grote vraag naar vertalers. Zo stond ‘vertaler’ vorige maand nog in de ‘Nederlandstalige lijst van studies die voorbereiden op een beroep waarvoor een significant tekort aan arbeidskrachten bestaat’ van de RVA.

Ook collega-vertaler Els Pelemans deed laatst op haar blog een oproep aan afgestudeerde vertalers om freelancer te worden aangezien ze dringend op zoek is naar nieuwe collega’s. Een andere collega vertelde me dat, toen hij laatst twee weken vakantie nam, zijn grootste klant hem vroeg of hij echt niemand kende die zijn vertaalwerk kon overnemen als hij weg was.

Er blijkt dus een verschil te zijn tussen de kans dat een gemiddelde afgestudeerde vertaler werk vindt en de vraag naar vertalers op de arbeidsmarkt. Dat verschil zit hem in de talencombinaties.

Hier in België zijn Frans en Nederlands ontzettend belangrijk. Je zou dus denken dat er vertalers genoeg zijn voor die twee talen, maar niets is minder waar. Zeker voor vertaal- en ondertitelwerk uit het Nederlands in het Frans is het soms lastig om een oplossing te vinden. Overigens: in de lijst van de RVA gaat het ook specifiek over vertalers met deze talencombinatie (Frans > Nederlands en Nederlands > Frans).

Daarnaast is Engels een grote bron- en doeltaal en ook daar is het niet altijd makkelijk om de juiste vertalers te vinden. Veel mensen dénken dat hun Engels goed is, maar om correct uit die taal te kunnen vertalen is meer nodig dan de kennis die je opdoet door veel tv te kijken.

En tot slot is Duits een taal die veel deuren opent. Een aantal jaar geleden was Duits zelfs nog mijn grootste brontaal voor ondertitelwerk.

Jammer genoeg studeren niet zo veel jongeren uitgerekend die drie talen, en zo blijft het tekort aan vertalers bestaan. Dus: als je overweegt om een talenopleiding te gaan doen, laat je dan zeker niet ontmoedigen door lijstjes waarin staat dat je geen werk zou vinden later. Maar denk wel eens goed na over welke talen je precies wilt gaan studeren.

 

gepubliceerd op 23 juli 2015

De verschillende ‘bazen’ van een vertaler

Toen ik nog studeerde stond ergens in m’n papieren voor het vak Literair Vertalen het volgende citaat van Franz Rosenzweig: “To translate is to serve two masters”. Je kunt het vertalen als: ‘een vertaler dient twee meesters’ of gewoon ‘als vertaler werk je voor twee bazen’.

Wat ermee bedoeld wordt is dat je als vertaler altijd rekening moet houden met de schrijver van de brontekst (de tekst waaruit je vertaalt), maar ook met de lezer van de doeltekst (de tekst waarin je vertaalt). Aan de ene kant moet je zo getrouw mogelijk weergeven wat de schrijver met zijn tekst bedoeld heeft en welk effect hij/zij ermee wilde bereiken, maar aan de andere kant moet je vertaling ook leesbaar blijven voor het doelpubliek. Het kenmerk van een goede vertaling is dat je als lezer niet doorhebt dat het om een vertaling gaat.

Hoewel het citaat van Rosenzweig over traditionele, ‘papieren’ vertalingen gaat, geldt het ook voor audiovisuele vertalingen. Een ondertitel moet ook beknopt weergeven wat er in de oorspronkelijke taal gezegd wordt zoals een Nederlandstalige het zou zeggen. En daarmee worden meteen de twee belangrijkste moeilijkheden van het vertalend ondertitelen aangestipt, namelijk dat het om een beknopte, samengevatte vertaling gaat (er is immers geen plaats en tijd voor een letterlijke vertaling) én dat ondertitels in spreektaal opgesteld moeten zijn (maar tegelijkertijd geen dialect of regionaal taalgebruik mogen bevatten).

Maar ook bij het maken van audiodescripties moet de audiovisueel vertaler voortdurend wikken en wegen: aan de ene kant is het de bedoeling dat je het verhaal van de regisseur weergeeft, maar aan de andere kant hoort een audiodescriptie altijd objectief te blijven. De kijker (of luisteraar) moet zich immers zelf een mening vormen over het programma of evenement, dus het is niet de bedoeling dat de audiobeschrijver te veel dingen uitlegt of aangeeft of iets mooi of lelijk is.

Toen ik laatst voor het eerst sinds lange tijd met de audiobeschrijving van een boekverfilming bezig was, bedacht ik me dat er maar liefst drie ‘masters’ waren waar ik rekening mee moest houden, namelijk de regisseur en de kijker, maar ook de schrijver van het oorspronkelijke werk. Hoe ik dat heb aangepakt, is voor een volgend artikel.

gepubliceerd op 9 juli 2015

Werken met voorlopig materiaal

Vraag tien vertalers wat hun grootste ergernis is en je krijgt gegarandeerd een paar keer ‘werken met voorlopig materiaal’ te horen.

Dat hoeft ook niet te verbazen: vertalen is erg arbeidsintensief, dus als je halverwege een tekst een nieuwe versie aangeleverd krijgt, betekent dat soms dat je opnieuw kunt beginnen. Maar gelukkig is er zoiets als de functie Wijzigingen bijhouden (Track Changes) waarmee de klant kan aangeven wat hij of zij allemaal veranderd heeft in de tekst. En anders kun je nog altijd twee documenten automatisch met elkaar vergelijken in Word (Compare and Merge Documents) zodat je op die manier een beeld krijgt van de veranderingen die zijn aangebracht.

Printscreen van een Word-document met aanpassingen van verschillende auteurs

Screenshot van een Word-document met aanpassingen van verschillende auteurs

Lastiger wordt het als het basismateriaal een video is. Soms gebeurt het dat wij al volop aan het vertalen en ondertitelen zijn als de klant beslist om toch nog iets aan de montage van een programma te veranderen. Vaak gaat het om kleine aanpassingen: een interview dat iets korter gemaakt wordt of een tussentekstje dat anders geformuleerd wordt. Maar die kleine aanpassingen kunnen grote gevolgen hebben voor de ondertiteling: als er stukjes programma worden geschrapt of toegevoegd, moeten we alle volgende ondertitels opnieuw gelijkleggen met het beeld, want anders is de ondertiteling niet meer synchroon met wat er gezegd wordt.

Afgelopen week maakte ik iets vergelijkbaars mee toen ik bezig was aan de audiodescriptie van een nieuwe bioscoopfilm die binnenkort uitkomt. De montage van het beeld en geluid waren al helemaal definitief, alleen de kleurcorrectie moest nog gebeuren. Ik had zelf al gemerkt dat sommige shots ‘warmer’ gekleurd waren dan andere, maar verder maakte ik me niet al te veel zorgen. Toch wilde ik de laatste, definitieve versie van de film krijgen voor de laatste check van het script. Dat was maar goed ook, want na de kleurcorrectie waren enkele cruciale scènes van de film helemaal anders: beelden die met een bewakingscamera waren gefilmd waren in de eerste versie van de film zwart-wit en nu waren ze toch iets gekleurd, waardoor ze belangrijke informatie gaven over de clou van het verhaal.

Kortom: ook als audiovisueel vertaler krijg je te maken met voorlopig materiaal. Het voordeel is dat je daardoor iets meer tijd krijgt voor je werk, het nadeel is dat je goed moet opletten of er echt niks veranderd is, want kleine aanpassingen kunnen soms grote gevolgen hebben.

gepubliceerd op 2 juli 2015

Opleidingen tot audiobeschrijver (1)

 

Ik krijg vaak de vraag welke opleiding je moet volgen om audiobeschrijver te worden.

Zelf heb ik een universitaire vertaalopleiding gevolgd. Hoewel het zeker niet de enige manier is om als audiobeschrijver te beginnen, is een opleiding tot vertaler en/of tolk wel een goede voorbereiding op het audiobeschrijven.

Om te beginnen is audiobeschrijving of audiodescriptie een vorm van audiovisuele vertaling. Vertalen is immers meer dan het omzetten van woorden uit de ene taal in de andere. Ook het omzetten van een tekst van de ene vorm in de andere is ‘vertalen’. Bij audiodescriptie worden beelden omgezet in woorden, en in die zin is het een vertaalvorm. Verschillende vertaalopleidingen hebben dat goed begrepen en bieden audiodescriptie als (keuze)vak in hun opleiding aan. Onder andere de Universiteit Antwerpen doet dat.

Maar op zichzelf vormt een vertaalopleiding ook een goede voorbereiding op het werk dat een audiobeschrijver doet. Zo leer je tijdens die studie om teksten kritisch te analyseren en om grote hoeveelheden informatie te verwerken en samen te vatten. Daarnaast wordt er veel aandacht besteed aan het zelf schrijven van uiteenlopende teksten, niet alleen in de vreemde talen die je studeert, maar ook in het Nederlands. Dat zijn allemaal vaardigheden die een audiobeschrijver ook nodig heeft.

Zelf heb ik mijn vertaalstudie aangevuld met een aantal tolkvakken, meer specifiek met simultaan vertalen, ook wel conferentietolken genoemd. Daardoor heb ik onder andere geleerd om me op twee heel verschillende dingen tegelijk te concentreren (nl. luisteren naar een spreker en op hetzelfde moment live vertalen wat die spreker zegt). Ook leer je als conferentietolk het een en ander over stemtraining en uitspraak. Uiteraard zijn dit vaardigheden die eerder van pas komen bij live-audiodescripties dan bij het maken van filmbeschrijvingen.

 

Tot zover iets over mijn eigen vooropleiding. In een volgend artikel ga ik dieper in op mogelijke vervolgopleidingen en cursussen die interessant kunnen zijn voor (beginnende) audiobeschrijvers.

gepubliceerd op 18 juni 2015

Engelse audiodescriptie voor SIHO

Begin 2014 werden we benaderd door SIHO, het Steunpunt Inclusief Hoger Onderwijs. SIHO had een documentaire laten maken waarin vier jonge mensen met een beperking werden gevolgd tijdens hun weg door het hoger onderwijs. De vraag was of wij van deze Vlaamse documentaire een Engelse versie konden maken die volledig toegankelijk zou zijn voor blinden en slechtzienden.

Nu komt er bij het maken van een audiodescriptie in een vreemde taal meer kijken dan je zou denken. De beschrijver verstaat immers niet per se de vreemde dialogen en dat kan soms tot verkeerde interpretaties leiden van de video. Gelukkig was dat hier niet het geval, want onze Engelse native speakers werken, zoals veel van onze medewerkers, ook als ondertitelaar en Nederlands is een van hun vreemde talen. Bovendien waren alle Vlaamse dialogen al in beeld van vertalende ondertiteling voorzien.

De tweede uitdaging was dat die vertalende ondertitels ook toegankelijk gemaakt moesten worden. Blinden en slechtzienden kunnen immers geen ondertitels lezen en je mag ook niet verwachten dat ze voldoende Nederlands verstaan om de dialogen te begrijpen. Maar ook hier wisten we een mouw aan te passen. We hebben immers al heel wat ervaring bij het maken van ‘audio-ondertiteling’ zoals dat genoemd wordt. Sterker nog: in 2012 stonden onze audio-ondertitels centraal tijdens een presentatie op het Languages and The Media-congres in Berlijn en begin 2013 wijdde het vakblad Meta hier nog een artikel aan.

In samenspraak met de klant werd ervoor gekozen om de vertalende ondertiteling hoorbaar te maken via voice-overs. Dit hield in dat we voor elk personage een andere stemacteur zochten die de vertaling van de teksten van dat personage opnieuw insprak. We hielden hierbij geen rekening met de mondbewegingen van de personen in beeld (zoals bij dubbing of nasynchronisatie de bedoeling is), maar we zorgden er wel voor dat de Engelse stemmen de juiste intonatie overnamen en waar nodig aarzelingen uit de originele versie overnamen.

En tot slot hadden we gemerkt dat er in de Engelse vertalende ondertitels (die niet van onze hand waren) hier en daar nog wat foutjes stonden. Bij het maken van de scripts voor de voice-overs werden die weggewerkt zodat we uiteindelijk een mooie, vlotte vertaling kregen, die toch niet al te veel afwijkt van de ondertitels in beeld, want dat zou storend zijn voor wie de ondertiteling wél kan lezen.

Benieuwd naar het resultaat? De video met Engelse audiodescriptie en audio-ondertiteling is hierboven te bekijken én op de website van SIHO.

gepubliceerd op  4 juni 2015