Bij Nevero maken we audiovisuele projecten toegankelijk voor anderstaligen of mensen met een visuele of auditieve beperking.

Vertaling

Zomerreeks HAN – Humans, Animals, Nature

Sinds 1 juni kun je elke zaterdagavond op één kijken naar de achtdelige documentairereeks HAN – Humans, Animals, Nature. De vertalingen zijn van mijn hand, en dat zijn er heel wat.

Naast de ondertitels bij de Franse dialogen, heb ik ook de teksten van de commentaarstem geschreven én de tussentekstjes die in beeld verschijnen. Het Nederlandse commentaar wordt ingelezen door Peter Cremers, en ik heb ook de regie tijdens de opnamesessies mogen doen.

Aangezien het om acht afleveringen in totaal gaat, nemen we elke week bij twee afleveringen het commentaar op. De commentaarstem neemt alleen de tekst van de (oorspronkelijk Franse) voice-over voor z’n rekening. Als er mensen in beeld praten, krijgt de kijker de vertaling in ondertitelvorm te zien. Als ik niet aan het regisseren ben bij de VRT, ben ik onder andere bezig met het ondertitelen van de interviews uit de reeks.

Commentaar vertalen vs. ondertitelen

Waar je als vertaler van commentaarteksten de originele stem volledig mag en moet wegdenken, moet je bij het vertalen van de ondertitels veel dichter bij het origineel blijven. Bovendien moet je zorgen dat je vertaling in kleine blokjes past van hooguit twee regels die ook nog eens aan allerlei technische vereisten moeten voldoen. Ondanks dat (of misschien juist daardoor) probeer ik toch altijd elk personage z’n eigen stem mee te geven in de ondertitels.

In deze reeks zijn vooral dierenarts Goulven en ranger Anthony veel aan het woord. Waar Goulven meestal heel nuchter en zakelijk beschrijft wat z’n werk precies inhoudt en wat hij zoal doet, legt Anthony veel meer emotie in z’n woorden. Vooral als hij tegen en over de dieren praat die hij verzorgt, is het voor mij als vertaler altijd een plezier als het lukt om die liefde mee te geven. Zo zegt hij over een wolvin die net in het park is aangekomen dat ze toch zo mooi is en als hij een grommende veelvraat probeert te vangen, vertelt hij haar hij heel geduldig dat het voor haar eigen bestwil is.

Op de schermafbeelding uit mijn ondertitelsoftware staan Goulven en Anthony bij het quarantainehok van veelvraat Grahma. Goulven heeft net uitgelegd waarom ze haar moeten vangen (“Ik wilde het snel laten doen omdat ze hard achteruitging”) en meteen begint Anthony het beestje te kalmeren (“Grahma, Grahma toch…” “Waar zit je, meisje?”). Een mooi voorproefje uit de aflevering van zaterdag 8 juni.

Compenseren

Als je vertaalt, lukt het niet altijd om alle nuances van het origineel weer te geven in je tekst. Bij vertalend ondertitelen is het helemaal lastig omdat je dan ook nog rekening moet houden met een aantal technische beperkingen zoals het maximumaantal karakters dat je per regel kunt gebruiken. Maar soms lukt het wel om bijvoorbeeld een woordspeling ergens anders in je tekst te compenseren. Dat geluk had ik toen ik bezig was aan aflevering 4 van HAN.

In deze aflevering proberen de rangers een boze oeros weg te jagen van een vrouwtje dat ze net verdoofd hebben. Maar de stier wil niet wijken, zelfs niet als ranger Anthony op hem afstapt. Helemaal gefrustreerd roept hij: “Ah, putain, la vache!” Het is dus een uitroep van frustratie, maar het grappige is dat ‘vache’ ook koe betekent, al zal Anthony daar op dat moment niet bij stilgestaan hebben. Ik heb het dus gewoon vertaald als “Het is niet waar, hè”.

Toch bleef die koe door m’n hoofd spoken. Twee ondertitels later al zag ik m’n kans schoon, want dan zegt diezelfde Anthony: “On a affaire à un animal, quand on parle des Aurochs, qui a une puissance phénoménale.” Hij vertelt dus gewoon dat oerossen enorm sterk zijn ofwel… loeisterk in mijn vertaling.

De kijker zal het vast niet opmerken, maar ik was best tevreden met m’n vondst.

Schermafbeelding uit de software met beide ondertitels vlak onder elkaar

Op de schermafbeelding van m’n software zie je beide ondertitels met een andere ondertitel ertussen.

gepubliceerd op 6 juni 2019 – aangevuld op 18 juni 2019

Debat Technologie en/in de Taalsector in Brussel

Op zaterdag 18 mei vond in de Campus Brussel van de KU Leuven een debat plaats met als thema ‘Technologie en/in de Taalsector’. Ik was een van de panelleden.

Het debat werd voorafgegaan door een keynotespeech van Rudy Tirry van vertaalbureau Lionbridge. In een halfuur tijd vertelde Rudy over de recente uitdagingen van technologie in de taalsector en gaf hij een vooruitblik op wat ons in de toekomst zoal te wachten staat.

Wat ik interessant vond, was dat hij voorspelt dat je als vertaler twee kanten op kunt met het oog op de technologische ontwikkelingen die er nog aan zitten te komen. Ofwel ga je voluit voor technologie en word je een echte ‘techno-vertaler’, ofwel ga je voor het supercreatieve vertaalwerk en word je wat hij een ‘bio-vertaler’ noemt. Waar de techno-vertaler zich richt op grootschalige, hoogtechnologische vertaalprocessen en post-editing omarmt, is de bio-vertaler iemand die zich in een niche begeeft waar hij/zij aan kleinschalige projecten werkt voor klanten die hoge kwaliteitseisen stellen. Na afloop heb ik hem gevraagd waar ‘bio’ nu eigenlijk voor staat, maar hij moest me het antwoord schuldig blijven…

Na Rudy’s keynotespeech werd het debat met de andere panelleden geopend. Zelf vertelde ik over mijn ervaringen met technologie in audiovisuele vertaling en mediatoegankelijkheid. De andere panelleden waren Tim Van Hauwermeiren, die werkt als conferentietolk voor het Europees parlement, en Christophe Declercq, die docent is aan de KU Leuven Campus Brussel. Aan de hand van enkele (soms boude) stellingen die Christophe ons voorlegde, kwam het debat al gauw op gang. Ook het publiek kreeg volop de kans om extra vragen te stellen, en dat gebeurde ook regelmatig.

 

Technologie en mediatoegankelijkheid

De eerste vraag die ik kreeg, ging meteen over technologie en mediatoegankelijkheid. Bij mediatoegankelijkheid is het je taak om audiovisueel materiaal toegankelijk te maken voor zo veel mogelijk mensen. Denk maar aan ondertiteling voor doven en slechthorenden, waarbij we niet alleen weergeven wat er gezegd wordt, maar ook hoe en door wie. Een ander voorbeeld is audiodescriptie, een techniek waarbij een extra vertelstem wordt toegevoegd aan een film of tv-programma zodat iemand die blind of slechtziend is alles goed kan volgen. Hier heeft technologie een belangrijke rol gespeeld om ons werk bij de gebruikers te krijgen.

Ik vertelde dat, toen ik me tien jaar geleden volop met audiodescriptie ging bezighouden, het erg moeilijk bleek te zijn om het aanvullende commentaar bij het doelpubliek te krijgen. In Nederland waren er welgeteld vier bioscopen die de nodige apparatuur hadden om audiobeschreven voorstellingen te organiseren. In België was er geen enkele, dus als daar een film met audiodescriptie vertoond werd, moest de apparatuur uit Nederland komen…

Sinds 2015 is er een app (de Earcatch-app) waarmee je als blinde of slechtziende heel eenvoudig een film of tv-serie kunt volgen, thuis of in de bioscoop. Voor de film/serie begint, download je de audiodescriptie in de app en dan wordt het extra commentaar automatisch afgespeeld.

Intussen wordt er ook gewerkt aan een vergelijkbare app voor ondertiteling en audiodescriptie bij live-voorstellingen. In het publiek bleek overigens een enthousiaste Earcatch-gebruiker te zitten, die nog maar eens benadrukte hoe belangrijk dergelijke apps voor haar als slechtziende zijn.

 

Het panel in volle actie tijdens het debat

De impact van technologie op het werk van de audiovisueel vertaler

Wat later in het debat kwam er een vraag uit het publiek over live-ondertiteling. Een mooi voorbeeld van hoe technologie wordt ingezet bij het werk zelf. Ik vertelde dat live-ondertiteling in het Nederlandse taalgebied vaak gebeurt door middel van spraakherkenning of respeaking. Daarbij herhaalt de ondertitelaar dat de sprekers zeggen waarbij hij/zij tegelijkertijd samenvat en indien nodig de tekst wat stroomlijnt. Vervolgens worden deze teksten in ondertitelvorm uitgezonden. Het hele proces duurt slechts enkele seconden, zodat het een supersnelle manier is om ondertitels aan te maken en uit te zenden. Zelf werk ik niet met spraakherkenning, maar in mijn team zit een ondertitelaar die spraakherkenningssoftware ook gebruikt voor niet-live werk. Daarnaast heb ik een tijdje samengewerkt met iemand die met een Veyboard  ondertitelde.

Tim Van Hauwermeiren, de tolk in het panel, voegde daaraan toe dat hij ook al experimenten met spraakherkenning / live-ondertiteling had bijgewoond en dat hem was opgevallen dat de interpunctie dan vaak ontbrak. Dat komt doordat de ondertitelaar niet alleen de tekst moet respeaken, maar terwijl hij/zij dat doet ook de interpunctie toevoegt. Dat is iets waar je in het begin voortdurend aan moet denken, maar wat daarna een automatisme wordt. Zozeer zelfs, dat een respeaker die ik ken ooit bekende dat ze na een lange werkdag de telefoon opnam met ‘hallo vraagteken’.

We mogen ook niet vergeten dat we als Nederlandstaligen nog heel veel geluk hebben dat er spraakherkenningssoftware bestaat voor onze taal. Voor ‘kleinere’ talen is dat vaak niet het geval en dan is snel typen het enige alternatief. Die opmerking bracht ons bij Afrikaanse talen, waarvoor automatische vertaling nog in de kinderschoenen staat.

 

Lang leve de technologie voor de audiovisueel vertaler?

Waar technologie naar mijn mening geen toegevoegde waarde heeft, is in het vertaalproces zelf. Ik vertaal veel commentaarteksten bij documentaires voor de VRT en daarbij is de opdracht expliciet om heel vrij te vertalen. In feite zou je het zelfs herschrijven kunnen noemen: wollige zinnen schrappen, grondig samenvatten, nieuwe informatie toevoegen… Het kan en moet zelfs allemaal om tot een tekst te komen die vlot leest en aangepast is aan het doelpubliek. CAT-tools en machinevertaling zijn nutteloos bij dat soort vertaalwerk.

Ook bij het ‘gewone’ ondertitelwerk zijn CAT-tools e.d. niet echt nuttig. Tijdens het debat gaf ik als voorbeeld het SUMAT-project, een groot onderzoek dat de EU een aantal jaar geleden gesubsidieerd heeft. Het uitgangspunt was dat ondertiteling bij uitstek geschikt zou zijn voor machinevertaling omdat het toch om korte zinnetjes gaat. Toen ik dat zei, klonk er gelach op uit de zaal. En inderdaad, het resultaat van die automatisch vertaalde ondertitels was erg pover.

Zelfs als de vertaalsoftware rekening houdt met de technische beperkingen die typisch zijn voor ondertiteling, dan nog gaat het vaak mis. Met die technische beperkingen bedoel ik het maximumaantal karakters dat er op een ondertitelregel past (meestal rond de 40 karakters inclusief spaties) en de leessnelheid. De leessnelheid is de verhouding tussen de tijd dat de ondertitel in beeld blijft staan en de hoeveelheid tekst in die ondertitel. Hoe korter de ondertitel in beeld staat, hoe minder tekst erin mag staan, anders krijgen de kijkers het niet op tijd gelezen.

Met deze twee parameters wordt tot op zekere hoogte rekening gehouden, maar het allerbelangrijkste is de context. En die context zit hem in ondertiteling vaak in het beeld én de manier waarop iets gezegd wordt.

 

Een donkerblauw notitieboek met het logo van de KU Leuven en een bijpassende pen

Na afloop van het debat kregen we een totaal niet-technologisch cadeau als bedankje

Machinevertaling in ondertiteling

Een klein voorbeeld. Een zinnetje zoals ‘Are you all right?’ kun je op veel verschillende manieren vertalen. Maar als het gezegd wordt door een soldaat in een oorlogsfilm die rakelings een kogel heeft weten te ontduiken en z’n strijdmakker kreunend naast zich ziet liggen dan is ‘alles kits?’ geen geschikte vertaling, ook al is het lekker kort… Een mens weet dat, een computer niet.

Op de receptie achteraf vertelde Rudy Thirry mij dat de huidige machinevertalingen daar heel waarschijnlijk wel rekening mee zullen houden omdat die contextgevoelig vertalen. In dit geval zou de software uit de voorafgaande ondertitels moeten kunnen afleiden dat het om een oorlogsfilm gaat, bijvoorbeeld doordat er wapens en munitie vermeld worden of doordat woorden als ‘soldaat’, ‘militair’ en ‘leger’ voorkomen in de film. Daardoor zal er eerder een passende vertaling voorgesteld worden als ‘Ben je ongedeerd?’ en niet ‘Alles kits?’. In die zin gaat de techniek dus heel snel vooruit.

Een laatste reden waarom ik niet geloof in het gebruik van machinevertaling bij ondertiteling is dat het alleen werkt als je een uitgeschreven brontekst hebt, maar veel ondertitelwerk gebeurt op gehoor.

 

Worden we allemaal vervangen door robots?

Het zal duidelijk zijn dat ik niet geloof dat vertalers snel vervangen zullen worden door robots, maar er zijn natuurlijk wel ontwikkelingen waardoor een deel van het werk geautomatiseerd zal worden. Ook wie zich bezighoudt met mediatoegankelijkheid ontsnapt daar niet aan.

Zo is er de automatische ondertiteling van YouTube, die weliswaar lang niet perfect is, maar soms kan helpen om je een idee te vormen van waar een video over gaat. Er wordt ook gewerkt aan apps die beelden kunnen herkennen en beschrijven, maar voorlopig leveren die nog geen al te beste resultaten op met bewegende beelden. En naast audiodescripties die worden opgenomen in een gespecialiseerde studio met professionele inlezers, wordt er volop geëxperimenteerd met synthetische stemmen, die soms niet van menselijke stemmen te onderscheiden zijn.

Tot slot hebben we het in het debat even gehad over crowdsourcing als mogelijke concurrentie voor de professionele markt naast machinevertaling, maar we waren het er vrij snel over eens dat dat wel meevalt. Veel vertaalwerk dat gecrowdsourcet wordt zou sowieso nooit bij een professionele vertaler belanden en veel crowdsourcers stoppen ook al heel gauw (vaak al na één opdracht, zo blijkt uit onderzoek). Als voorbeeld van crowdsourcing in mediatoegankelijkheid haalde ik Scribit aan, waarbij vrijwilligers YouTube-video’s beschrijven.

Kortom: in twintig jaar tijd is mijn werkomgeving grondig veranderd door technologie en de komende twintig jaar zal dat ongetwijfeld opnieuw gebeuren. Ik ben benieuwd wat de toekomst ons brengt!

gepubliceerd op 24 mei 2019

 

Het vertalen van rushes

De maand maart 2019 eindigde voor ons met een groot ondertitelproject waarbij we ‘rushes’ vertaalden. Rushes zijn ruwe filmopnames die nog verder verwerkt moeten worden. In dit geval ging het om opnames van interviews, waarbij de geïnterviewden bijvoorbeeld verschillende keren op dezelfde vraag antwoordden of dezelfde mededeling op verschillende manieren onder woorden brachten. Vervolgens worden uit die opnames de beste stukjes geselecteerd en in een nieuwe montage geplaatst.

De reden dat ons gevraagd werd om de rushes van de interviews te ondertitelen, was dat de persoon die de uiteindelijke selectie maakt, de taal van de geïnterviewden niet machtig is. Hij kan dus niet enkel aan de hand van de videobeelden beoordelen welke stukjes interessant zijn en wat weggelaten kan worden. Het kan dus best dat uit de anderhalf uur die wij vertaald hebben slechts twintig minuten behouden blijven.

Je zou misschien denken dat het saai is om verschillende keren dezelfde boodschap te ondertitelen, maar ik vind het juist interessant om te zien hoe de meeste mensen in het begin wat onwennig reageren en naarmate het interview verder gaat, ineens de camera lijken te vergeten en vol passie vertellen over wat hen bezighoudt.

Een vrouw wordt gefilmd terwijl ze een interview geeft.

Een vrouw wordt gefilmd terwijl ze een interview geeft.

Het komt trouwens niet zo vaak voor dat we rushes ondertitelen. Meestal krijgen we de afgewerkte montage en als we al op een voorlopige versie werken, dan gaat het om relatief kleine aanpassingen achteraf zoals kleureffecten in een bioscoopfilm of logo’s die worden toegevoegd in een bedrijfsfilm. Over het werken met voorlopig materiaal en de gevolgen daarvan voor de audiovisueel vertaler lees je meer in dit blogbericht: https://www.nevero.be/werken-met-voorlopig-materiaal/.

Juist doordat het zo weinig gebeurt, is het leuk om eens een stapje vroeger in het productieproces betrokken te zijn!

gepubliceerd op 5 april 2019

Hoe eenzaam is de vertaler

Beginnende vertalers schrikken vaak terug voor de eenzaamheid van het beroep. Maar hoe eenzaam is de vertaler nu echt? Ik deel graag mijn ervaring én ik geef je tips om toch nog onder de mensen te komen.

Op dinsdag 17 april was ik te gast aan de Campus Brussel van de KU Leuven, waar ik lesgaf aan de laatstejaarsstudenten van de master vertalen. Tijdens mijn gastcollege gaf ik een inleiding over mediatoegankelijkheid en meer in het bijzonder audiodescriptie. Dit jaar kreeg ik tussendoor veel vragen van de studenten, waardoor we het ook hebben gehad over het vertalen van documentaires, het werk van een stemregisseur en wat fansubs eigenlijk zijn. Een vraag die ik deze keer niet heb gehad, maar die ik soms wel krijg, is of het werken als vertaler/ondertitelaar/audiobeschrijver niet eenzaam is.

Als je in loondienst werkt, valt het met die eenzaamheid meestal wel mee omdat je dan vaak collega’s hebt die je elke dag ziet. Wie overweegt om als freelancer aan de slag te gaan, moet er wel rekening mee houden dat je, als je van thuis uit werkt, vaak alleen bent. Aan de ene kant betekent dat dat je in alle rust en stilte kunt doorwerken, maar aan de andere kant kan het soms ook té rustig worden…

Gelukkig zijn er mogelijkheden genoeg om aan de eenzaamheid te ontsnappen. Zo werk ik zelf een of meer dagen per week in een coworkingplek waar regelmatig activiteiten georganiseerd worden tijdens én na de werkuren. Op die manier kom je makkelijk met andere mensen in contact. Daarnaast zijn er ook online een aantal initiatieven waar je van gedachten kunt wisselen met collega’s. Voor vertalers is bijvoorbeeld de Facebook-groep GentVertaalt een echte aanrader.

Al bij al is het leven als audiovisueel vertaler dus lang niet zo eenzaam als je misschien denkt!

Affiche_tentoonstelling_Fernand_Léger_centraal_station_Brussel

Een affiche voor een tentoonstelling over Fernand Léger in het centraal station in Brussel.

Tijdens mijn wandeling door Brussel voor het gastcollege viel mijn oog op een affiche voor een tentoonstelling over Fernand Léger. De afbeelding kwam mij wel erg bekend voor en dat was niet zo vreemd, want een van de deelnemers aan mijn e-cursus had uitgerekend dat beeld gekozen om te beschrijven voor haar eindopdracht. En zo kwamen twee lesopdrachten ineens heel mooi samen.

gepubliceerd op 8 mei 2018

Het vertalen van natuurdocumentaires

Naast mijn werk als audiobeschrijver ben ik nog steeds actief als vertaler/ondertitelaar voor de VRT. Het afgelopen jaar heb ik verschillende (natuur)documentaires vertaald en steeds vaker krijg ik de vraag om ook de stemregie te doen. Als stemregisseur bepaal je mee hoe de documentaire moet klinken en luister je tijdens de opnames om te controleren of alles klopt qua uitspraak, intonatie, enz. Meer daarover in een volgend artikel.

Een beeld uit de documentaire Elephant Family & Me.

Een beeld uit de documentaire Elephant Family & Me. De silhouetten van olifanten tekenen zwart af tegen de oranje gloed van de ondergaande zon. In witte letters staat de tekst: begin maart 2017 hebben stropers Satao II gedood.

Bij het vertalen van documentaires komt heel wat opzoekwerk kijken. Toen ik voor de minireeks Elephant Family & Me informatie zocht over één specifieke ‘bigtusker’ (een olifant met enorme slagtanden), las ik dat de olifant in kwestie intussen het slachtoffer is geworden van stropers. Dat soort feiten voeg ik altijd toe aan de vertaling voor de commentaarstem. In dit geval vonden de collega’s van de eindredactie en de stemregie dat het inderdaad goed zou zijn om deze achtergrondinformatie toe te voegen aan de docu. Dat hebben we gedaan door een extra tekst in beeld.

Dit is meteen een mooi voorbeeld van hoe je als vertaler of ondertitelaar toegevoegde waarde kunt leveren voor je klant, in dit geval dus de VRT. Natuurlijk ben je als vertaler niet verplicht om op te zoeken of de feiten in de docu waar je mee bezig bent, nog kloppen, maar in dit geval leverde het extra informatie op die, zo vonden wij, nuttig zou zijn voor de kijker. Over deze en andere manieren waarop je als taalprofessional nog waardevoller wordt voor je klant, lees je meer in dit blogartikel: https://www.nevero.be/de-toegevoegde-waarde-van-ondertitelaars/.

gepubliceerd op 28 januari 2018

Word jij onze stagiair(e) voor academiejaar 2017 – 2018?

De Belgische vestiging van Nevero biedt voor academiejaar 2017 – 2018 een stageplaats aan voor een laatstejaarsstudent die aan de slag wil als vertaler, ondertitelaar of audiobeschrijver.

Wie zijn wij

Nevero is een (ver)taalbedrijf dat gespecialiseerd is in audiovisuele vertaling en mediatoegankelijkheid. Wij vertalen, ondertitelen en schrijven voor diverse bedrijven en instanties in binnen- en buitenland. Daarnaast geeft Nevero-oprichter en eigenaar Susanne Verberk regelmatig gastcolleges, workshops en cursussen over (vertalend) ondertitelen, audiodescriptie en mediatoegankelijkheid.

Wie ben jij

De stagiair(e) die wij zoeken zit momenteel in het laatste jaar van een hogere vertaalopleiding. Je moedertaal is Nederlands en je studeert Engels én Frans als volwaardige vreemde talen (niet als derde vreemde taal).

Je hebt een brede algemene interesse en volgt onder andere de binnen- en buitenlandse politiek op de voet. Verder ben je leergierig en secuur en heb je een uitgesproken belangstelling voor audiovisuele vertaling.

Je stage

De vertaalstage vindt plaats tussen januari en mei 2018 en duurt minstens vier opeenvolgende weken. Om praktische redenen kan de stage niet worden gespreid over verschillende kortere periodes in de loop van het academiejaar.

Wat doe je?

Tijdens je stage werk je aan verschillende vormen van (audiovisuele) vertaling. Denk hierbij aan het vertalen en reviseren van ‘traditionele’ teksten (hoofdzakelijk uit het Frans in het Nederlands), het maken en nakijken van ondertitels (onder andere uit het Engels in het Nederlands, maar ook voor doven en slechthorenden) én het schrijven van audiodescripties (voornamelijk in het Nederlands). Daarnaast maak je van dichtbij kennis met het reilen en zeilen in een audiovisueel vertaalbureau (planning & projectmanagement, revisie & kwaliteitscontrole, …).

Foto: ouderwetse Amerikaanse brievenbus met nummer 12

Een foto van een ouderwetse Amerikaanse brievenbus met nummer 12

Interesse? Stuur vóór 30 november 2017 een mailtje naar susanne at nevero punt be waarin je jezelf kort voorstelt en uitlegt waarom deze stage je op het lijf geschreven is.

Even opletten: wij begeleiden geen studenten met een andere dan de hierboven vermelde talencombinatie. Als je niet aan al deze voorwaarden voldoet, kom je dus helaas niet in aanmerking.

gepubliceerd op 18 oktober 2017

 

LinkedIn en grote buitenlandse vertaalbureaus

Een tijdje geleden kreeg ik een LinkedIn-verzoek van iemand die bij een groot, internationaal vertaalbureau werkt. Op zich niet zo vreemd, want ik krijg wel vaker berichten van mensen die ik niet persoonlijk ken. En hoewel ik nauwelijks nog voor vertaalbureaus werk, accepteerde ik het verzoek toch. Vrijwel onmiddellijk daarna kreeg ik een mailtje. Of ik mijn cv kon opsturen naar dat bureau. Huh? Een LinkedIn-profiel is in feite een uitgebreid cv (en in mijn geval zelfs een cv in verschillende talen), dus waarom zou ik dan nog een apart cv doorsturen? Bovendien kende ik het bureau verder niet en was ik ook niet direct van plan om voor hen aan de slag te gaan…

Wat bleek? Het bureau deed mee aan een openbare aanbesteding en had dringend cv’s nodig van vertalers om de opdracht te krijgen. Niet dat het werk daarna door die vertalers gedaan zou worden. Daarvoor hebben ze nl. hun eigen vertalers, maar die hebben hoogstwaarschijnlijk niet de diploma’s en/of jarenlange ervaring die de eindklant vereiste. Niet toevallig kreeg ik diezelfde week een LinkedIn-aanzoek van een ander groot vertaalbureau dat hoogstwaarschijnlijk ook meedingt naar de opdracht.

Eigenlijk plegen dergelijke bureaus dus fraude, want ze laten de klant in de waan dat de vertalingen door welbepaalde personen gemaakt worden terwijl dat in de praktijk niet zo is. Ook de door de klant gevraagde controle van de vertalingen (eindredactie) komt er vaak niet aan te pas. Daarom worden dergelijke vertaalbureaus ook wel ‘brievenbusbureaus’ genoemd, want in feite doen ze niks anders dan teksten die binnenkomen doorsturen naar hun vertalers en vervolgens naar hun klant.

Foto: ouderwetse Amerikaanse brievenbus met nummer 12

Een foto van een ouderwetse Amerikaanse brievenbus met nummer 12

Helaas komt het steeds vaker voor dat bureaus enkel op zoek zijn naar cv’s van vertalers om een goede indruk te maken bij hun klanten – ook collega’s klagen over deze manier van werken. Maar het kan zelfs nog erger, want soms worden cv’s gebruikt om nietsvermoedende klanten geld af te troggelen. Dan stuurt een oplichter het cv van een bestaande vertaler door, maar vervangt hij/zij het e-mailadres door een vals adres (vaak een Gmail-adres). Vervolgens neemt de oplichter werk aan in naam van de vertaler waarna de klant ‘vertalingen’ krijgt die met Google Translate zijn gemaakt. Tegen de tijd dat de klant doorheeft wat er aan de hand is, is de oplichter al lang betaald en krijgt de echte vertaler een slechte naam.

Mijn advies: stuur nooit zomaar je cv door als een bureau daarom vraagt en als het dan toch nodig is (bijvoorbeeld omdat je zelf meedoet aan een aanbesteding) voeg dan een watermerk toe en sla je cv op als beveiligde pdf. En gebruik als het even kan geen Gmail- of ander gratis e-mailadres.

gepubliceerd op 18 juli 2017

Ondertitelen voor Netflix deel 2 – hoeveel minuten per dag

Toeval of niet, maar afgelopen week werd ik twee keer herinnerd aan het artikel dat ik eerder schreef over de inmiddels beruchte Netflix-test voor ondertitelaars. Toen de eerste berichten verschenen dat Netflix zogenaamd de hulp inriep van kijkers om programma’s te ondertitelen (wat overigens niet correct is), viel me al op dat veel mensen enorm overschatten hoe veel (of beter gezegd: hoe weinig) minuten je per dag kunt vertalen en ondertitelen. En met minuten bedoel ik hier uiteraard programmaminuten, niet het aantal minuten dat je bezig bent.

Eindtitel van een programma met 1074 ondertitels

Eindtitel van een programma met 1074 ondertitels

Als ik op de reacties op Facebook afga, denken de meeste mensen dat je makkelijk 10 minuten programma per uur kunt vertalen en ondertitelen. Tel daar nog bij dat vrijwel niemand doorhad dat de tarieven die vermeld werden de prijzen waren die de tussenbureaus krijgen, en ineens lijkt ondertitelen een enorm lucratieve bezigheid. 8 uur vertalen x 10 minuten x 11,50 dollar = 920 dollar per dag oftewel zo’n 815 euro, enkel en alleen om tv te kijken.

Maar helaas, die 10 minuten ondertitelen per uur is allesbehalve realistisch. Zoals ik hier al eerder heb geschreven, werkt een ervaren ondertitelaar ongeveer 20 tot 30 minuten programma per dag af, afhankelijk van hoeveel er gesproken wordt in het programma en de moeilijkheidsgraad.

De BZO (Beroepsvereniging voor Zelfstandige Ondertitelaars) geeft op haar website een heel mooi voorbeeld van een ondertitelaar die werkt aan een Amerikaanse politieserie van 42 minuten en die daar minstens twee dagen en misschien zelfs wel tweeënhalve dag aan bezig is. Dat komt dus overeen met 21 à 16,8 programmaminuten per dag.

De Europese vereniging AVTE (AudioVisual Translators Europe) gaat er zelfs vanuit dat je voor een programma van 52 minuten een volledige werkweek nodig hebt. Daarbij merken ze wel op dat het eigenlijke ondertitelen geen 40 uur in beslag neemt, maar dat je ook je vertaling grondig moet nakijken en dat opzoekwerk soms ook tijdrovend kan zijn. Daar komt nog bij dat veel ondertitelaars op freelancebasis werken, dus je moet ook tijd vrijmaken om je administratie te doen, contacten met klanten te onderhouden, opdrachten in te plannen en natuurlijk om blogartikelen te schrijven!

gepubliceerd op 2 juni 2017

Ondertitelen voor Netflix

Maandagochtend maakte een oud-stagiaire mij attent op een artikel waarin stond dat Netflix kijkers zocht om als bijbaantje hun programma’s te ondertitelen. “Jammer dat ons beroep niet beschermd is”, liet ze me nog weten. Hoewel volgens het artikel iedereen zich aan kan melden en je ‘alleen maar’ een testje hoeft te doen op de website van Netflix, blijkt het helemaal anders in elkaar te zitten.

Zelf hoorde ik voor het eerst van de Netflix-test tijdens het Languages & The Media-congres in Berlijn, dat ik in november 2016 heb bijgewoond. Tijdens een van de presentaties op het congres vertelden vertegenwoordigers van Netflix over een aantal kwesties waar zij als bedrijf op botsen als ze vertaal- en ondertitelwerk uitbesteden. Zoals veel grote mediabedrijven werkt Netflix doorgaans niet rechtstreeks samen met vertalers en ondertitelaars, maar geven ze dit werk door aan gespecialiseerde ondertitelbureaus. Hoewel die bureaus aan een aantal vereisten moeten voldoen en Netflix regelmatig steekproeven neemt, weet elke kijker wel dat de ondertiteling vaak te wensen overlaat. Een mooie bloemlezing van de soms belachelijk slechte ondertitels vind je in dit artikel: http://www.eenlettermeergraag.nl/column/over-de-belachelijk-slechte-ondertiteling-van-netflix/.

Maar dat is nog niet het enige probleem. Want hoewel al die bedrijven waar Netflix mee werkt beweren dat ze met professionele ondertitelaars werken, kan Netflix onmogelijk weten wie de ondertitels maakt die ze binnen krijgen. Met een beetje geluk wordt het werk inderdaad gedaan door iemand die daarvoor gestudeerd heeft en die over de nodige ervaring beschikt, maar voor hetzelfde geld (of minder) schakelt zo’n bureau een bijklussende student of een hobbyende huisvrouw in…

En tot slot weet Netflix niet hoe groot hun vertalersbestand nu eigenlijk is. Stel dat elk individueel bedrijf zegt dat ze met dertig (uiteraard professionele) ondertitelaars samenwerken. Als Netflix het werk bij vier verschillende bedrijven uitzet, dan zou je dus denken dat ze in totaal met 4 maal 30 is 120 vertalers werken. Alleen werken de meeste freelancers voor verschillende klanten, dus in plaats van 120 kunnen het evengoed maar 100 vertalers zijn, of 90.

Om al die redenen heeft Netflix besloten dat alle ondertitelaars die voor hen werken een test moeten afleggen via hun website. Naar aanleiding van die test krijgt elke individuele vertaler een unieke code (het zogenaamde HERMES-nummer of H-nummer). Dat nummer wordt vanaf dat moment gebruikt om die vertaler (en dus ook zijn of haar werk) te identificeren. Gevolg: Netflix weet precies wie welk programma ondertitelt, ongeacht welk bedrijf ertussen zit. En ze hebben een middel om de kwaliteit van individuele vertalers te meten. Volgens de presentaties op het congres zouden die gegevens onder andere gebruikt kunnen worden om goede vertalers meer te betalen, maar dat werd op de nodige scepsis onthaald door de ondertitelaars in de zaal…

Foto: het boek met het programma en de samenvattingen van de toespraken en daarnaast een stoffen tasje met het logo van het congres.

Foto: het boek met het programma en de samenvattingen van de toespraken en daarnaast een stoffen tasje met het logo van het congres.

Terug naar 2017. Op donderdag 30 maart heeft Netflix zijn HERMES-test officieel gelanceerd. Op zondag 2 april verscheen op Newsmonkey het eerste artikel waarin stond dat Netflix kijkers zou gaan betalen om programma’s te ondertitelen. Dat bericht werd razendsnel door andere media overgenomen en maandagmiddag kon je op verschillende plaatsen lezen dat Netflix zou kampen met een tekort aan Nederlandstalige vertalers. Maar geen nood: wie slaagt voor de test, zou voortaan ‘rijk worden door Netflix kijken’. Ook de tarieven die deze aspirant-ondertitelaars zouden krijgen, staan overal vermeld, zoals in dit artikel van RTLZ: “Voor het aanleveren van ondertitels van Nederlandse audio naar Nederlandse tekst [krijg je] 9,50 dollar per minuut video, van Engels naar Nederlands 11,50 dollar en van Japans naar Nederlands 24,50 dollar. Vertalers die zowel IJslands als Japans beheersen kunnen rekenen op de hoogste beloning van 27,50 dollar per minuut video”.

Natuurlijk bleven de reacties niet uit. Aan de ene kant waren er professionele ondertitelaars die meldden dat de tarieven de prijzen zijn die Netflix aan zijn toeleveranciers betaalt en dat de vertaler hier doorgaans nog niet de helft van krijgt (waar je als zelfstandige vervolgens flink op belast wordt, maar dat is een ander verhaal). Dat staat overigens gewoon op de website van Netflix. Bovendien werken professionele vertalers enkel in hun moedertaal. Het is dus onzin om als Nederlandstalige te denken dat je wel eventjes uit het Japans in het IJslands kunt vertalen.

Aan de andere kant waren er de reacties van enthousiaste Netflix-kijkers die zich, niet gehinderd door enige relevante vooropleiding of zelfs maar basiskennis van de Nederlandse spellingregels, al rijk rekenden. Uiteraard schreven heel wat mensen dat ze zich al hadden opgegeven om de test in verschillende talen af te leggen.

Daartussenin zaten de ironische reacties. Zo schreef iemand: “Hoera! Netflix wil betalen voor ondertitels! What’s next? De acteurs betalen?” Andere mensen merkten dan weer heel terecht op dat ondertiteling een vak is en dat vakmensen betaald moeten worden.

Na een pittige discussie op hun Facebook-pagina belde de redactie van RTLZ naar Netflix voor een reactie, maar daar wenste het bedrijf niet op in te gaan.

Overigens: wie zich alsnog op wil geven voor de ondertiteltest van Netflix, kan terecht op deze website: http://techblog.netflix.com/2017/03/the-netflix-hermes-test-quality.html. Helemaal op het eind van de inleidende tekst staat het volgende: “If you’re a professional subtitler interested in taking the test, you can take it here” (let op de woorden ‘professional’ en ‘subtitler’). En daarna meldt het bedrijf dat ze veel meer aanmeldingen hebben gekregen dan verwacht. Ik ben benieuwd hoeveel zichzelf overschattende Nederlandstalige Netflix-kijkers daartussen zitten…

gepubliceerd op 7 april 2017

Het ondertitelen van ‘Attenborough and the Giant Dinosaur’

Op zondag 1 januari zendt Canvas de prachtige documentaire Attenborough and the Giant Dinosaur uit. Sir David Attenborough volgde twee jaar lang het onderzoek naar en de reconstructie van het skelet van een reusachtige dinosaurus. Het skelet werd bij toeval ontdekt door een Argentijnse herder die een stuk bot vond dat uit de grond stak.

De Nederlandse ondertitels bij deze documentaire zijn van mijn hand. Ik heb al eerder documentaires van David Attenborough vertaald en ik vind het altijd ontzettend leuk om in de ondertitels weer te geven hoe hij in het Nederlands zou klinken. Attenborough valt natuurlijk op door z’n unieke stemgebruik, maar ook wát hij zegt is de moeite waard. Zo spreekt hij vrij formeel, wat op zich al een uitdaging vormt bij het ondertitelen.

Ondertitels zijn immers een geschreven weergave van een gesproken tekst en daarom hamer ik er altijd op als ik nieuwe mensen opleid dat ze spreektaal moeten gebruiken. Schrijf wat je zou zeggen, is het devies. Maar bij Attenborough werkt dat niet. Zo gebruikt hij in deze documentaire regelmatig het werkwoord ‘to roam’ als hij beschrijft hoe de dinosaurussen rondliepen op de uitgestrekte vlaktes. Als je dat vertaalt als ‘rondlopen’, verlies je daarmee een stukje van de sfeer van de docu. Vandaar dat in mijn vertaling de dinosaurussen ‘rondzwerven’ in plaats van gewoon te ‘lopen’.

Maar ook Attenborough is niet onfeilbaar, en soms maakt hij kleine foutjes. Op een bepaald moment heeft hij het bijvoorbeeld over een dinosaurus met ‘sharp flesh-eating teeth’. Letterlijk vertaald zijn dat vleesetende tanden, maar tanden eten geen vlees, dat doet de dinosaurus van wie die tanden zijn. In de vertaling is het dan ook een dinosaurus geworden met ‘scherpe tanden om vlees mee te verscheuren’.

En hiermee ben ik meteen bij een derde eigenschap van Attenboroughs taalgebruik aanbeland. Hij praat namelijk vaak erg langzaam vergeleken met andere sprekers. Voor een ondertitelaar is dat een groot voordeel, want hoe sneller iemand spreekt, hoe minder plaats er is voor de vertaling. Dat noemen we de leessnelheid, en dat slaat op de verhouding spreektijd vs. presentatietijd van de ondertitels. Bij Attenborough ligt het spreektempo vaak vrij laag, hoewel ook hij soms te veel wil zeggen in te weinig tijd, waardoor ik ook bij hem soms noodgedwongen informatie moet schrappen. Maar in dit voorbeeld had ik wat tijd over, waardoor ik de vertaling zelfs iets kon uitbreiden vergeleken met het Engels en dat komt maar heel weinig voor.

Een voorproefje van de documentaire, verteld door David Attenborough (zonder ondertitels).

Attenborough and the Giant Dinosaur is a.s. zondag om 20.15 uur te zien op Canvas, en daarna online op canvas.be.

gepubliceerd op 29 december 2016