Bij Nevero maken we audiovisuele projecten toegankelijk voor anderstaligen of mensen met een visuele of auditieve beperking.

Geen categorie

Website en nieuwsbrief voor onze Nederlandse vestiging

Sinds 1 september 2016 heeft Nevero een tweede vestiging, in Nederland nog wel! Jaar na jaar blijkt immers dat een groot deel van de groei van het bedrijf uit Nederland komt. Daarom leek het een logische stap om ook daar gevestigd te zijn. En bij een nieuwe vestiging hoort natuurlijk ook een nieuwe website. Op www.nevero.nl lees je meer over wat we zoal doen en voor wie natuurlijk!

Een stapel documenten die gericht zijn aan de Nederlandse vestiging van Nevero.

Een stapel documenten die gericht zijn aan de Nederlandse vestiging van Nevero.

Maar dat is nog niet alles. Bij de nieuwe website hoort ook een nieuwsbrief. Om de zoveel tijd brengen we je op de hoogte van projecten waar we aan hebben meegewerkt en verspreiden we nieuwtjes uit de sector.

Interesse? Onze eerste nieuwsbrief staat al online. Inschrijven kan via de knop links bovenaan op de website of door het formulier in te vullen op de Nederlandse site.

gepubliceerd op 24 maart 2017

Nevero Nederland

Sinds 1 september heeft Nevero een tweede vestiging, in Nederland nog wel! Wie mijn blog regelmatig volgt, weet dat we bij Nevero ook veel voor Nederlandse klanten werken. Sterker nog: jaar na jaar blijkt dat een groot deel van de groei van het bedrijf uit Nederland komt. Daarom leek het een logische stap om ook daar een vestiging te hebben.

Binnenkort volgt er ook een aparte nl-website, maar hier zijn alvast de gegevens van onze tweede vestiging:

Gelissendomein 8 bus 63
6229 GJ Maastricht
Tel: +31 (0)43 7600 131

Een stapel documenten die gericht zijn aan de Nederlandse vestiging van Nevero.

Een stapel documenten die gericht zijn aan de Nederlandse vestiging van Nevero.

gepubliceerd op 11 oktober 2016

 

Over toeters, bellen, wereldbollen en andere clichés

“Geen toeters en bellen!” was zo ongeveer het eerste wat ik zei toen mijn webdesigner vroeg welke ‘look and feel’ ik voor deze website in gedachten had. Meteen daarna zei ik iets als: “En ook niet van die clichéplaatjes zoals wereldbollen en vlaggen en zo.”

Dat mijn webdesigner goed kan luisteren, blijkt wel uit het eindresultaat, want mijn website is vrij sober gebleven. Bovendien ziet de site er ook mooi uit op mobiele toestellen, maar dat is een ander verhaal.

Wat mij wel opviel toen we aan de site bezig waren, was hoeveel bedrijven en freelancers in de vertaalsector uitsluitend clichéplaatjes gebruiken op hun website. Naast de obligate wereldbol en vlaggen (internationaal, weet u wel) worden ook vaak stockfoto’s van breed lachende mensen gebruikt. Dat ik niet de enige ben die dat fake vindt, wist ik al, want AGConsult heeft er jaren geleden al een blogartikel aan gewijd.

Studente Lore Van den Bossche loopt momenteel stage bij De Taalsector en besloot voor haar stageproject te onderzoeken hoe de sector op een aantrekkelijke manier in beeld gebracht kan worden. In het eerste deel van haar onderzoek ging ze na hoe taalprofessionals zichzelf in beeld brengen. Ook zij kwam talloze sites tegen met wereldbollen, landkaarten, foto’s van hoofdsteden en natuurlijk stockfoto’s van hardwerkende extreem gelukkige mensen. Maar ze vond ook bedrijven “die zichtbaar hun best doen om niet met clichébeelden en ingekochte foto’s in beeld te komen”. Een van de voorbeelden die ze aanhaalde was Nevero, en vooral de actiefoto’s op onze Facebook-pagina vielen bij haar in de smaak: “Hun beelden vind ik leuk en dynamisch, met een persoonlijke toets.” En dat was nu precies de bedoeling.

Ons bijenwindmolentje oftewel het Yools-logo 'in het echt'.

Ons bijenwindmolentje oftewel het Yools-logo ‘in het echt’.

Het artikel van Lore kun je nalezen op de website van De Taalsector. Onze website is gemaakt door Yools. Zij hebben een bij als logo die wel heel veel wegheeft van het windmolentje in onze tuin.

gepubliceerd op 18 februari 2016

Keerpunt

Ik zou in mijn laatste blogartikel van dit jaar kunnen schrijven hoe Nevero met dubbele cijfers gegroeid is of dat ik mijn team met twee mensen heb uitgebreid. Maar om de een of andere reden voelt het niet goed om met dat soort jubelberichten uit te pakken. Ja, 2015 was een keerpunt in mijn onderneming, maar het was zeker geen gemakkelijk jaar. Dus in plaats van een blog over de fantastische resultaten, schrijf ik liever over het proces dat eraan voorafging.

Eigenlijk viel het keerpunt precies in het midden van het jaar, namelijk in de laatste week van juni, toen ik op vakantie vertrok. Nu is op vakantie gaan altijd spannend als je een eigen bedrijf hebt, maar gelukkig heb ik een fijne, betrouwbare collega bij wie de lopende projecten in goede handen zijn. Alleen… vlak voor mijn vakantie had ik nog een filmbeschrijving afgewerkt en ik wist dat er bij terugkomst nog veel meer films op me lagen te wachten. Ik wist ook dat de kans groot was dat audiodescriptie in de maanden die volgden flink zou gaan boomen, en dat was natuurlijk wat we al die tijd al wilden. Toch? Toch!?

Hoe meer ik erover nadacht, hoe meer ik tot het inzicht kwam dat het veel te veel werk zou zijn om al die films zelf te blijven beschrijven. Bovendien zou ik mezelf dan hoe dan ook klemzetten, want ik heb nog andere klanten en projecten die mijn aandacht vragen. Nu heb ik de afgelopen jaren een team opgebouwd dat voor mij schrijft en ondertitelt en elkaars werk nakijkt, maar deze collega’s houden zich hoofdzakelijk bezig met webvideo’s en een speelfilm is toch wel iets heel anders. Immers, een speelfilm vertelt een doorlopend verhaal terwijl een webvideo vooral informatief bedoeld is. Vandaar dat ik die speelfilms zo graag zelf wilde doen. En zo bleef het maar draaien in mijn hoofd…

Gelukkig heb ik een goede coach die me met dat soort vraagstukken kan helpen. Niet dat zij me vertelt wat ik moet doen – wie mij een beetje kent, weet dat dat eerder een averechts affect heeft – maar zij is iemand die volledig losstaat van mij en mijn bedrijf en die handvatten aanreikt en me leert om de situatie op een andere manier te bekijken.

Wat bleek nu? Alles maar in handen houden, was inderdaad geen goed idee, maar het tegenovergestelde (alles zomaar uit handen geven), zou mij ook geen goed gevoel geven. In plaats daarvan liet ze me inzien hoeveel tijd en energie ik soms stop in dingen die helemaal geen kerntaken zijn. Als ik die taken nu zou uitbesteden, zou ik veel meer focus overhouden voor wat er wel toe doet. En zo gebeurde.

Het grappige is dat ik gaandeweg ontdekte dat er in mijn team heel wat verborgen talenten zaten. Concreet:

  • De fijne collega die de planning en het projectmanagement in goede banen leidt als ik er niet ben, doet dat nu ook voor een deel als ik er wel ben. Gevolg: ik hoef me niet meer druk te maken om elk mailtje dat binnenkomt en het geeft me veel rust om te weten dat dringende dingen toch wel opgepikt worden.
  • Een van de collega’s die zich tot dan toe had beziggehouden met het ondertitelen en beschrijven van webvideo’s blijkt een getalenteerd filmbeschrijfster te zijn. Vooral boekverfilmingen blijken haar te liggen en het doet me altijd veel plezier om het commentaar bij haar scripts te lezen, waarin ze nauwgezet de stijl van de film vergelijkt met die van het boek.
  • Een teamlid dat ik een aantal jaar geleden van de schoolbanken heb geplukt, blijkt intussen een enorme hoeveelheid werk aan te kunnen. Steeds als ik denk dat ze me zal laten weten dat ze er helaas echt niks meer bij zal kunnen nemen, neemt ze het werk toch aan en ondanks alle drukte en de soms erg late aanlevering van het materiaal blijven haar scripts van hoge kwaliteit.

Wat mezelf betreft, mijn nieuwe rol is die van eindredacteur voor de film- en tv-scripts en dat bevalt me prima. De eindredacteur is degene die de laatste controle van het materiaal doet voor het naar de klant gaat. Dat gaat veel sneller dan zelf schrijven, en doordat mijn teamleden het schrijf- en coördinatiewerk voor een deel hebben overgenomen, hou ik meer tijd over om alles na te kijken én voor mijn eigen schrijf-, vertaal- en ondertitelwerk.

En zo komt het dat we het jaar met mooie cijfers kunnen afsluiten en het nieuwe jaar vol vertrouwen tegemoetzien.

gepubliceerd op 31 december 2015

Ondernemersdilemma: personeel aannemen of niet

De Reünie, Karakter, BOY 7, De Boskampi’s, Holland – Natuur in de Delta, Garage 2.0, Blind naar de Top, Tessa… Dit is maar een kleine greep uit de vele films, documentaires en tv-series waarvoor we de afgelopen maanden de audiodescriptie hebben geschreven. En dan zijn er natuurlijk ook nog de live-evenementen en webvideo’s die we audiobeschrijven en het andere vertaal- en ondertitelwerk dat we verzorgen.

Kortom: het is druk en het ziet er niet naar uit dat daar snel verandering in zal komen. Op zich is dat goed natuurlijk, maar in drukke periodes komt vroeg of laat de vraag op: is het tijd om uit te breiden of niet? Dit keer is het antwoord een duidelijke ja, want verschillende mensen in mijn team hebben de laatste maanden al aangegeven dat het toch wel veel begint te worden… Vraag nummer twee is dan: oké, we breiden uit, maar hoe?

Tot nu toe werk ik met een team van freelancers. Zeker in een sector waarin alles dringend is en flexibiliteit een must is, is dat een groot voordeel. Alleen, nu mijn bedrijf groter begint te worden, is het misschien de moeite om het team aan te vullen met een of meer medewerkers in loondienst. Gelukkig organiseert Unizo, de ondernemersvereniging waar ik lid van ben, regelmatig infosessies en afgelopen week was er zo’n sessie over het aannemen van je eerste werknemer.

De infosessie ging van start met een getuigenis van twee ondernemers die het afgelopen jaar de stap gezet hebben om met personeel te gaan werken. Erg leerzaam vond ik dat, omdat de ondernemers niet alleen vertelden over de vele voordelen die het werken met personeel had in hun bedrijf, maar ook durfden stil te staan bij de nadelen. Zoals een van hen het treffend verwoordde: je bent niet langer een zelfstandige, maar je wordt een manager en dat is een heel andere rol.

Na de getuigenissen konden we twee workshops volgen uit een aanbod van vier verschillende sessies.

Als eerste workshop koos ik voor de sessie waarin werd uitgelegd hoeveel een personeelslid nu precies kost en welke verplichtingen je als werkgever allemaal moet vervullen voordat je überhaupt mag beginnen met het aannemen van personeel. Gelukkig werd in deze sessie ook uitvoerig stilgestaan bij de recente regeringsmaatregelen die de kosten van het werken met personeel toch wel aanzienlijk drukken.
De tweede workshop die ik gevolgd heb, ging over het selecteren van medewerkers. Achteraf gezien was die sessie voor mij minder interessant omdat ik al ervaring had bij het beoordelen van cv’s en het opstellen en nakijken van selectieproeven. Ook het voeren van sollicitatiegesprekken was voor mij geen nieuw terrein meer, maar het is toch goed om het allemaal uit de mond van iemand anders te horen. Als ik opnieuw had mogen kiezen, zou ik als tweede workshop waarschijnlijk de sessie gevolgd hebben over alternatieve methoden om je team uit te breiden, zoals het werken met freelancers (wat ik nu al doe) en het hoe en wat van een IBO (individuele beroepsopleiding).

Na de workshops was er een gezellige netwerkbijeenkomst. Wat mij vooral opviel, was hoe veel ondernemers zich in exact dezelfde positie bevinden als ikzelf. Veel van de mensen die ik sprak hebben ook een bedrijf dat ineens snel begint te groeien en werken nu met freelancers. Ook  vond ik het fijn om te horen dat ik niet de enige ben die worstelt met de overstap naar het werken met personeel, ook al is die nu iets kleiner geworden.

Toch heb ik besloten om (voorlopig) met freelancers te blijven werken. Sterker nog: vorige maand heb ik een nieuwe freelancer aan mijn team toegevoegd en intussen ben ik druk bezig met haar begeleiding en verdere opleiding. Over een aantal maanden zal ze (als het goed is) volledig opgeleid zijn en klaar zijn om volop mee te draaien in het team. En zo bereiden we ons voor op een nieuw, druk jaar.

gepubliceerd op 13 december 2015