Bij Nevero maken we audiovisuele projecten toegankelijk voor anderstaligen of mensen met een visuele of auditieve beperking.

Ondertiteling

Engelstalig artikel over ons ondertitelwerk in Circuit

Een paar maanden geleden kreeg ik een voorstel uit Canada. De Ordre des traducteurs, terminologues et interprètes agréés du Québec (OTTIAQ) vroeg of ik wilde meewerken aan het volgende nummer van Circuit, hun magazine over taal en vertalen. Het nummer van dit kwartaal staat nl. in het teken van audiovisuele vertaling, dus schreef ik een Engels artikel over het ondertitelen van bedrijfsfilms. Het artikel staat sinds vorige week online en heeft als titel ‘More than Words: Interlingual Subtitling in a Bilingual Country – Translating and Subtitling Corporate Videos’.

In het artikel schrijf ik over het vertaal- en ondertitelwerk dat we doen voor onze klant Clickable Video. Het gaat hierbij om Nederlands of Frans gesproken video’s die we in de andere taal vertalen zodat de eindklant, Stichting tegen Kanker, van elke video een volledig tweetalige versie heeft (nl. ofwel een Frans gesproken video met Nederlandse ondertitels ofwel een Nederlands gesproken video met Franse ondertitels).

Screenshot van een van de video’s die ik in het artikel bespreek

Screenshot van een van de video’s die ik in het artikel bespreek

Naast wat algemene achtergrondinformatie en een beknopte uitleg over de technische aspecten die bij het ondertitelen komen kijken, sta ik in het artikel ook stil bij een aantal zaken die het vertalen van bedrijfsvideo’s net iets anders maken dan het vertalen van bijvoorbeeld een tv-programma. Het volledige artikel is online te lezen via deze link: http://www.circuitmagazine.org/dossier-130/more-than-words.

Circuit is al twee keer uitgeroepen tot beste tijdschrift door de International Federation of Translators (Internationale Vereniging voor Vertalers). Het was dan ook een hele eer om voor dit toonaangevende blad te schrijven.

gepubliceerd op 21 april 2016

Vertaling en ondertiteling voor de VRT

De tekst van de commentaarstem bij een natuurdocumentaire op Canvas, de ondertitels van een tv-serie als Black Mirror of een combinatie van vertaling en ondertiteling zoals in de docureeks Wild Colombia… De kans is groot dat je op het eind van een VRT-programma al de vermelding ‘vertaling: Susanne Verberk’ voorbij hebt zien komen. Sinds 2012 verzorg ik nl. regelmatig de Nederlandse ondertiteling en commentaarvertaling voor de verschillende VRT-zenders.

De VRT-toren op een zonnige nazomerdag

De VRT-toren op een zonnige nazomerdag

Anders dan bij het werk voor andere klanten, doe ik het vertaal- en ondertitelwerk voor de VRT altijd zelf. Waar mijn andere klanten het prima vinden als ik voor hun opdrachten samenwerk met mijn team van freelancers, heeft de VRT er bewust voor gekozen om enkel met individuele vertalers-ondertitelaars samen te werken. Overigens: ik ben bij de VRT terechtgekomen nadat ze me om audiodescriptie-advies vroegen, maar dat is weer een ander verhaal.

gepubliceerd op 31 maart 2016

Het audiobeschrijven van een historische film

Bij films die zich in het verleden afspelen is het altijd oppassen geblazen als audiovisueel vertaler. Zo zag ik laatst een bijzonder terechte vraag op een forum voor ondertitelaars. In een scène waarin twee ridders door een verlaten landschap reden, vroeg de ene ridder aan de andere of hij de omgeving kende. Als antwoord stond er ‘als mijn broekzak’ in de ondertitel, maar, zo vroeg deze collega zich af: hadden broeken al zakken in de middeleeuwen? Iemand anders bleek dat voor een andere film al eens helemaal te hebben uitgeplozen en het antwoord was: nee, broekzakken zijn pas (veel) later ontstaan.

Iets vergelijkbaars maakte ik laatst mee toen ik bezig was aan de audiodescriptie van een historische film. Op een bepaald moment werd er een gebouw afgebroken in die film en daarvoor kwam er een machine in beeld die verdacht veel op een bulldozer leek. De vraag was nu niet of bulldozers toen al bestonden – dat is iets wat de regisseur als het goed is heeft laten uitzoeken – maar of ze toen ook al ‘bulldozer’ genoemd werden. Het zou immers raar zijn om in de audiobeschrijving ineens een woord te gebruiken dat helemaal nog niet bestond in die tijd.

Gelukkig bracht de Dikke Van Dale raad, want dat woordenboek vermeldt ook wanneer een woord in de Nederlandse taal terecht is gekomen. Het woord ‘bulldozer’ is na 1950 in onze taal opgenomen en de scène waar het om ging speelt zich af in 1958, dus ik kon het woord zonder problemen gebruiken.

Een Italiaanse tuin met een oud standbeeld op een sokkel en daarnaast een luidspreker aan de muur van een gebouw…

Een Italiaanse tuin met een oud standbeeld op een sokkel en daarnaast een luidspreker aan de muur van een gebouw…

Voor wie zich afvraagt hoe mijn collega het probleem met die middeleeuwse broekzak heeft opgelost; in de vertaling antwoordt de ridder nu dat hij de streek ‘op z’n duimpje’ kent. Zo zie je maar hoe een klein woordje soms heel wat hoofdbrekens kost.

 

gepubliceerd op 3 maart 2016

Waarom je niet zomaar een film mag vertalen of ondertitelen

Vorige week trok een artikel van de ombudsman van De Standaard mijn aandacht. In ‘Je mag niet zomaar artikels vertalen’ legt Tom Naegels uit dat een journalist zich wel op teksten van collega-journalisten mag baseren bij het schrijven van een artikel, maar dat hij of zij in geen geval hele paragrafen mag overschrijven c.q. vertalen. Zelfs met een bronvermelding is er dan sprake van plagiaat.

Dat verhaal deed me weer denken aan het artikel ‘Ondertitelaars films en series slepen Stichting Brein voor de rechter’, dat op 3 februari op de site van de NOS verscheen. Voor de duidelijkheid: de ‘ondertitelaars’ waar het in dit artikel over gaat, zijn geen professionele vertalers en ondertitelaars, maar amateurs die als hobby films vertalen en ondertitelen. Hoewel ze daarmee de Auteurswet overtreden, zijn deze hobbyisten zich van geen kwaad bewust. Immers, die wet is al zo oud dat de regels vast niet meer van toepassing zijn…

De meeste mensen zullen begrijpen dat je niet zomaar een roman mag kopiëren en uitdelen – zelfs niet als je het gratis doet. Daarmee benadeel je namelijk de auteur van het oorspronkelijke boek. Om dezelfde reden mag je geen films van het internet halen en verder verspreiden. Maar je mag ook geen ‘bewerkingen’ maken van dergelijke werken. En een vertaling wordt gezien als een bewerking.
Vandaar dat het verboden is om op eigen houtje een boek te vertalen en die vertaling met anderen te delen. Je mag gerust een boek vertalen als je dat leuk vindt om bijvoorbeeld je talenkennis bij te houden, zolang je die vertaling maar voor jezelf houdt. Hetzelfde geldt voor het vertalen en ondertitelen van films. Zolang je het resultaat van je inspanningen niet met anderen deelt, doe je niemand kwaad – tenminste, voor zover je op een legale manier aan het videomateriaal bent gekomen… Maar je mag die vertalingen en ondertitels niet verder verspreiden.

Een nijvere bij in een veld witte lavendel.

Een nijvere bij in een veld witte lavendel.

Sommige amateur-ondertitelaars beweren dat dankzij hen films en dergelijke toegankelijk worden voor mensen die de oorspronkelijke taal niet machtig zijn of voor dove en slechthorende kijkers. Dat is een heel nobel streven, maar ook dan heb je de toestemming nodig van de oorspronkelijke makers van de film – en die hebben ze niet.

Het spreekt voor zich dat wij wél de nodige toestemmingen hebben voor de vertalingen en ondertitels die we maken.

gepubliceerd op 25 februari 2016

Zelf video’s ondertitelen – Tips & Tricks

In mijn vorige artikel legde ik uit wat er bij ondertiteling in het algemeen komt kijken. Deze keer ga ik dieper in op een aantal praktische aspecten van het ondertitelen.

Tekstblokjes maken

Als je net begint te ondertitelen, is het heel verleidelijk om zoveel mogelijk tekst in je eerste tekstblokje te proppen en dan door te gaan naar het volgende blokje. Alleen levert dat zelden een mooi resultaat op. Je ondertitels worden een stuk beter als je de volgende basisregels in acht neemt:

    • Als je een zin over verschillende ondertitels moet verdelen, zorg dan dat je op een logische plaats splitst. Een komma of korte rustpauze van de spreker is vaak een goed moment om te splitsen.
    • Hou ‘grammaticale eenheden’ bij elkaar. Eindig een ondertitel dus niet met een lidwoord (bijv. ‘het’) en begin de volgende ondertitel niet met het zelfstandig naamwoord (bijv. ‘huis’). Dit maakt je ondertitels erg moeilijk te volgen!
    • Elke ondertitel moet op zich een betekenis hebben (dus een zin of zinsdeel zijn). Als je laatste ondertitel dus eindigt op een paar woorden (die op zichzelf niks zeggen), moet je kijken of je je zin niet beter ergens anders kunt splitsen, dus niet: We wisten het niet, maar hij was de eigenaar // van het huis. maar: We wisten het niet, // maar hij was de eigenaar van het huis. (// geeft aan waar de ondertitel gesplitst is).
    • De ondertitels moeten synchroon lopen met het geluid. Zorg dus dat wat er in de ondertitel staat overeenkomt met wat er op dat moment gezegd wordt.
    • En nog een laatste tip: ondertitels mogen in principe nooit meer dan twee tekstregels bevatten. Meer tekst verstoort het beeld te veel.

Timing van de ondertitels

    • Zoals hierboven beschreven, moeten de ondertitels synchroon lopen met het beeld, maar vaak is het wel mogelijk om ze iets eerder te laten verschijnen en/of iets langer te laten staan, zodat de kijker meer tijd heeft om ze te lezen.
    • De ondertitels mogen niet door elkaar lopen: let er dus op dat de vorige ondertitel uit beeld is vóór je de volgende in beeld brengt. Bovendien is er een kleine ‘ruimte’ tussen de ondertitels nodig (doorgaans vier of vijf beeldjes of 16 à 20 milliseconden), zodat de kijker doorheeft dat de ene ondertitel weg is voor de volgende verschijnt.
    • Probeer de ondertitels zoveel mogelijk in het ‘shot’ te plaatsen waar ze thuishoren. Het is erg storend wanneer ondertitels na een scènewissel nog even in beeld blijven ‘hangen’.

Dit zijn slechts enkele basisregels van het ondertitelen, in de praktijk zijn er nog veel meer zaken waar de ondertitelaar rekening mee moet houden.

oorspronkelijk gepubliceerd in juni 2011 op kmonet.be

Zelf video’s ondertitelen – of toch maar niet?

Nevero is gespecialiseerd in het vertalen en ondertitelen voor bioscoop, tv en internet. Maar kun je dat niet net zo goed zelf doen? En waar moet je dan op letten? Dat zijn twee vragen die wij de laatste tijd steeds vaker krijgen. In dit artikel geven we het antwoord op de eerste vraag. De tips komen een volgende keer aan bod.

Ondertitelen – zo moeilijk kan dat toch niet zijn…
Het lijkt zo eenvoudig, ondertitelen. Je vertaalt ‘gewoon’ een script en klaar is Kees! En ondertitelen voor doven en slechthorenden is helemaal een fluitje van een cent, want daarvoor hoef je ‘alleen maar’ in te tikken wat er gezegd wordt.

Of toch?
Toch komt er veel meer bij kijken. Zo worden ondertitels niet in een tekstverwerker, maar in gespecialiseerde ondertitelsoftware aangemaakt. Op internet kun je heel wat gratis software vinden om ondertitels te maken (denk aan Subtitle Workshop), maar echt gebruiksvriendelijk zijn die pakketten niet. En bovendien heb je daarmee nog geen kant-en-klare ondertitels.
De ondertitelaar vult nl. niet alleen wat tekstblokjes in, maar vooral (en dat is heel belangrijk) de tijdcode-informatie die bij die tekstblokjes hoort. Met andere woorden: wanneer komt de ondertitel in beeld en wanneer moet hij weer verdwijnen? Bovendien is er maar een beperkte ruimte op het scherm en mogen de ondertitels ook niet te snel voorbij flitsen, want dan kan niemand ze nog lezen. Al bij al is het dus een heel delicaat proces waarbij je voortdurend tijd en plaats tegen elkaar moet afwegen. Daarnaast moet je ook onberispelijk schrijven, want niets leidt de aandacht van de kijker meer af dan een ondertitel waar een taalfout in staat. En dan hebben we het nog niet eens over je kennis van vreemde talen die broodnodig is wanneer je vertalende ondertitels wilt maken.

Professionele ondertitelaars
Ondertitelen is dus niet iets wat je in een middagje leert, integendeel. De mensen die bij ons beginnen, hebben toch wel een paar maanden nodig om de basis van het ondertitelen onder de knie te krijgen. Maar al die inspanningen lonen wel: een ervaren ondertitelaar werkt algauw 20 tot 30 minuten programma per dag af, afhankelijk van hoeveel er gesproken wordt in het programma en de moeilijkheidsgraad.

Kant-en-klaar
En als de ondertitels klaar zijn, leveren wij ze in het gewenste formaat aan: een apart bestandje dat de videospeler kan lezen voor internetondertiteling, een videobestand met de ondertitels vast in beeld gebrand, een ‘professioneel’ fileformaat zoals .pac voor een tv-zender, …

Kortom: door ondertitelwerk aan een professional uit te besteden, bespaar je jezelf veel tijd en kopzorgen!

oorspronkelijk gepubliceerd in juni 2011 op kmonet.be

 

Waarom onze audiobeschrijvers ook ondertitelen

Een tijdje geleden schreef ik dat ik een nieuwe freelancemedewerker aan het opleiden ben. Binnenkort zal zij de stap zetten van ondertiteling naar audiodescriptie.

Het is namelijk zo dat al onze audiobeschrijvers ook ondertitelen. De belangrijkste reden daarvoor is een praktische: veel klanten vragen ons om hun video’s voor iederéén toegankelijk te maken. Daarom zorgen we voor ondertiteling voor doven en slechthorenden en voor audiodescriptie voor blinden en slechtzienden. In sommige gevallen voegen we ook nog een tekstalternatief toe. Dat is een uitgeschreven weergave van wat er in een webvideo te zien én te horen is.

Op zich is het best mogelijk om in zo’n geval iemand te zoeken die de ondertitels maakt en iemand anders in te zetten voor de audiobeschrijving, maar in de praktijk worden beide taken door dezelfde persoon uitgevoerd. Dat maakt het veel eenvoudiger om projecten in te plannen, want ook de eindredactie gebeurt door één persoon. In plaats van vier hebben we dus maar twee mensen nodig om een video toegankelijk te maken (nl. één audiobeschrijver-ondertitelaar en één eindredacteur die zowel de audiobeschrijving als de ondertiteling nakijkt – de opname en mixage van de audiodescriptie gebeuren extern).

Een andere belangrijke reden is dat het de opleiding en verdere begeleiding veel eenvoudiger maakt. Audiodescriptie is een relatief recent vak, en hoewel het al op enkele vertaalopleidingen gegeven wordt, bestaat er nog geen echte opleiding tot audiobeschrijver. Daarom leid ik mijn nieuwe medewerkers zelf op.

Die opleiding verloopt altijd op dezelfde manier: eerst leren ze om ondertitels te maken voor doven en slechthorenden. Pas als dat goed gaat, stappen we over op audiodescriptie. Het voordeel van die methode is dat de medewerker al geleerd heeft om blokjes videomateriaal heel precies te timen. Dat timen of spotten is een technische vaardigheid, die veel concentratie vergt en die beginnende ondertitelaars vaak lastig vinden. Daarnaast leer je als ondertitelaar al om op een andere manier naar je bronmateriaal te kijken, of beter gezegd, te luisteren. Waar je bij ondertiteling natuurlijk geconcentreerd bent op wat er allemaal te horen is, moet je je als audiobeschrijver focussen op wat er te zien is én in hoeverre het belangrijk is om die beelden te beschrijven. Die omschakeling verloopt makkelijker als je van ondertiteling overstapt naar audiobeschrijving dan omgekeerd.

Zelfs nu we een aantal film- en tv-projecten hebben waarvoor we alleen de audiodescriptie verzorgen, heeft ons nieuwste teamlid zich de afgelopen tijd enkel beziggehouden met ondertitelopdrachten. Pas de komende weken komt daar verandering in.

gepubliceerd op 16 januari 2016

Over Jack de tonijnvisser en Vivian Maier de fotografe

Deze week heb ik voor het eerst een maaltijdbox van HelloFresh besteld (ja, dat was inderdaad een van m’n goede voornemens). Ik vond het een erg makkelijke manier om nieuwe, gezonde recepten uit te proberen, maar wat ik vooral leuk vond aan de box, was dat tussen de recepten ook wat achtergrondinformatie zat over de tonijn die in het pakket zat. Het was namelijk niet zomaar een tonijn, nee, deze tonijn was gevangen door Jack, die met zijn boot de Millie G. voor de kust van Californië met een hengel op tonijn vist. Bij het tekstje stond ook een foto van Jack op z’n boot en een gigantische tonijn.

Dat tekstje zette me aan het denken. Natuurlijk is het een leuke marketingtruc om een ‘verhaaltje’ aan een product te koppelen, maar dit verhaal is authentiek, en dat maakt het anders. In feite probeer ik met mijn blog precies hetzelfde te doen en ik heb me voorgenomen om dit jaar nog vaker een blik achter de schermen te geven in mijn blogartikelen (inderdaad, nog een goed voornemen).

Een van mijn laatste projecten van vorig jaar was de documentaire Finding Vivian Maier, die ik voor Canvas heb vertaald en ondertiteld. In de documentaire werd hoofdzakelijk Engels gesproken, maar er zaten ook een paar Franse fragmentjes in. Nu zijn Frans en Engels mijn twee belangrijkste brontalen (dat wil zeggen de talen waar ik uit vertaal), dus dat kwam goed uit. Maar zelfs als ik geen Frans had gestudeerd, zou dat voor deze documentaire geen groot probleem zijn geweest, want naast de Engelse uitgeschreven tekst van de dialogen, kreeg ik ook een Engelse vertaling van de Franse fragmenten waar ik me op kon baseren.

Sommige vertalers zullen nu zeggen dat je alleen mag vertalen uit de talen die je zelf beheerst (en op zich ben ik het daar wel mee eens), maar in de praktijk gebeurt het soms dat je als ondertitelaar een bestaande vertaling krijgt als basismateriaal. Nu is het voor gangbare talen als Frans of Duits meestal wel mogelijk om een vertaler te vinden die rechtstreeks uit de brontaal kan ondertitelen, maar voor minder courante talen kan zo’n tussenvertaling een goede oplossing zijn. Overigens, ook conferentietolken vertalen niet altijd rechtstreeks uit de taal van een spreker. Als zij via een tussenvertaling werken, heet dat ‘op relais’ tolken.

Voor Finding Vivian Maier heb ik zelf rechtstreeks uit het Frans en het Engels ondertiteld met de uitgeschreven teksten als referentiemateriaal. In de documentaire wordt het verhaal verteld van Vivian Maier, een kindermeisje uit New York dat in haar vrije tijd de stad in trok om foto’s te maken. Na haar dood werd haar werk per toeval ontdekt en werd ze uitgeroepen tot een van de grootste straatfotografen van de twintigste eeuw.

gepubliceerd op 9 januari 2016

Gastcollege aan de KU Leuven – Campus Antwerpen

Afgelopen maandag heb ik een gastcollege gegeven aan de studenten van het Postgraduate Programme in Specialised Translation aan de KU Leuven – Campus Antwerpen. Zoals de naam al aangeeft, is dit een Engelstalige opleiding en dus gaf ik mijn college ook in het Engels.

Mijn presentatie had de titel Audio Description and Other Forms of Media Accessibility en is een vast onderdeel van het vak Audiovisual Translation binnen deze opleiding. In vier uur tijd heb ik de studenten wegwijs gemaakt in een aantal bijzondere vormen van audiovisuele vertaling die allemaal onder de noemer ‘mediatoegankelijkheid’ vallen.

Mediatoegankelijkheid houdt in dat je audiovisuele informatie toegankelijk maakt voor iedereen. Denk maar aan ondertitels voor doven en slechthorenden, waarbij we geluiden omzetten in geschreven vorm zodat mensen met een auditieve beperking toch weten wat er allemaal te horen is in bijvoorbeeld een film of tv-programma.

Audiodescriptie valt ook onder mediatoegankelijkheid, want hierbij maken we informatie toegankelijk voor mensen die blind of slechtziend zijn. En net zoals ondertiteling is audiobeschrijving een vorm van vertaling omdat audiovisueel materiaal wordt omgezet van de ene vorm in de andere (beelden worden woorden, dus visuele informatie wordt omgezet in een gesproken vorm).

Naast audiodescriptie en ondertiteling had ik het ook over mengvormen waarbij we bijvoorbeeld ondertitels ‘hoorbaar’ maken voor mensen die niet (goed) zien. En tot slot gaf ik steeds aan welke kennis en vaardigheden vereist zijn om dit werk te kunnen doen.

Tijdens het college kreeg ik al verschillende vragen van de studenten en ook achteraf heb ik nog vragen en positieve reacties gehad. En zo komen er binnenkort weer een aantal nieuwe audiovisuele vertalers op de markt voor wie mediatoegankelijkheid iets minder geheimen heeft.

gepubliceerd op 17 december 2015

Het ondertitelen van Blind naar de Top

Nadat ik vorige week de audiodescriptie heb besproken ga ik het deze week hebben over het ondertitelen van Blind naar de Top. Vanaf de tweede aflevering is het programma namelijk voorzien van ondertiteling voor doven en slechthorenden en ook deze ondertitels zijn van onze hand.

Een foto van de Kilimanjaro, de berg die de deelnemers proberen te beklimmen.

Een foto van de Kilimanjaro, de berg die de deelnemers proberen te beklimmen.

Een foto van de Kilimanjaro, de berg die de deelnemers proberen te beklimmen.

Bij ondertiteling voor doven en slechthorenden zijn er drie dingen waar je als ondertitelaar rekening mee moet houden:

  • Wat wordt er gezegd in het programma en hoe (als dat belangrijk is).
  • Welke achtergrondgeluiden zijn er te horen die van invloed zijn op hoe je het programma ervaart.
  • Welke muziek is er te horen.

Dat de ondertitels moeten weergeven wat er gezegd wordt, spreekt voor zich. Vroeger werd de tekst sterk vereenvoudigd in ondertiteling, maar tegenwoordig is het de bedoeling dat we zo precies mogelijk schrijven wat er te horen is. Toch zullen de ondertitels vrijwel nooit helemaal letterlijk zijn omdat ze anders veel te snel voorbij geflitst komen. Korte aarzelingen laten we om die reden nog steeds weg, en echt snelle praters worden toch nog samengevat.
Ook de manier waarop iets gezegd wordt, kan belangrijk zijn om weer te geven in de ondertiteling. Iemand kan een serieuze opmerking maken, maar als dat al grinnikend gebeurt, is het meteen duidelijk dat het maar een grapje is. Als de spreker op zo’n moment niet in beeld staat (en je dus niet ziet dat hij of zij lacht), kan de opmerking anders opgevat worden voor wie het geluid niet hoort, dus dan voegen we toe hoe het gezegd wordt.
Hetzelfde geldt voor mensen met een accent. Meestal is het helemaal niet belangrijk of iemand een accent heeft of niet, tenzij er een opmerking over gemaakt wordt of dat de accentspreker geïmiteerd wordt bijvoorbeeld. Dan kan het nuttig zijn om toch een hint te geven in de ondertiteling.

Ook achtergrondgeluiden kunnen belangrijk zijn. Bij Blind naar de Top waren de meeste achtergrondgeluiden ook zichtbaar, dus dan hoeven ze geen omschrijving te krijgen in de ondertiteling. Denk hierbij aan de wandelstokken die over de rotsen schrapen: dat zie je én het geluid voegt ook niet zoveel toe, dus dat ondertitelen we niet.
Een klassiek voorbeeld waarbij achtergrondgeluiden wel belangrijk zijn, is een enge film. Als iemand zich in een kast opsluit en voortdurend bang om zich heen kijkt, kun je je wel voorstellen dat er wellicht een moordenaar rondsluipt. Maar pas als je weet dat er voetstappen te horen zijn die bovendien steeds dichterbij komen, wordt het echt spannend…

Tot slot vermelden we in de ondertitels welke muziek er te horen is. Muziek speelt namelijk een erg belangrijke rol bij het creëren van een bepaalde sfeer. Meestal ondersteunt de muziek de beelden, zodat je spannende muziek hoort wanneer de klimmers een bergwand op klauteren in Blind naar de Top.
Het komt ook voor dat de muziek bewust afwijkt van wat je zou verwachten. Een grappig voorbeeld hiervan is de film The Martian, die momenteel in de bioscoop draait. Daar zijn voortdurend vrolijke liedjes uit de jaren zeventig te horen terwijl de gestrande marsreiziger zich uit de meest penibele situaties moet zien te redden.

In Blind naar de Top hebben we twee soorten muziekomschrijvingen gebruikt. Bij instrumentale muziek geven we aan welke sfeer de muziek uitademt (zoals de spannende muziek die ik hierboven al aanhaalde). Bij gezongen muziek geven we eerst de naam van het nummer en van de uitvoerder. In de volgende ondertitels verwerken we dan de songtekst. Overigens: ik weet dat er mensen zijn die speciaal voor die omschrijvingen Teletekst opzetten. Ook daarvoor zijn ondertitels dus nuttig.

gepubliceerd op 24 november 2015