Bij Nevero maken we audiovisuele projecten toegankelijk voor anderstaligen of mensen met een visuele of auditieve beperking.

Ondertiteling

Een conferentie met een leercafé

Vorige week was ik in Berlijn voor de tweejaarlijkse Languages & The Media-conferentie. Naast de gebruikelijke presentaties en panelgesprekken had de organisatie dit keer iets nieuws in petto: een ‘Learning Café’. Het idee was dat de aanwezigen na een korte inleiding van enkele experts aan grote ronde tafels plaatsnamen voor een discussie. Aan het eind van de sessie presenteerde een vertegenwoordiger van elke tafel wat er was besproken en welke conclusies daaruit getrokken konden worden.

Het onderwerp van het ‘leercafé’ was Subtitling: A Roadmap for the Future. Het was dus de bedoeling dat de verschillende groepjes bespraken hoe de toekomst van de ondertitelsector er volgens hen uit zou zien. Om het wat concreter te maken, kreeg elke groep een blad waarop stond vanuit welk standpunt zij naar die toekomst zouden kijken én enkele vragen om te helpen bij het denkproces.

De groep waar ik in zat vertegenwoordigde de freelance-ondertitelaars. Toevallig zaten er enkele freelancers in de groep, maar er waren ook vertegenwoordiger van (grote) ondertitelbureaus en bedrijven, wetenschappers en mensen uit het onderwijs. De vragen die we als leidraad hadden gekregen, gingen over auteursrechten, werkomstandigheden, tarieven en nog veel meer.

We waren het er in onze groep al vrij snel over eens dat freelancen in het algemeen in de lift zit. Niet alleen vertalers en ondertitelaars werken steeds vaker op freelancebasis, ook in andere sectoren wordt het steeds zeldzamer om je hele leven lang in loondienst voor dezelfde baas te werken. Alleen werken ondertitelaars vaak voor slechts enkele vertaalbureaus, wat hen erg kwetsbaar maakt. Bovendien is er veel concurrentie op de markt, niet alleen van collega-freelancers, maar ook door fansubbing en crowdsourcing, wat prijzen onder druk kan zetten. Op zich zou het mooi zijn als professionele ondertitelaars extra inkomsten zouden krijgen uit auteursrechten en royalty’s om dat te compenseren, maar onze groep stelde helaas vast dat dat geld vaak niet bij de vertalers terechtkomt en we dachten niet dat dat in de toekomst zal verbeteren.

Een andere groep, die ook het standpunt van de freelancers vertegenwoordigde, was op het idee gekomen dat het wellicht mogelijk zal worden dat ondertitelaars hun eigen werk in de toekomst kunnen uploaden in apps en dan per download een klein bedrag zouden ontvangen. Een soort Spotify voor ondertitels, dus. In de praktijk ligt dit niet zo voor de hand wegens allerlei rechtenkwesties, maar het is een interessant idee.

Helemaal aan het eind van de discussie in onze groep opperde iemand dat ondertitelaars zich nu en in de toekomst kunnen onderscheiden door ‘added value’ of toegevoegde waarde te bieden. Of beter gezegd, door de waarde die ze nu al bieden, meer in de kijker te zetten. Jammer genoeg was er niet genoeg tijd om dit verder uit te werken in het debat, maar in een volgend artikel ga ik hier dieper op in.

De deelnemers aan onze tafel tijdens het Learning Café. Foto: ICWE GmbH / Sera-Zöhre Kurc.

De deelnemers aan onze tafel tijdens het Learning Café. Foto: ICWE GmbH / Sera-Zöhre Kurc.

Na een tijdje, toen alle groepen de kwestie hadden besproken van uit hun standpunt, was het tijd om de resultaten voor te leggen. Tot mijn grote verrassing werd ik ineens tot vertegenwoordiger van onze groep benoemd waardoor ik onze bevindingen mocht toelichten voor de andere groepen. Spannend, maar ook erg leuk, natuurlijk.

Conclusie: het leercafé was een fijne manier om verschillende ideeën en standpunten samen te brengen. Ik vond het zeker voor herhaling vatbaar.

gepubliceerd op 11 november 2016

 

We’re the Superhumans – spotje over de Paralympics

De Britse tv-zender Channel 4 heeft een spotje gemaakt over de Paralympics, die binnenkort van start gaan. In het spotje, dat ruim drie minuten duurt, komen meer dan honderd mensen met een handicap voor, gaande van sporters tot muzikanten, dansers, piloten, autocoureurs, enzovoort. De spot kreeg de naam ‘We’re the Superhumans’ (Wij zijn de supermensen) en borduurt voort op het thema van de ‘Meet the Superhumans’-spot van de vorige Paralympische Spelen.

Algauw na het verschijnen bleek de video echter heel wat controverse uit te lokken. Aan de ene kant krijgen de makers kritiek omdat de term ‘superhumans’ ongelukkig gekozen zou zijn en aan de andere kant omdat door de voortdurende herhaling van ‘Yes, I can’ de indruk wordt gewekt dat je alles kan ‘als je het maar wil’. In het echte leven is het eerder ‘No, you can’t’, aldus de auteur van het artikel ‘Why Channel 4’s Paralympics advert risks alienating disabled people more than ever’.

Maar er zijn ook veel voorstanders van de video. Onder andere The Limping Chicken, een erg populaire blogsite over doof-zijn, is laaiend enthousiast. Een van de redenen dat de video bij veel dove mensen zo in de smaak valt, is dat er een erg mooie toegankelijke versie is gemaakt mét ondertiteling en een tolk gebarentaal. Die tolk, David Ellington, is zelf ook doof en in de video hieronder legt hij uit hoe de opnames tot stand zijn gekomen.

Zelf vind ik de spot ook erg goed gemaakt. En natuurlijk ben ik er erg over te spreken dat er een versie met Engelse audiodescriptie beschikbaar is (ingesproken door de Australische komiek Adam Hills).

Toch vind ik de video met Engelse ondertitels én een tolk gebarentaal het mooist.

Naarmate de video langer duurt, blijkt de tolk een steeds grotere rol te gaan spelen in het verhaal. Aan het begin van de video staat hij netjes te gebaren in een geel T-shirt met daarop de tekst ‘Brasil’, maar dan krijgt hij steeds andere kleding aan (een atletiektenue als er beelden van hardlopers te zien zijn en een chic pak als de band speelt). Bovendien reageert hij op de beelden: zo duikt hij weg voor een pijl die wordt afgeschoten en geeft hij het startschot voor een wedstrijd. Erg leuk gedaan, dus.

gepubliceerd op 26 juli 2016

Vertalende ondertiteling voor doven en slechthorenden

Een van de minder bekende vormen van ondertiteling waarin wij gespecialiseerd zijn is vertalende ondertiteling voor doven en slechthorenden.

Een voorbeeld hiervan is het Gelijke Kansen in Vlaanderen-project van de Vlaamse overheid. In het kader van dit project liet de overheid een video maken met de toepasselijke naam Gender4Dummies. Het filmpje is een compilatie van o.a. reclamespotjes en fragmenten uit documentaires waarin wordt stilgestaan bij het verschil tussen man en vrouw.

Aangezien alle fragmentjes in het Engels zijn, werd ervoor gekozen om het volledige filmpje te ondertitelen in het Nederlands. Om het filmpje ook voor dove en slechthorende kijkers toegankelijk te maken, hebben we, naast de vertaling van de dialogen en de teksten in beeld ook waar nodig toegevoegd wie er aan het woord is (sprekeridentidicaties), welke muziek er te horen is én welke belangrijke achtergrondgeluiden er zijn.

gepubliceerd op 15 juli 2016

Vertalen en ondertitelen voor Stichting tegen Kanker

Mensen denken vaak dat je als ondertitelaar alleen films en tv-series vertaalt, maar in de praktijk doen we heel veel andere dingen. Zo ondertitelen we voor onze klant Clickable Video interviews met artsen die onderzoek doen naar kanker. Geen gemakkelijke materie, zeker niet als je weet dat we deze video’s puur op gehoor vertalen, dus zonder uitgeschreven tekst van de interviews.

Interview met dr. Christos Sotiriou over borstkanker, een video die we eerder deze maand hebben vertaald en ondertiteld

Vóór de ondertitels in het beeld worden gebrand, worden de vertalingen altijd nog eens gecontroleerd door de eindklant, Stichting tegen Kanker. Daarbij wordt er extra aandacht besteed aan de medische terminologie. Tegelijkertijd mogen we de technische beperkingen van het ondertitelen niet uit het oog verliezen. Uiteindelijk hebben we maar een à twee regels van ongeveer 40 karakters inclusief spaties en de ondertitels mogen ook niet te snel voorbij geflitst komen.

Over deze en andere uitdagingen die bij het vertalen en ondertitelen van deze video’s komen kijken, heb ik een paar maanden geleden een Engelstalig artikel geschreven voor OTTIAQ, een vertalersvereniging uit Canada.

gepubliceerd op 23 juni 2016

Hoe word ik ondertitelaar? (vervolg)

Vorige maand schreef ik het artikel ‘Hoe word ik ondertitelaar?’ naar aanleiding van een vraag van een aspirant-ondertitelaar in een Facebookgroep voor vertalers. Sinds de publicatie van dat artikel is de eerste stage-aanvraag binnengekomen voor januari-februari 2017. Aangezien ook die studente droomt van een carrière als audiovisueel vertaler en een stage een erg goede manier is om in de sector aan de slag te gaan, leek het mij een mooie aanleiding om een vervolgartikel te schrijven.

Hoewel de stageperiode nog erg ver weg is (wij bieden geen zomerstages aan), kan ik wel alvast een aantal tips geven voor studenten die op zoek zijn naar een stageplaats. Om te beginnen bieden wij geen ‘stukjesstages’ aan. Een student die bij ons stage wil lopen, moet zich dus minstens vier opeenvolgende weken vrij kunnen maken. Gelukkig houden sommige universiteiten hier rekening mee door lesvrije periodes in te lassen.

Daarnaast hechten wij veel belang aan een goede talencombinatie. De studente die mij onlangs mailde, bleek geen Engels te studeren. Maar zonder Engels als vreemde taal is de kans op werk als je je wilt specialiseren in vertalend ondertitelen bijzonder klein. Daarentegen is vertaler Frans > Nederlands al jaren een knelpuntberoep op de Brusselse arbeidsmarkt. Dat wil zeggen dat vacatures heel moeilijk ingevuld worden, ook in tijden van werkloosheid. En hoewel je het misschien niet zou verwachten, is ook voor ondertiteling Frans een belangrijke brontaal.

Om die redenen begeleid ik alleen nog stagiairs die Engels én Frans studeren met Nederlands als moedertaal. Collega PGVR, die dit academiejaar een stagiair(e) zocht en met wie ik mijn kantoorruimte deel, stelt alleen Frans als volwaardige vreemde taal verplicht (dus niet als derde taal) met een zeer grote voorkeur voor Engels als tweede vreemde taal.

Affiche van de film Sint, die we hebben ondertiteld voor doven en slechthorenden

Affiche van de film Sint, die we hebben ondertiteld voor doven en slechthorenden

Meer weten? Op www.pgvr.be vind je de stage-oproep die we vorig jaar hebben verspreid onder de universiteiten waar we mee samenwerken. We zijn er nog niet uit of we dit jaar een audiovisuele stage aanbieden bij Nevero of dat we weer een vertaal- en revisiestage aanbieden bij PGVR zoals we het afgelopen academiejaar gedaan hebben. Het feit blijft dat de vraag naar vertalers van zakelijke teksten veel groter is dan de vraag naar audiovisuele vertalers en daar spelen we graag op in.

gepubliceerd op 14 juni 2016

Hoe word ik ondertitelaar?

Vorige week werd in een Facebookgroep voor vertalers de vraag gesteld wat je moet doen als je als ondertitelaar aan de slag wilt. Aangezien er binnenkort weer heel wat vertalers afstuderen die ongetwijfeld graag willen gaan ondertitelen, geef ik deze week wat tips voor aspirant-ondertitelaars.

Een van de redenen dat de vraagsteller interesse had in ondertiteling, was omdat het haar een leuke uitdaging leek om beknopt te vertalen. Dat is ook een van de dingen die ik zelf zo fijn vind aan mijn werk, maar veel mensen beseffen niet hoeveel je moet schrappen om tot een goede ondertitelvertaling te komen. Het is niet uitzonderlijk dat we de helft of zelfs meer van wat er gezegd wordt moeten weglaten in de vertaling omdat de kijker anders niet genoeg tijd heeft om het allemaal te lezen.

Daarnaast wordt vaak onderschat hoe technisch het werk is en dan met name het ‘spotten’ of ‘timen’ van de ondertitels. Daarbij bepaalt de ondertitelaar tot op 1/25e van een seconde nauwkeurig wanneer een ondertitel in beeld komt en wanneer de ondertitel weer moet verdwijnen. We houden daarbij rekening met de leesbaarheid van de vertaling (ook wel ‘leessnelheid’ genoemd), maar ook met scènewissels en dergelijke. Dit is iets wat in de traditionele vertaalopleidingen in mijn ogen onvoldoende aan bod komt, dus extra begeleiding van een ervaren ondertitelaar is geen overbodige luxe.

Vervolgens werd de vraag gesteld of je bepaalde software nodig hebt en zo ja, welke dan. Nu is professionele ondertitelapparatuur niet goedkoop (reken op minstens 1.500 euro voor een licentie), maar soms is het mogelijk om software te leasen (dat kan vanaf ongeveer 300 euro per jaar). Toen ik met ondertitelen begon kon ik de eerste weken ter plaatse werken bij een klant, zodat ik niet meteen hoefde te investeren. Ik heb zelf wel eens software in bruikleen gegeven toen ik een nieuwe collega aan het opleiden was, maar vroeg of laat moet je als freelancer toch bereid zijn om te investeren.

Eindtitel VRT

De aftiteling van een tv-programma met de eindtitel ‘vertaling: Susanne Verberk’

De beste manier om als ondertitelaar te beginnen is dan ook door te proberen om bij een serieus ondertitelbedrijf een test af te leggen. Als je voor zo’n test slaagt, dan zal het bureau investeren in je verdere opleiding en begeleiding. Tegelijkertijd zijn er niet veel vacatures, dus de kans dat je meteen ergens een test kunt gaan doen is vrij klein. In de tussentijd kun je proberen om zelf wat te oefenen met freeware om zo ervaring op te doen, maar het risico bestaat dat je jezelf verkeerde dingen aanleert.

Wat je ook kunt doen is bijvoorbeeld TED Talks vertalen. Daarbij krijg je de oorspronkelijke taalversie als basis zodat je ‘alleen nog maar’ een beknopte vertaling hoeft te maken. Nu is dat niet hetzelfde als professioneel ondertitelen, maar enkele basisregels pik je zo wel op. Bovendien heeft TED een systeem waarbij je werk altijd wordt nagekeken en je feedback krijgt. Meer informatie vind je op de TED-website.

Tot slot iets wat ik afraad en dat is om meteen te investeren in software als je nog geen ondertitelklanten of ervaring als ondertitelaar hebt. De software is nl. niet goedkoop (tenzij je voor een huurcontract kiest), dus ik zou zeker wachten tot je minstens één klant hebt voor je de investering doet. Bovendien zou je niet de eerste zijn die dolenthousiast begint om na een paar opdrachten vast te stellen dat het gepuzzel en de technische beperkingen echt niks voor jou zijn. Bezint eer ge begint is hier dus wel toepasselijk.

gepubliceerd op 19 mei 2016

 

Engelstalig artikel over ons ondertitelwerk in Circuit

Een paar maanden geleden kreeg ik een voorstel uit Canada. De Ordre des traducteurs, terminologues et interprètes agréés du Québec (OTTIAQ) vroeg of ik wilde meewerken aan het volgende nummer van Circuit, hun magazine over taal en vertalen. Het nummer van dit kwartaal staat nl. in het teken van audiovisuele vertaling, dus schreef ik een Engels artikel over het ondertitelen van bedrijfsfilms. Het artikel staat sinds vorige week online en heeft als titel ‘More than Words: Interlingual Subtitling in a Bilingual Country – Translating and Subtitling Corporate Videos’.

In het artikel schrijf ik over het vertaal- en ondertitelwerk dat we doen voor onze klant Clickable Video. Het gaat hierbij om Nederlands of Frans gesproken video’s die we in de andere taal vertalen zodat de eindklant, Stichting tegen Kanker, van elke video een volledig tweetalige versie heeft (nl. ofwel een Frans gesproken video met Nederlandse ondertitels ofwel een Nederlands gesproken video met Franse ondertitels).

Screenshot van een van de video’s die ik in het artikel bespreek

Screenshot van een van de video’s die ik in het artikel bespreek

Naast wat algemene achtergrondinformatie en een beknopte uitleg over de technische aspecten die bij het ondertitelen komen kijken, sta ik in het artikel ook stil bij een aantal zaken die het vertalen van bedrijfsvideo’s net iets anders maken dan het vertalen van bijvoorbeeld een tv-programma. Het volledige artikel is online te lezen via deze link: http://www.circuitmagazine.org/dossier-130/more-than-words.

Circuit is al twee keer uitgeroepen tot beste tijdschrift door de International Federation of Translators (Internationale Vereniging voor Vertalers). Het was dan ook een hele eer om voor dit toonaangevende blad te schrijven.

gepubliceerd op 21 april 2016

Vertaling en ondertiteling voor de VRT

De tekst van de commentaarstem bij een natuurdocumentaire op Canvas, de ondertitels van een tv-serie als Black Mirror of een combinatie van vertaling en ondertiteling zoals in de docureeks Wild Colombia… De kans is groot dat je op het eind van een VRT-programma al de vermelding ‘vertaling: Susanne Verberk’ voorbij hebt zien komen. Sinds 2012 verzorg ik nl. regelmatig de Nederlandse ondertiteling en commentaarvertaling voor de verschillende VRT-zenders.

De VRT-toren op een zonnige nazomerdag

De VRT-toren op een zonnige nazomerdag

Anders dan bij het werk voor andere klanten, doe ik het vertaal- en ondertitelwerk voor de VRT altijd zelf. Waar mijn andere klanten het prima vinden als ik voor hun opdrachten samenwerk met mijn team van freelancers, heeft de VRT er bewust voor gekozen om enkel met individuele vertalers-ondertitelaars samen te werken. Overigens: ik ben bij de VRT terechtgekomen nadat ze me om audiodescriptie-advies vroegen, maar dat is weer een ander verhaal.

gepubliceerd op 31 maart 2016

Het audiobeschrijven van een historische film

Bij films die zich in het verleden afspelen is het altijd oppassen geblazen als audiovisueel vertaler. Zo zag ik laatst een bijzonder terechte vraag op een forum voor ondertitelaars. In een scène waarin twee ridders door een verlaten landschap reden, vroeg de ene ridder aan de andere of hij de omgeving kende. Als antwoord stond er ‘als mijn broekzak’ in de ondertitel, maar, zo vroeg deze collega zich af: hadden broeken al zakken in de middeleeuwen? Iemand anders bleek dat voor een andere film al eens helemaal te hebben uitgeplozen en het antwoord was: nee, broekzakken zijn pas (veel) later ontstaan.

Iets vergelijkbaars maakte ik laatst mee toen ik bezig was aan de audiodescriptie van een historische film. Op een bepaald moment werd er een gebouw afgebroken in die film en daarvoor kwam er een machine in beeld die verdacht veel op een bulldozer leek. De vraag was nu niet of bulldozers toen al bestonden – dat is iets wat de regisseur als het goed is heeft laten uitzoeken – maar of ze toen ook al ‘bulldozer’ genoemd werden. Het zou immers raar zijn om in de audiobeschrijving ineens een woord te gebruiken dat helemaal nog niet bestond in die tijd.

Gelukkig bracht de Dikke Van Dale raad, want dat woordenboek vermeldt ook wanneer een woord in de Nederlandse taal terecht is gekomen. Het woord ‘bulldozer’ is na 1950 in onze taal opgenomen en de scène waar het om ging speelt zich af in 1958, dus ik kon het woord zonder problemen gebruiken.

Een Italiaanse tuin met een oud standbeeld op een sokkel en daarnaast een luidspreker aan de muur van een gebouw…

Een Italiaanse tuin met een oud standbeeld op een sokkel en daarnaast een luidspreker aan de muur van een gebouw…

Voor wie zich afvraagt hoe mijn collega het probleem met die middeleeuwse broekzak heeft opgelost; in de vertaling antwoordt de ridder nu dat hij de streek ‘op z’n duimpje’ kent. Zo zie je maar hoe een klein woordje soms heel wat hoofdbrekens kost.

 

gepubliceerd op 3 maart 2016

Waarom je niet zomaar een film mag vertalen of ondertitelen

Vorige week trok een artikel van de ombudsman van De Standaard mijn aandacht. In ‘Je mag niet zomaar artikels vertalen’ legt Tom Naegels uit dat een journalist zich wel op teksten van collega-journalisten mag baseren bij het schrijven van een artikel, maar dat hij of zij in geen geval hele paragrafen mag overschrijven c.q. vertalen. Zelfs met een bronvermelding is er dan sprake van plagiaat.

Dat verhaal deed me weer denken aan het artikel ‘Ondertitelaars films en series slepen Stichting Brein voor de rechter’, dat op 3 februari op de site van de NOS verscheen. Voor de duidelijkheid: de ‘ondertitelaars’ waar het in dit artikel over gaat, zijn geen professionele vertalers en ondertitelaars, maar amateurs die als hobby films vertalen en ondertitelen. Hoewel ze daarmee de Auteurswet overtreden, zijn deze hobbyisten zich van geen kwaad bewust. Immers, die wet is al zo oud dat de regels vast niet meer van toepassing zijn…

De meeste mensen zullen begrijpen dat je niet zomaar een roman mag kopiëren en uitdelen – zelfs niet als je het gratis doet. Daarmee benadeel je namelijk de auteur van het oorspronkelijke boek. Om dezelfde reden mag je geen films van het internet halen en verder verspreiden. Maar je mag ook geen ‘bewerkingen’ maken van dergelijke werken. En een vertaling wordt gezien als een bewerking.
Vandaar dat het verboden is om op eigen houtje een boek te vertalen en die vertaling met anderen te delen. Je mag gerust een boek vertalen als je dat leuk vindt om bijvoorbeeld je talenkennis bij te houden, zolang je die vertaling maar voor jezelf houdt. Hetzelfde geldt voor het vertalen en ondertitelen van films. Zolang je het resultaat van je inspanningen niet met anderen deelt, doe je niemand kwaad – tenminste, voor zover je op een legale manier aan het videomateriaal bent gekomen… Maar je mag die vertalingen en ondertitels niet verder verspreiden.

Een nijvere bij in een veld witte lavendel.

Een nijvere bij in een veld witte lavendel.

Sommige amateur-ondertitelaars beweren dat dankzij hen films en dergelijke toegankelijk worden voor mensen die de oorspronkelijke taal niet machtig zijn of voor dove en slechthorende kijkers. Dat is een heel nobel streven, maar ook dan heb je de toestemming nodig van de oorspronkelijke makers van de film – en die hebben ze niet.

Het spreekt voor zich dat wij wél de nodige toestemmingen hebben voor de vertalingen en ondertitels die we maken.

gepubliceerd op 25 februari 2016