Bij Nevero maken we audiovisuele projecten toegankelijk voor anderstaligen of mensen met een visuele of auditieve beperking.

Ondertiteling

Ondersteunende ondertiteling voor UNIZO

Op donderdag 18 mei (deze week dus) organiseert UNIZO voor het eerst de Online Startersdag voor beginnende ondernemers. Om de startersdag meer bekendheid te geven, loopt er momenteel een Facebook-campagne met verschillende video’s waarin startende ondernemers, projectpartners en minister Muyters vertellen over het initiatief. Wij zorgden voor de ondersteunende ondertitels bij deze video’s zodat ook wie zonder koptelefoon kijkt, weet wat er verteld wordt.

Een Italiaanse tuin met een oud standbeeld op een sokkel en daarnaast een luidspreker aan de muur van een gebouw…

Het komt steeds vaker voor dat we de vraag krijgen om korte video’s van ondersteunende ondertiteling te voorzien voor sociale media zoals Facebook, waar video’s vaak zonder geluid worden afgespeeld.

‘Ondersteunende ondertiteling’ houdt in dat we weergeven wat de mensen zeggen, maar dat we geen extra informatie toevoegen voor doven en slechthorenden. Dus geen beschrijvingen van muziek en eventuele achtergrondgeluiden en ook geen identificaties voor de sprekers.

Bij de productie van dergelijke ondertitels volgen we deze stappen:

  • Aanmaken van ondersteunende ondertitels in het Nederlands. De ondertitels bevatten één of hooguit twee korte regels per tekstblokje en zijn in logische grammaticale eenheden opgesplitst.
  • Daarnaast verzorgen we de timing of spotting van de ondertitels, waarbij we bepalen wanneer elke ondertitel precies in beeld komt en wanneer de ondertitel weer verdwijnt. Hierbij houden we rekening met de beschikbare tijd (m.a.w. hoe korter een blokje in beeld blijft, hoe minder tekst we gebruiken). Uiteraard wordt dit gedaan door een ervaren ondertitelaar.
  • Een grondige controle van de ondertitels door een tweede ondertitelaar (eindredactie). Hierbij letten we op eventuele afluisterfoutjes en controleren we ook het Nederlands op spelling en grammatica.
  • Aanlevering van de ondertitels als srt-bestand, zodat ze makkelijk aan de video toegevoegd kunnen worden, bijv. op Facebook of YouTube.

Plant u net als UNIZO een social media-campagne met video’s? Neem dan zeker contact met ons op voor de ondertiteling!

gepubliceerd op 16 mei 2017

Ondertitelen voor Netflix

Maandagochtend maakte een oud-stagiaire mij attent op een artikel waarin stond dat Netflix kijkers zocht om als bijbaantje hun programma’s te ondertitelen. “Jammer dat ons beroep niet beschermd is”, liet ze me nog weten. Hoewel volgens het artikel iedereen zich aan kan melden en je ‘alleen maar’ een testje hoeft te doen op de website van Netflix, blijkt het helemaal anders in elkaar te zitten.

Zelf hoorde ik voor het eerst van de Netflix-test tijdens het Languages & The Media-congres in Berlijn, dat ik in november 2016 heb bijgewoond. Tijdens een van de presentaties op het congres vertelden vertegenwoordigers van Netflix over een aantal kwesties waar zij als bedrijf op botsen als ze vertaal- en ondertitelwerk uitbesteden. Zoals veel grote mediabedrijven werkt Netflix doorgaans niet rechtstreeks samen met vertalers en ondertitelaars, maar geven ze dit werk door aan gespecialiseerde ondertitelbureaus. Hoewel die bureaus aan een aantal vereisten moeten voldoen en Netflix regelmatig steekproeven neemt, weet elke kijker wel dat de ondertiteling vaak te wensen overlaat. Een mooie bloemlezing van de soms belachelijk slechte ondertitels vind je in dit artikel: http://www.eenlettermeergraag.nl/column/over-de-belachelijk-slechte-ondertiteling-van-netflix/.

Maar dat is nog niet het enige probleem. Want hoewel al die bedrijven waar Netflix mee werkt beweren dat ze met professionele ondertitelaars werken, kan Netflix onmogelijk weten wie de ondertitels maakt die ze binnen krijgen. Met een beetje geluk wordt het werk inderdaad gedaan door iemand die daarvoor gestudeerd heeft en die over de nodige ervaring beschikt, maar voor hetzelfde geld (of minder) schakelt zo’n bureau een bijklussende student of een hobbyende huisvrouw in…

En tot slot weet Netflix niet hoe groot hun vertalersbestand nu eigenlijk is. Stel dat elk individueel bedrijf zegt dat ze met dertig (uiteraard professionele) ondertitelaars samenwerken. Als Netflix het werk bij vier verschillende bedrijven uitzet, dan zou je dus denken dat ze in totaal met 4 maal 30 is 120 vertalers werken. Alleen werken de meeste freelancers voor verschillende klanten, dus in plaats van 120 kunnen het evengoed maar 100 vertalers zijn, of 90.

Om al die redenen heeft Netflix besloten dat alle ondertitelaars die voor hen werken een test moeten afleggen via hun website. Naar aanleiding van die test krijgt elke individuele vertaler een unieke code (het zogenaamde HERMES-nummer of H-nummer). Dat nummer wordt vanaf dat moment gebruikt om die vertaler (en dus ook zijn of haar werk) te identificeren. Gevolg: Netflix weet precies wie welk programma ondertitelt, ongeacht welk bedrijf ertussen zit. En ze hebben een middel om de kwaliteit van individuele vertalers te meten. Volgens de presentaties op het congres zouden die gegevens onder andere gebruikt kunnen worden om goede vertalers meer te betalen, maar dat werd op de nodige scepsis onthaald door de ondertitelaars in de zaal…

Foto: het boek met het programma en de samenvattingen van de toespraken en daarnaast een stoffen tasje met het logo van het congres.

Foto: het boek met het programma en de samenvattingen van de toespraken en daarnaast een stoffen tasje met het logo van het congres.

Terug naar 2017. Op donderdag 30 maart heeft Netflix zijn HERMES-test officieel gelanceerd. Op zondag 2 april verscheen op Newsmonkey het eerste artikel waarin stond dat Netflix kijkers zou gaan betalen om programma’s te ondertitelen. Dat bericht werd razendsnel door andere media overgenomen en maandagmiddag kon je op verschillende plaatsen lezen dat Netflix zou kampen met een tekort aan Nederlandstalige vertalers. Maar geen nood: wie slaagt voor de test, zou voortaan ‘rijk worden door Netflix kijken’. Ook de tarieven die deze aspirant-ondertitelaars zouden krijgen, staan overal vermeld, zoals in dit artikel van RTLZ: “Voor het aanleveren van ondertitels van Nederlandse audio naar Nederlandse tekst [krijg je] 9,50 dollar per minuut video, van Engels naar Nederlands 11,50 dollar en van Japans naar Nederlands 24,50 dollar. Vertalers die zowel IJslands als Japans beheersen kunnen rekenen op de hoogste beloning van 27,50 dollar per minuut video”.

Natuurlijk bleven de reacties niet uit. Aan de ene kant waren er professionele ondertitelaars die meldden dat de tarieven de prijzen zijn die Netflix aan zijn toeleveranciers betaalt en dat de vertaler hier doorgaans nog niet de helft van krijgt (waar je als zelfstandige vervolgens flink op belast wordt, maar dat is een ander verhaal). Dat staat overigens gewoon op de website van Netflix. Bovendien werken professionele vertalers enkel in hun moedertaal. Het is dus onzin om als Nederlandstalige te denken dat je wel eventjes uit het Japans in het IJslands kunt vertalen.

Aan de andere kant waren er de reacties van enthousiaste Netflix-kijkers die zich, niet gehinderd door enige relevante vooropleiding of zelfs maar basiskennis van de Nederlandse spellingregels, al rijk rekenden. Uiteraard schreven heel wat mensen dat ze zich al hadden opgegeven om de test in verschillende talen af te leggen.

Daartussenin zaten de ironische reacties. Zo schreef iemand: “Hoera! Netflix wil betalen voor ondertitels! What’s next? De acteurs betalen?” Andere mensen merkten dan weer heel terecht op dat ondertiteling een vak is en dat vakmensen betaald moeten worden.

Na een pittige discussie op hun Facebook-pagina belde de redactie van RTLZ naar Netflix voor een reactie, maar daar wenste het bedrijf niet op in te gaan.

Overigens: wie zich alsnog op wil geven voor de ondertiteltest van Netflix, kan terecht op deze website: http://techblog.netflix.com/2017/03/the-netflix-hermes-test-quality.html. Helemaal op het eind van de inleidende tekst staat het volgende: “If you’re a professional subtitler interested in taking the test, you can take it here” (let op de woorden ‘professional’ en ‘subtitler’). En daarna meldt het bedrijf dat ze veel meer aanmeldingen hebben gekregen dan verwacht. Ik ben benieuwd hoeveel zichzelf overschattende Nederlandstalige Netflix-kijkers daartussen zitten…

gepubliceerd op 7 april 2017

Het ondertitelen van ‘Attenborough and the Giant Dinosaur’

Op zondag 1 januari zendt Canvas de prachtige documentaire Attenborough and the Giant Dinosaur uit. Sir David Attenborough volgde twee jaar lang het onderzoek naar en de reconstructie van het skelet van een reusachtige dinosaurus. Het skelet werd bij toeval ontdekt door een Argentijnse herder die een stuk bot vond dat uit de grond stak.

De Nederlandse ondertitels bij deze documentaire zijn van mijn hand. Ik heb al eerder documentaires van David Attenborough vertaald en ik vind het altijd ontzettend leuk om in de ondertitels weer te geven hoe hij in het Nederlands zou klinken. Attenborough valt natuurlijk op door z’n unieke stemgebruik, maar ook wát hij zegt is de moeite waard. Zo spreekt hij vrij formeel, wat op zich al een uitdaging vormt bij het ondertitelen.

Ondertitels zijn immers een geschreven weergave van een gesproken tekst en daarom hamer ik er altijd op als ik nieuwe mensen opleid dat ze spreektaal moeten gebruiken. Schrijf wat je zou zeggen, is het devies. Maar bij Attenborough werkt dat niet. Zo gebruikt hij in deze documentaire regelmatig het werkwoord ‘to roam’ als hij beschrijft hoe de dinosaurussen rondliepen op de uitgestrekte vlaktes. Als je dat vertaalt als ‘rondlopen’, verlies je daarmee een stukje van de sfeer van de docu. Vandaar dat in mijn vertaling de dinosaurussen ‘rondzwerven’ in plaats van gewoon te ‘lopen’.

Maar ook Attenborough is niet onfeilbaar, en soms maakt hij kleine foutjes. Op een bepaald moment heeft hij het bijvoorbeeld over een dinosaurus met ‘sharp flesh-eating teeth’. Letterlijk vertaald zijn dat vleesetende tanden, maar tanden eten geen vlees, dat doet de dinosaurus van wie die tanden zijn. In de vertaling is het dan ook een dinosaurus geworden met ‘scherpe tanden om vlees mee te verscheuren’.

En hiermee ben ik meteen bij een derde eigenschap van Attenboroughs taalgebruik aanbeland. Hij praat namelijk vaak erg langzaam vergeleken met andere sprekers. Voor een ondertitelaar is dat een groot voordeel, want hoe sneller iemand spreekt, hoe minder plaats er is voor de vertaling. Dat noemen we de leessnelheid, en dat slaat op de verhouding spreektijd vs. presentatietijd van de ondertitels. Bij Attenborough ligt het spreektempo vaak vrij laag, hoewel ook hij soms te veel wil zeggen in te weinig tijd, waardoor ik ook bij hem soms noodgedwongen informatie moet schrappen. Maar in dit voorbeeld had ik wat tijd over, waardoor ik de vertaling zelfs iets kon uitbreiden vergeleken met het Engels en dat komt maar heel weinig voor.

Een voorproefje van de documentaire, verteld door David Attenborough (zonder ondertitels).

Attenborough and the Giant Dinosaur is a.s. zondag om 20.15 uur te zien op Canvas, en daarna online op canvas.be.

gepubliceerd op 29 december 2016

De toegevoegde waarde van ondertitel- en vertaalbureaus

Tijdens Languages & The Media, een tweejaarlijkse conferentie in Berlijn, was er o.a. een leercafé, waar ik het al eerder over gehad heb op mijn blog. De vorige keer vertelde ik hoe de groep waar ik zelf in zat als opdracht had om na te denken over de toegevoegde waarde van ondertitelaars, nu en in de toekomst. Een andere groep moest hetzelfde doen, maar dan voor LSP’s, wat staat voor Language Service Providers, ofwel vertaal- en ondertitelbureaus.

Zelf beschouw ik mezelf voor een deel nog steeds als freelancer (het vertaal- en ondertitelwerk dat ik voor de VRT doe, mag ik bijvoorbeeld uitsluitend als freelancer doen), maar ik kan er niet omheen dat ik de afgelopen negen jaar een behoorlijk bedrijf uit de grond heb gestampt, dat sinds kort bovendien twee vestigingen heeft. Daarmee ben ik in feite dus ook een LSP.

Hoewel LSP’s vaak een slechte naam hebben (ze worden ook wel smalend ‘doorgeefluiken’ of ‘brievenbusbureaus’ genoemd), bieden veel bureaus heel wat toegevoegde waarde voor de vertalers en ondertitelaars die voor hen werken. Vorige week heb ik mijn jaarlijkse gastcollege gegeven aan de laatstejaarsstudenten Vertaalkunde aan de Universiteit Antwerpen en daar heb ik dit duidelijk gemaakt aan de hand van een paar voorbeelden.

Foto: ouderwetse Amerikaanse brievenbus met nummer 12

Een foto van een ouderwetse Amerikaanse brievenbus met nummer 12

Het meest tot de verbeelding sprekende voorbeeld was een discussie met een klant over technische kwesties na levering van een ondertitelbestand. Lang verhaal kort: deze klant heeft, zoals veel klanten, een ‘vast’ bestandsformaat waarvan ik weet dat dat op zijn montageapparatuur het beste werkt. Alleen, dit ene project werd door een andere monteur gedaan die nog niet echt thuis was in de software. Gevolg: hij kon mijn bestand niet gebruiken. Althans, hij kreeg een foutmelding toen hij het probeerde te openen.

Uiteraard kun je dan als ondertitelaar zeggen: “Sorry, ik maak alleen de ondertitels en ik lever ze altijd zo, dus los het zelf maar op.” Maar echt commercieel is dat niet en de vraag is maar of een klant wil betalen voor ondertitels die hij niet kan gebruiken, ongeacht of dat nu jouw schuld is of niet. Ik liet de studenten de hele online discussie nalezen, inclusief alle technische specificaties, foutmeldingen, al dan niet nuttige tips en oplossingen van een forum, enz. Al toen de eerste technische termen voorbijkwamen, raakten sommige studenten de draad kwijt. Dat gaf ook niet, ik wilde ze vooral laten zien hoe ik meedacht met de klant en hoe we uiteindelijk een oplossing vonden. Moraal van het verhaal: je werk stopt echt niet altijd na de levering van het bestand en klanten verwachten dat ze ook bij je terechtkunnen als er een probleem is. Niet direct iets wat je als beginneling zomaar tot een goed einde kunt brengen…

Over beginnelingen gesproken: de afgelopen jaren heb ik verschillende pas afgestudeerde vertalers/ondertitelaars/audiobeschrijvers onder mijn vleugels genomen en allemaal zijn ze erg blij met de extra begeleiding en feedback die ze van mij krijgen. Daardoor worden ze niet alleen beter in het werk dat ze voor mij doen (waar ik zelf natuurlijk ook voordeel bij heb), maar na een aantal jaar zijn het stuk voor stuk geweldige collega’s naar wie ik graag klanten doorverwijs als ik zelf geen tijd heb. Op die manier heeft een van mijn medewerkers deze week nog een klus gedaan bij de Europese Commissie in Brussel.

En tot slot iets wat zeker voor beginnelingen erg belangrijk is: als je voor een serieus bureau werkt, dan kun je er in elk geval op rekenen dat je binnen een redelijke termijn betaald wordt voor je werk, zelfs als dat bureau zelf nog niet betaald is. Want hoe onverstandig ik het ook vind van sommige vertalers dat ze ondanks alle alarmsignalen toch met een brievenbusbureau in zee gaan, het blijft schrijnend om te lezen hoe lang ze soms op hun geld moeten wachten.

gepubliceerd op 5 december 2016

De toegevoegde waarde van ondertitelaars

In mijn vorige artikel beschreef ik hoe het ‘leercafé’ tijdens de Languages & The Media-conferentie was verlopen. In kleine groepjes bogen de deelnemers zich over de vraag hoe de ondertitelsector er over tien jaar uit zou zien.

Helemaal aan het eind van de discussie in onze groep opperde iemand toen dat ondertitelaars zich nu en in de toekomst kunnen onderscheiden door ‘added value’ of toegevoegde waarde te bieden. Of beter gezegd, door de waarde die ze nu al bieden, meer in de kijker te zetten.

Die opmerking zette me aan het denken. Twee jaar geleden, tijdens Languages & The Media 2014, gaf Diana Sanchez nl. een presentatie over de toegevoegde waarde van ondertitels. Meer over die presentatie lees je in dit blogartikel. Sanchez maakt zich sterk dat ondertitels veel meer zijn dan wat witte lettertjes onderaan in beeld. Zo wordt ondertiteling in India ingezet in de strijd tegen analfabetisme en het is algemeen bekend dat in ondertitellanden mensen beter Engels spreken en verstaan dan in typische dubbinglanden.

Foto: het boek met het programma en de samenvattingen van de toespraken en daarnaast een stoffen tasje met het logo van het congres.

Foto: het boek met het programma en de samenvattingen van de toespraken en daarnaast een stoffen tasje met het logo van het congres.

Terug naar het leercafé en de toegevoegde waarde van ondertitelaars. Een voorbeeld dat tijdens onze groepssessie gegeven werd was dat ondertitelaars perfect geplaatst zijn om een korte inhoud te schrijven bij een film of tv-programma of wie weet zelfs om advies te geven over welke fragmentjes gebruikt kunnen worden voor een teaser. Immers, als er iemand is die een programma van a tot z kent, dan is het de vertaler of ondertitelaar wel.

In feite heb ik al een klant (een grote tv-zender) die aan al zijn vertalers en ondertitelaars vraagt om het te melden als er bijvoorbeeld (veel) geweld in een programma voorkomt. Op die manier kunnen ze kijken of ze het misschien niet op een later tijdstip moeten uitzenden – vóór er klachten komen van kijkers.

Maar ook op andere vlakken is het een voordeel dat je als vertaler/ondertitelaar een van de eersten bent die het afgewerkte product te zien krijgt. Het gebeurt af en toe dat ik bijvoorbeeld toch nog een foutje opmerk in een tekst in beeld en klanten zijn altijd erg blij als ze daarop gewezen worden zodat ze het kunnen aanpassen voor het programma wordt uitgezonden of voor een webvideo online wordt gezet.

Overigens, niet alleen als ondertitelaar kun je op die manier je toegevoegde waarde bewijzen. Ik heb het ook al meegemaakt dat ik een korte internetvideo kreeg om een audiodescriptie bij te schrijven. Nu was me al opgevallen dat er wel erg veel muziek te horen was en af en toe werd die muziek wat zachter gezet. Voor ik aan het script begon, vroeg ik dus toch even aan mijn klant of er toevallig geen voice-over aan de video toegevoegd moest worden. Dat bleek inderdaad het geval te zijn. Gelukkig kwamen we daar op tijd achter, want de aanvullende audiobeschrijvingen mogen nooit door de voice-over gaan.

Tot slot komt het ook voor dat klanten expliciet vragen om input. Zo overlegde ik aan het begin van mijn samenwerking met een grote klant regelmatig wat voor stem het beste zou passen om mijn teksten in te spreken: een man of een vrouw, een wat oudere, doorleefde stem of juist een jong en enthousiast iemand. Op die manier hebben klant en ik veel van elkaar geleerd en werd het uiteindelijke resultaat nog net een beetje beter, en daar doen we het toch voor.

gepubliceerd op 17 november 2016

Een conferentie met een leercafé

Vorige week was ik in Berlijn voor de tweejaarlijkse Languages & The Media-conferentie. Naast de gebruikelijke presentaties en panelgesprekken had de organisatie dit keer iets nieuws in petto: een ‘Learning Café’. Het idee was dat de aanwezigen na een korte inleiding van enkele experts aan grote ronde tafels plaatsnamen voor een discussie. Aan het eind van de sessie presenteerde een vertegenwoordiger van elke tafel wat er was besproken en welke conclusies daaruit getrokken konden worden.

Het onderwerp van het ‘leercafé’ was Subtitling: A Roadmap for the Future. Het was dus de bedoeling dat de verschillende groepjes bespraken hoe de toekomst van de ondertitelsector er volgens hen uit zou zien. Om het wat concreter te maken, kreeg elke groep een blad waarop stond vanuit welk standpunt zij naar die toekomst zouden kijken én enkele vragen om te helpen bij het denkproces.

De groep waar ik in zat vertegenwoordigde de freelance-ondertitelaars. Toevallig zaten er enkele freelancers in de groep, maar er waren ook vertegenwoordiger van (grote) ondertitelbureaus en bedrijven, wetenschappers en mensen uit het onderwijs. De vragen die we als leidraad hadden gekregen, gingen over auteursrechten, werkomstandigheden, tarieven en nog veel meer.

We waren het er in onze groep al vrij snel over eens dat freelancen in het algemeen in de lift zit. Niet alleen vertalers en ondertitelaars werken steeds vaker op freelancebasis, ook in andere sectoren wordt het steeds zeldzamer om je hele leven lang in loondienst voor dezelfde baas te werken. Alleen werken ondertitelaars vaak voor slechts enkele vertaalbureaus, wat hen erg kwetsbaar maakt. Bovendien is er veel concurrentie op de markt, niet alleen van collega-freelancers, maar ook door fansubbing en crowdsourcing, wat prijzen onder druk kan zetten. Op zich zou het mooi zijn als professionele ondertitelaars extra inkomsten zouden krijgen uit auteursrechten en royalty’s om dat te compenseren, maar onze groep stelde helaas vast dat dat geld vaak niet bij de vertalers terechtkomt en we dachten niet dat dat in de toekomst zal verbeteren.

Een andere groep, die ook het standpunt van de freelancers vertegenwoordigde, was op het idee gekomen dat het wellicht mogelijk zal worden dat ondertitelaars hun eigen werk in de toekomst kunnen uploaden in apps en dan per download een klein bedrag zouden ontvangen. Een soort Spotify voor ondertitels, dus. In de praktijk ligt dit niet zo voor de hand wegens allerlei rechtenkwesties, maar het is een interessant idee.

Helemaal aan het eind van de discussie in onze groep opperde iemand dat ondertitelaars zich nu en in de toekomst kunnen onderscheiden door ‘added value’ of toegevoegde waarde te bieden. Of beter gezegd, door de waarde die ze nu al bieden, meer in de kijker te zetten. Jammer genoeg was er niet genoeg tijd om dit verder uit te werken in het debat, maar in een volgend artikel ga ik hier dieper op in.

De deelnemers aan onze tafel tijdens het Learning Café. Foto: ICWE GmbH / Sera-Zöhre Kurc.

De deelnemers aan onze tafel tijdens het Learning Café. Foto: ICWE GmbH / Sera-Zöhre Kurc.

Na een tijdje, toen alle groepen de kwestie hadden besproken van uit hun standpunt, was het tijd om de resultaten voor te leggen. Tot mijn grote verrassing werd ik ineens tot vertegenwoordiger van onze groep benoemd waardoor ik onze bevindingen mocht toelichten voor de andere groepen. Spannend, maar ook erg leuk, natuurlijk.

Conclusie: het leercafé was een fijne manier om verschillende ideeën en standpunten samen te brengen. Ik vond het zeker voor herhaling vatbaar.

gepubliceerd op 11 november 2016

 

We’re the Superhumans – spotje over de Paralympics

De Britse tv-zender Channel 4 heeft een spotje gemaakt over de Paralympics, die binnenkort van start gaan. In het spotje, dat ruim drie minuten duurt, komen meer dan honderd mensen met een handicap voor, gaande van sporters tot muzikanten, dansers, piloten, autocoureurs, enzovoort. De spot kreeg de naam ‘We’re the Superhumans’ (Wij zijn de supermensen) en borduurt voort op het thema van de ‘Meet the Superhumans’-spot van de vorige Paralympische Spelen.

Algauw na het verschijnen bleek de video echter heel wat controverse uit te lokken. Aan de ene kant krijgen de makers kritiek omdat de term ‘superhumans’ ongelukkig gekozen zou zijn en aan de andere kant omdat door de voortdurende herhaling van ‘Yes, I can’ de indruk wordt gewekt dat je alles kan ‘als je het maar wil’. In het echte leven is het eerder ‘No, you can’t’, aldus de auteur van het artikel ‘Why Channel 4’s Paralympics advert risks alienating disabled people more than ever’.

Maar er zijn ook veel voorstanders van de video. Onder andere The Limping Chicken, een erg populaire blogsite over doof-zijn, is laaiend enthousiast. Een van de redenen dat de video bij veel dove mensen zo in de smaak valt, is dat er een erg mooie toegankelijke versie is gemaakt mét ondertiteling en een tolk gebarentaal. Die tolk, David Ellington, is zelf ook doof en in de video hieronder legt hij uit hoe de opnames tot stand zijn gekomen.

Zelf vind ik de spot ook erg goed gemaakt. En natuurlijk ben ik er erg over te spreken dat er een versie met Engelse audiodescriptie beschikbaar is (ingesproken door de Australische komiek Adam Hills).

Toch vind ik de video met Engelse ondertitels én een tolk gebarentaal het mooist.

Naarmate de video langer duurt, blijkt de tolk een steeds grotere rol te gaan spelen in het verhaal. Aan het begin van de video staat hij netjes te gebaren in een geel T-shirt met daarop de tekst ‘Brasil’, maar dan krijgt hij steeds andere kleding aan (een atletiektenue als er beelden van hardlopers te zien zijn en een chic pak als de band speelt). Bovendien reageert hij op de beelden: zo duikt hij weg voor een pijl die wordt afgeschoten en geeft hij het startschot voor een wedstrijd. Erg leuk gedaan, dus.

gepubliceerd op 26 juli 2016

Vertalende ondertiteling voor doven en slechthorenden

Een van de minder bekende vormen van ondertiteling waarin wij gespecialiseerd zijn is vertalende ondertiteling voor doven en slechthorenden.

Een voorbeeld hiervan is het Gelijke Kansen in Vlaanderen-project van de Vlaamse overheid. In het kader van dit project liet de overheid een video maken met de toepasselijke naam Gender4Dummies. Het filmpje is een compilatie van o.a. reclamespotjes en fragmenten uit documentaires waarin wordt stilgestaan bij het verschil tussen man en vrouw.

Aangezien alle fragmentjes in het Engels zijn, werd ervoor gekozen om het volledige filmpje te ondertitelen in het Nederlands. Om het filmpje ook voor dove en slechthorende kijkers toegankelijk te maken, hebben we, naast de vertaling van de dialogen en de teksten in beeld ook waar nodig toegevoegd wie er aan het woord is (sprekeridentidicaties), welke muziek er te horen is én welke belangrijke achtergrondgeluiden er zijn.

gepubliceerd op 15 juli 2016

Vertalen en ondertitelen voor Stichting tegen Kanker

Mensen denken vaak dat je als ondertitelaar alleen films en tv-series vertaalt, maar in de praktijk doen we heel veel andere dingen. Zo ondertitelen we voor onze klant Clickable Video interviews met artsen die onderzoek doen naar kanker. Geen gemakkelijke materie, zeker niet als je weet dat we deze video’s puur op gehoor vertalen, dus zonder uitgeschreven tekst van de interviews.

Interview met dr. Christos Sotiriou over borstkanker, een video die we eerder deze maand hebben vertaald en ondertiteld

Vóór de ondertitels in het beeld worden gebrand, worden de vertalingen altijd nog eens gecontroleerd door de eindklant, Stichting tegen Kanker. Daarbij wordt er extra aandacht besteed aan de medische terminologie. Tegelijkertijd mogen we de technische beperkingen van het ondertitelen niet uit het oog verliezen. Uiteindelijk hebben we maar een à twee regels van ongeveer 40 karakters inclusief spaties en de ondertitels mogen ook niet te snel voorbij geflitst komen.

Over deze en andere uitdagingen die bij het vertalen en ondertitelen van deze video’s komen kijken, heb ik een paar maanden geleden een Engelstalig artikel geschreven voor OTTIAQ, een vertalersvereniging uit Canada.

gepubliceerd op 23 juni 2016

Hoe word ik ondertitelaar? (vervolg)

Vorige maand schreef ik het artikel ‘Hoe word ik ondertitelaar?’ naar aanleiding van een vraag van een aspirant-ondertitelaar in een Facebookgroep voor vertalers. Sinds de publicatie van dat artikel is de eerste stage-aanvraag binnengekomen voor januari-februari 2017. Aangezien ook die studente droomt van een carrière als audiovisueel vertaler en een stage een erg goede manier is om in de sector aan de slag te gaan, leek het mij een mooie aanleiding om een vervolgartikel te schrijven.

Hoewel de stageperiode nog erg ver weg is (wij bieden geen zomerstages aan), kan ik wel alvast een aantal tips geven voor studenten die op zoek zijn naar een stageplaats. Om te beginnen bieden wij geen ‘stukjesstages’ aan. Een student die bij ons stage wil lopen, moet zich dus minstens vier opeenvolgende weken vrij kunnen maken. Gelukkig houden sommige universiteiten hier rekening mee door lesvrije periodes in te lassen.

Daarnaast hechten wij veel belang aan een goede talencombinatie. De studente die mij onlangs mailde, bleek geen Engels te studeren. Maar zonder Engels als vreemde taal is de kans op werk als je je wilt specialiseren in vertalend ondertitelen bijzonder klein. Daarentegen is vertaler Frans > Nederlands al jaren een knelpuntberoep op de Brusselse arbeidsmarkt. Dat wil zeggen dat vacatures heel moeilijk ingevuld worden, ook in tijden van werkloosheid. En hoewel je het misschien niet zou verwachten, is ook voor ondertiteling Frans een belangrijke brontaal.

Om die redenen begeleid ik alleen nog stagiairs die Engels én Frans studeren met Nederlands als moedertaal. Collega PGVR, die dit academiejaar een stagiair(e) zocht en met wie ik mijn kantoorruimte deel, stelt alleen Frans als volwaardige vreemde taal verplicht (dus niet als derde taal) met een zeer grote voorkeur voor Engels als tweede vreemde taal.

Affiche van de film Sint, die we hebben ondertiteld voor doven en slechthorenden

Affiche van de film Sint, die we hebben ondertiteld voor doven en slechthorenden

Meer weten? Op www.pgvr.be vind je de stage-oproep die we vorig jaar hebben verspreid onder de universiteiten waar we mee samenwerken. We zijn er nog niet uit of we dit jaar een audiovisuele stage aanbieden bij Nevero of dat we weer een vertaal- en revisiestage aanbieden bij PGVR zoals we het afgelopen academiejaar gedaan hebben. Het feit blijft dat de vraag naar vertalers van zakelijke teksten veel groter is dan de vraag naar audiovisuele vertalers en daar spelen we graag op in.

gepubliceerd op 14 juni 2016