Audiovisuele vertaling – Audiodescriptie | Nevero

Bij Nevero maken we audiovisuele projecten toegankelijk voor anderstaligen of mensen met een visuele of auditieve beperking.

‘Vals gezang’ in ondertitels

Het gebeurt niet vaak, maar af en toe halen ondertitelaars de krant. Vandaag kopte Het Laatste Nieuws Ook doven wisten dat Nora uit ‘K3 zoekt K3’ vals zong. Wat was er aan de hand? Tijdens het programma bleek een van de kandidates niet helemaal zuiver te zingen, wat leidde tot een ondertitel met daarin de omschrijving ‘vals gezang’.

Voor de duidelijkheid: het ging hier uiteraard om de ondertiteling voor doven en slechthorenden, die te bekijken is via Teletekst. Op de vraag of de ondertitelaar hiermee geen fout had gemaakt, antwoordde VTM gelukkig dat dit niet het geval was. De bedoeling van ondertitels voor doven en slechthorenden is immers dat ze niet alleen weergeven wat er zoal gezegd wordt, maar dat ze ook andere relevante informatie bevatten zoals achtergrondgeluiden en muziek. En als het voor de horende kijkers onmiddellijk duidelijk is dat een van de kandidates vals zingt, dan zou het raar zijn om dit niet te vermelden voor de kijkers die niet of minder goed horen.

Als ondertitelaar weet ik maar al te goed hoe moeilijk het soms is om correct weer te geven wat er precies te horen is. Het is namelijk niet de bedoeling dat ondertitels subjectief zijn, dus iets als ‘mooie muziek’ is geen goede omschrijving (wat de ene mooie muziek vindt, vindt de ander misschien wel afschuwelijk). Tegelijkertijd probeer je wel zo precies mogelijk te zijn, door bijvoorbeeld toe te voegen dat er ‘rustige muziek’ te horen is in plaats van alleen maar ‘muziek’. En ja, als iemand vals zingt, mag dat ook gezegd worden. Petje af dus, voor deze collega-ondertitelaar!

Wie zelf wil beoordelen of Nora inderdaad vals zong: bij het artikel  staat ook een video van het bewuste optreden.

gepubliceerd op 5 november 2015

Gidsen voor blinde en slechtziende museumbezoekers

Op 14 januari 2015 heb ik een workshop ‘Gidsen voor blinde en slechtziende museumbezoekers’ gegeven in opdracht van de Brusselse Museumraad. De deelnemers werkten allemaal als professionele gids voor diverse Brusselse musea. Na een introductie over blindheid en slechtziendheid in het algemeen gingen we dieper in op het rondleiden van mensen met een visuele beperking door een museum en tot slot kwam het beschrijven van kunstwerken aan bod.

Na dit theoretische gedeelte gingen de gidsen zelf aan de slag met een praktische oefening in het museum. Daarbij werden verschillende deelnemers geblinddoekt zodat ze zelf konden ervaren hoe het is om kunst te ‘bekijken’ zonder je ogen te gebruiken.

We sloten de workshop af met een korte bespreking en evaluatie. De reacties waren zeer positief en aangezien de workshop al na een paar dagen volgeboekt was, bestaat de kans dat er nog meer opleidingen zullen volgen.

De workshop was een idee van het Charlier Museum, dat ook de opleidingslocatie aanbood. Na afloop van de training mochten de gidsen ook nog een kijkje nemen in de rest van de collectie en de lopende tentoonstelling bezoeken.

oorspronkelijk gepubliceerd in januari 2015 op kmonet.be

Presentatie op het ARSAD-congres

In maart was ik in Barcelona voor het tweejaarlijkse ARSAD-congres. ARSAD staat voor Advanced Research Seminar on Audio Description. In 2011 heb ik op dit congres een presentatie gehouden over het vertalen van Nederlandse audiodescripties in het Engels. Dit jaar heb ik een ander, enigszins controversieel, onderwerp besproken, namelijk het werken met vrijwillige beeldenfluisteraars voor museumbezoeken.

Vrijwilligers worden vaak ingezet als een goedkoop of zelfs gratis alternatief voor professionals en het spreekt voor zich dat wij ons niet met zulke toestanden bezighouden. Maar soms kunnen vrijwilligers wél een meerwaarde bieden en daar ging mijn presentatie over. Ik kreeg vijftien minuten de tijd om deze theorie uit de doeken te doen en tijdens dat kwartier vertelde ik over het project dat de Brusselse Museumraad de afgelopen jaren heeft uitgewerkt.

Om blinde en slechtziende museumbezoekers de gelegenheid te geven om de jaarlijkse Nocturnes bij te wonen, hebben de Brusselse musea een aantal jaar geleden besloten om vrijwillige ‘beeldenfluisteraars’ in te zetten. Zo’n beeldenfluisteraar vertelt niet alleen wat er zoal te zien is in het museum, maar zorgt ook voor de praktische begeleiding tijdens het bezoek. Bovendien krijgen deze vrijwilligers een gedegen opleiding voor ze aan hun gidswerk mogen beginnen (zie https://www.nevero.be/naar-de-brusselse-musea-met-een-beeldenfluisteraar/).

Had de Brusselse Museumraad dan echt niet met professionals kunnen werken? Natuurlijk wel, maar dan zouden ze op twee problemen zijn gestuit.

Om elk museum tijdens elke Nocturne toegankelijk te maken, zou je vijf à acht audiobeschrijvers per taal nodig gehad hebben (maal twee dus, want alles gebeurt in het Frans én in het Nederlands). Alleen zijn er niet zoveel professionele audiobeschrijvers die zich drie maanden lang elke donderdagavond kunnen vrijmaken hiervoor. En natuurlijk zou daar een behoorlijk prijskaartje aan hangen…

Een alternatief kan dan zijn om elke Nocturne één museum uit te kiezen waarvoor je professionele audiodescriptie aanbiedt. Maar wat als niet alle blinde en slechtziende bezoekers naar hetzelfde museum willen gaan? Erg toegankelijk is zo’n initiatief dus niet…

Daarom werd besloten om met vrijwillige beeldenfluisteraars te werken. De blinde/slechtziende cultuurliefhebber kan zelf kiezen welk museum hij of zij wil bezoeken en de museumraad zorgt voor een vrijwilliger die een rondleiding door het museum voorbereidt.

Al tijdens mijn presentatie werd er druk over het initiatief getweet en ook na afloop kreeg ik veel positieve reacties. Op de website van ARSAD kun je de PowerPoint die ik tijdens mijn verhaal heb gebruikt bekijken en het abstract lezen dat als basis diende voor de presentatie (http://grupsderecerca.uab.cat/arsad/sites/grupsderecerca.uab.cat.arsad/files/ARSAD_15_booklet.pdf, blz. 43) .

oorspronkelijk gepubliceerd in maart 2015 op kmonet.be

Naar de Brusselse musea met een beeldenfluisteraar

Van 18 september tot en met 18 december 2014 openden verschillende Brusselse musea op donderdagavond tussen 17.00 en 22.00 uur hun deuren voor het publiek.

Net als vorig jaar werden er dit jaar weer beeldenfluisteraars ingezet voor bezoekers met een visuele beperking. Een beeldenfluisteraar is iemand die op vrijwillige basis met een blinde of slechtziende persoon een bezoek brengt aan een museum en daarbij vertelt wat er zoal te zien is. Daarnaast zorgt de beeldenfluisteraar voor de praktische begeleiding. Denk hierbij aan hulp bij het rondlopen door het museum en eventueel ook het ophalen van de persoon bij een halte van het openbaar vervoer.

Om deze beeldenfluisteraars op hun taak voor te bereiden vroegen de Brusselse Museumraad en Intro vzw mij om een workshop te geven aan de begeleiders in spe.

Het initiatief is ook door de media opgepikt. Zo besteedde onder andere De Morgen een artikel aan de beeldenfluisteraars en Iedereen Beroemd volgde gids Marc tijdens een museumbezoek.

oorspronkelijk gepubliceerd in oktober 2014 op kmonet.be

Vertalen onder tijdsdruk

Toen ik nog studeerde, had ik voor verschillende vertaalvakken docenten uit de praktijk. Een van hen herinner ik me nog goed, meneer C. zal ik hem hier maar noemen.

Meneer C. begon vrijwel al z’n lessen met een ‘spoedopdracht’. Dat was een tekstje van drie à vier regels dat we in korte tijd moesten vertalen en dan moesten inleveren. Hoewel, ‘korte tijd’… In mijn herinnering was het maar twee of drie minuten (in elk geval nooit genoeg), maar in het echt zullen het er vijf à zes zijn geweest. Voor meneer C. waren die spoedopdrachten dé manier om de ‘echte’ vertalers eruit te pikken. Want een vertaler moet niet alleen goed kunnen vertalen, hij of zij moet ook onder tijdsdruk goed kunnen vertalen.

Toen ik laatst zelf een beginnende vertaler in huis had, heb ik vaak teruggedacht aan de spoedvertalingen van meneer C. Want wat bleek: het ontbrak mijn stagiaire niet aan vertaalcapaciteiten, maar werken onder tijdsdruk bleek nieuw te zijn voor haar. Niet dat wij onze stagiairs zo onder druk zetten, integendeel. Zeker de eerste weken geldt hier: het werk moet goed zijn, niet snel. Maar waar een student haast eindeloos kan blijven schaven aan een vertaling, moet een stagiair wel op tijd indienen. En dat viel niet altijd mee.

Uiteindelijk is het de bedoeling van een stage dat je kennismaakt met de praktijk en dat je daaruit bijleert en vertalen onder tijdsdruk is iets typisch voor de vertaalpraktijk. Maar toch… Stiekem dacht ik dat het goed zou zijn als er op vertaalopleidingen meer docenten rondliepen als meneer C.

oorspronkelijk gepubliceerd in maart 2015 op kmonet.be

Het audiobeschrijven van J. Kessels

“Wat zit je nu weer te grinniken?” was een vraag die mijn collega met wie ik een kantoor deel me vaak stelde terwijl ik bezig was aan de audiodescriptie (AD) van J. Kessels. Deze film, die dit jaar de openingsfilm was van het Nederlands Film Festival, gaat over de bizarre roadtrip van de literaire pulpschrijver P.F. Thomése (Fedja van Huêt) met zijn favoriete personage, J. Kessels (Frank Lammers). In opdracht van een oude jeugdvriend rijden ze in Kessels’ oude Amerikaanse ‘Kamikaze’ roestbak van Tilburg naar de Hamburgse Reeperbahn, op zoek naar een vreemdgaande frikadellenhandelaar (Ruben van der Meer). En dan ligt er plots een lijk in de achterbak van de Kamikaze…

De affiche van de film J. Kessels, mét het audiodescriptie-logo.

De affiche van de film J. Kessels, mét het audiodescriptie-logo.

Niet alleen het absurde verhaal met de soms surrealistische plotwendingen maakten het een erg fijne film om te beschrijven, maar ook de afwisseling tussen de voice-over van Thomése die het verhaal aan elkaar praat en het sappige Brabantse of Vlaamse accent van sommige personages. Die voice-over blikt voortdurend terug of vooruit en schuwt daarbij de literaire clichés niet, waardoor ik soms ook in de audiodescriptie clichés heb gebruikt. Zo waren er ‘hoge schoorstenen die rookwolken uitbraakten’ en maakt een van de personages ‘als een dolgedraaide ballerina de ene pirouette na de andere’ als hij midden in de nacht op een dakterras begint te dansen.

Maar het leukste fragment voor mij als beschrijver was toen Thomése terugblikte op een vorige scène en daarbij z’n eigen aantekeningen voorlas. In de literatuurwetenschap heet zoiets intertekstualiteit. Dus toen besloot ik om er nog een extra laagje aan toe te voegen en de beschrijving van Thomése óók in de audiodescriptie te verwerken, waardoor de AD een beschrijving bevat van een actie die eerder in de film op exact dezelfde manier wordt beschreven door het hoofdpersonage. En ja, op zo’n moment zit ik (alweer) grinnikend achter m’n computer.

Wil je meer weten over deze specifieke audiodescriptie? Bekijk dan zeker dit filmpje eens, dat is gemaakt tijdens de opnames van het script. Acteur Frederik Brom leest hier de audiodescriptie van de beginscène in.

gepubliceerd op 29 oktober 2015

Artikel in Meta over audiodescriptie en audio-ondertiteling

Het juninummer van 2012 van het internationale vertaaltijdschrift Meta had als thema ‘La manipulation de la traduction audiovisuelle / The Manipulation of Audiovisual Translation’. Een van de artikelen gaat over ons onderzoek naar audiodescriptie in combinatie met audio-ondertiteling.

Audiodescriptie of AD is een techniek om audiovisuele informatie (bijvoorbeeld een speelfilm) toegankelijk te maken voor blinden en slechtzienden. Maar wat als er in een film ondertiteling gebruikt wordt om dialogen in vreemde talen te vertalen? Wie niet (goed) ziet, kan immers ook geen ondertitels lezen…

Samen met Aline Remael van de Universiteit Antwerpen en het Nederlandse bedrijf Soundfocus onderzoeken wij de verschillende manieren om zulke ondertitels toegankelijk te maken voor de doelgroep. Ons onderzoek is in 2012 op verschillende congressen aan bod gekomen, en er is dus ook een artikel over verschenen in Meta.

Een beknopte samenvatting (in het Engels en het Frans) is te lezen via deze link: http://www.erudit.org/revue/meta/2012/v57/n2/1013952ar.html?vue=resume&mode=restriction. Het artikel zelf is alleen toegankelijk voor abonnees en is in het Engels opgesteld.

 

oorspronkelijk gepubliceerd in maart 2013 op kmonet.be

Vertalende ondertiteling in combinatie met audiodescriptie

In november 2012 vond in Berlijn het negende Languages & The Media-congres plaats. Dit keer stond er erg veel audiodescriptie op het programma en een van de presentaties ging over een onderzoek waar Nevero aan meewerkt en waarin het vertalen van ondertitels in audiodescriptie centraal staat.

Audiodescriptie bestaat er nl. in dat, tussen de dialogen en belangrijke achtergrondgeluiden van een film of tv-programma, extra informatie wordt toegevoegd zodat mensen met een visuele beperking het programma makkelijker kunnen volgen. Maar wat als er een vreemde taal wordt gesproken in het programma?

Blinden en slechtzienden kunnen uiteraard geen ondertitels lezen, dus hoe maak je die informatie toegankelijk voor hen? Sinds we zo’n drie jaar geleden voor het eerst met deze vraag geconfronteerd werden, hebben we verschillende manieren ontwikkeld om ondertitels ‘hoorbaar’ te maken. De meest eenvoudige methode bestaat uit een voice-over waarbij één of twee stemmen alle dialogen voor hun rekening nemen en een beknopte samenvatting geven van wat er gezegd wordt, ongeveer zoals dat op de Franse televisie gebeurt bij interviews en reality-tv. Maar er zijn ook andere mogelijkheden en de meest uitvoerige die we tot nu toe hebben toegepast, hield in dat alle dialogen in een film in het Nederlands nagesynchroniseerd of gedubd werden, indien mogelijk zelfs door de oorspronkelijke auteurs.

Voor de volgende stap van het onderzoek gaan we de verschillende methodes op een aantal fragmenten toepassen en die fragmenten testen we vervolgens uit op een publiek.

Maar eerst is het onderzoek begin december 2012 gepresenteerd op een congres in Australië én kregen we de vraag van een Australische tv-zender om de presentatie uit Berlijn nog eens over te doen. Al bij al is de buitenlandse interesse dus groot, zeker aangezien het onderzoek dit voorjaar al eens gepresenteerd is op een congres in Canada. Wordt vervolgd dus…

oorspronkelijk gepubliceerd in december 2012 op kmonet.be

Gastcollege aan de Universiteit Antwerpen

Deze week was ik uitgenodigd als docent voor een gastcollege aan de Universiteit Antwerpen. Het ging om een les voor het vak Ondertitelen en mijn publiek bestond uit de laatstejaarsstudenten in de master Vertalen die Engels studeren (en uiteraard nog een andere vreemde taal).

De titel van mijn les was ‘Audiovisuele vertaling in de praktijk’. Eerst besprak ik kort een aantal vormen van audiovisuele vertaling. Naast het alom bekende vertalend ondertitelen worden ook ondertiteling voor doven en slechthorenden en het vertalen van commentaarteksten bij bijvoorbeeld documentaires tot de audiovisuele vertaling gerekend, om er maar een paar te noemen.

Daarna gaf ik de studenten een kort overzicht van de sector en legde ik uit hoe de workflow eruitziet bij een audiovisueel vertaalproject. Vervolgens presenteerde ik een aantal heel concrete voorbeeldgevallen of cases waarbij de studenten moesten bekijken hoe zij met bepaalde situaties om zouden gaan.
Wat doe je bijvoorbeeld als een klant de vertaling waar je zo hard aan gewerkt hebt helemaal herschrijft? Hoe reageer je als een klant fouten aanbrengt in je tekst? En hoe slecht moet de kwaliteit van het aangeleverde materiaal zijn voor je het werk kunt weigeren? Deze laatste vraag had vooral betrekking op de soms erg vergaande beveiligingen die klanten aanbrengen om hun videomateriaal oninteressant te maken voor piraterij, maar die het je als vertaler tegelijkertijd ontzettend moeilijk kunnen maken om je werk nog goed te doen.

Tijdens het gastcollege kwamen erg interessante discussies op gang en ik kreeg ook veel vragen van de groep. Daarbij merkte ik dat de studenten al goed hadden nagedacht over wat ze na hun afstuderen zouden willen doen en dat ze ook heel praktische tips en adviezen wilden om in de sector aan de slag te gaan.

Hoewel ik het praktische gedeelte van de lezing begon met de waarschuwing dat de studenten allicht een stuk minder geïnteresseerd zouden zijn als ze wisten hoe het er in de praktijk aan toegaat, bleken veel studenten achteraf nog steeds gebeten te zijn door het ondertitelvirus. Begrijpelijk ook wel, want zelf werk ik ook ontzettend graag in deze soms moeilijke sector.

gepubliceerd op 22 oktober 2015

Gezocht: ‘stukjesstage’

Onlangs kreeg ik een mailtje van een studente die graag 150 uur stage wilde lopen bij Nevero. Alleen bleek algauw dat ze die stage in stukjes van hier en daar een dag en vooral veel halve dagen zou moeten doen. Een ‘stukjesstage’, dus.

Eerder dit jaar heb ik nog een stagiair in huis gehad en ik vind het heerlijk om toekomstige vertalers te begeleiden. Alleen moet het wel doenbaar blijven. Studenten werken trager dan ervaren vertalers (wat ook normaal is, aangezien ze het vak nog moeten leren), maar een stagiair die af en toe eens een dag of een halve dag komt, kan eigenlijk geen ‘echte’ opdrachten doen. En dat is een probleem, zeker in een sector waar veel werk dringend is.

Ik ben een groot voorstander van stages en 150 uur is wat mij betreft ook het minimum om een goede stage te kunnen organiseren. Tijdens zo’n stage moet de student immers kennismaken met de verschillende aspecten die bij het werken in de praktijk komen kijken. Een stagiair moet dus niet alleen een bepaald aantal teksten vertalen / schrijven of video’s ondertitelen (dat komt in de opleiding ook aan bod), maar vooral leren hoe je omgaat met klanten en hun verwachtingen, wat de verschillende stappen in het vertaalproces zijn en welke andere taken er in een vertaalbedrijf uitgevoerd worden (projectmanagement, revisie en kwaliteitscontrole, enz.) en, heel belangrijk, hoe het is om te werken als je een ‘echte’ deadline moet halen.

Waarom universiteiten aan de ene kant verwachten dat studenten 150 uur stage lopen en aan de andere kant denken dat die 150 uur haalbaar zijn in stukjes van hier en daar een dag of een halve dag, is mij eerlijk gezegd een raadsel. Stel dat een student de helft van de stage kan doen in losse dagen en de andere helft in halve dagen, dan heb je het algauw over dertig verplaatsingen. En Maasmechelen ligt nu niet bepaald bij de deur, dus tel daar ook nog de nodige reistijd bij… Veel logischer zou zijn om een aantal weken geen lessen te geven, zodat studenten ten minste de kans krijgen om in alle rust stage te lopen. Overigens, minstens één vertaalopleiding past dit systeem al toe en zorgt voor lesvrije weken.

En om af te sluiten: dit academiejaar (2015 – 2016) bied ik zelf geen stage aan, maar mijn collega Pascal Govaert van PGVR (met wie ik een kantoor deel) wel. Zit je dus in het laatste jaar van een masteropleiding waarin talen centraal staan (bij voorkeur de master Vertalen) en zoek je nog een stageplek, neem dan zeker een kijkje op http://www.pgvr.be/stage.

gepubliceerd op 15 oktober 2015