Audiovisuele vertaling – Audiodescriptie | Nevero

Bij Nevero maken we audiovisuele projecten toegankelijk voor anderstaligen of mensen met een visuele of auditieve beperking.

Het ondertitelen van ‘Attenborough and the Giant Dinosaur’

Op zondag 1 januari zendt Canvas de prachtige documentaire Attenborough and the Giant Dinosaur uit. Sir David Attenborough volgde twee jaar lang het onderzoek naar en de reconstructie van het skelet van een reusachtige dinosaurus. Het skelet werd bij toeval ontdekt door een Argentijnse herder die een stuk bot vond dat uit de grond stak.

De Nederlandse ondertitels bij deze documentaire zijn van mijn hand. Ik heb al eerder documentaires van David Attenborough vertaald en ik vind het altijd ontzettend leuk om in de ondertitels weer te geven hoe hij in het Nederlands zou klinken. Attenborough valt natuurlijk op door z’n unieke stemgebruik, maar ook wát hij zegt is de moeite waard. Zo spreekt hij vrij formeel, wat op zich al een uitdaging vormt bij het ondertitelen.

Ondertitels zijn immers een geschreven weergave van een gesproken tekst en daarom hamer ik er altijd op als ik nieuwe mensen opleid dat ze spreektaal moeten gebruiken. Schrijf wat je zou zeggen, is het devies. Maar bij Attenborough werkt dat niet. Zo gebruikt hij in deze documentaire regelmatig het werkwoord ‘to roam’ als hij beschrijft hoe de dinosaurussen rondliepen op de uitgestrekte vlaktes. Als je dat vertaalt als ‘rondlopen’, verlies je daarmee een stukje van de sfeer van de docu. Vandaar dat in mijn vertaling de dinosaurussen ‘rondzwerven’ in plaats van gewoon te ‘lopen’.

Maar ook Attenborough is niet onfeilbaar, en soms maakt hij kleine foutjes. Op een bepaald moment heeft hij het bijvoorbeeld over een dinosaurus met ‘sharp flesh-eating teeth’. Letterlijk vertaald zijn dat vleesetende tanden, maar tanden eten geen vlees, dat doet de dinosaurus van wie die tanden zijn. In de vertaling is het dan ook een dinosaurus geworden met ‘scherpe tanden om vlees mee te verscheuren’.

En hiermee ben ik meteen bij een derde eigenschap van Attenboroughs taalgebruik aanbeland. Hij praat namelijk vaak erg langzaam vergeleken met andere sprekers. Voor een ondertitelaar is dat een groot voordeel, want hoe sneller iemand spreekt, hoe minder plaats er is voor de vertaling. Dat noemen we de leessnelheid, en dat slaat op de verhouding spreektijd vs. presentatietijd van de ondertitels. Bij Attenborough ligt het spreektempo vaak vrij laag, hoewel ook hij soms te veel wil zeggen in te weinig tijd, waardoor ik ook bij hem soms noodgedwongen informatie moet schrappen. Maar in dit voorbeeld had ik wat tijd over, waardoor ik de vertaling zelfs iets kon uitbreiden vergeleken met het Engels en dat komt maar heel weinig voor.

Een voorproefje van de documentaire, verteld door David Attenborough (zonder ondertitels).

Attenborough and the Giant Dinosaur is a.s. zondag om 20.15 uur te zien op Canvas, en daarna online op canvas.be.

gepubliceerd op 29 december 2016

De toegevoegde waarde van ondertitel- en vertaalbureaus

Tijdens Languages & The Media, een tweejaarlijkse conferentie in Berlijn, was er o.a. een leercafé, waar ik het al eerder over gehad heb op mijn blog. De vorige keer vertelde ik hoe de groep waar ik zelf in zat als opdracht had om na te denken over de toegevoegde waarde van ondertitelaars, nu en in de toekomst. Een andere groep moest hetzelfde doen, maar dan voor LSP’s, wat staat voor Language Service Providers, ofwel vertaal- en ondertitelbureaus.

Zelf beschouw ik mezelf voor een deel nog steeds als freelancer (het vertaal- en ondertitelwerk dat ik voor de VRT doe, mag ik bijvoorbeeld uitsluitend als freelancer doen), maar ik kan er niet omheen dat ik de afgelopen negen jaar een behoorlijk bedrijf uit de grond heb gestampt, dat sinds kort bovendien twee vestigingen heeft. Daarmee ben ik in feite dus ook een LSP.

Hoewel LSP’s vaak een slechte naam hebben (ze worden ook wel smalend ‘doorgeefluiken’ of ‘brievenbusbureaus’ genoemd), bieden veel bureaus heel wat toegevoegde waarde voor de vertalers en ondertitelaars die voor hen werken. Vorige week heb ik mijn jaarlijkse gastcollege gegeven aan de laatstejaarsstudenten Vertaalkunde aan de Universiteit Antwerpen en daar heb ik dit duidelijk gemaakt aan de hand van een paar voorbeelden.

Foto: ouderwetse Amerikaanse brievenbus met nummer 12

Een foto van een ouderwetse Amerikaanse brievenbus met nummer 12

Het meest tot de verbeelding sprekende voorbeeld was een discussie met een klant over technische kwesties na levering van een ondertitelbestand. Lang verhaal kort: deze klant heeft, zoals veel klanten, een ‘vast’ bestandsformaat waarvan ik weet dat dat op zijn montageapparatuur het beste werkt. Alleen, dit ene project werd door een andere monteur gedaan die nog niet echt thuis was in de software. Gevolg: hij kon mijn bestand niet gebruiken. Althans, hij kreeg een foutmelding toen hij het probeerde te openen.

Uiteraard kun je dan als ondertitelaar zeggen: “Sorry, ik maak alleen de ondertitels en ik lever ze altijd zo, dus los het zelf maar op.” Maar echt commercieel is dat niet en de vraag is maar of een klant wil betalen voor ondertitels die hij niet kan gebruiken, ongeacht of dat nu jouw schuld is of niet. Ik liet de studenten de hele online discussie nalezen, inclusief alle technische specificaties, foutmeldingen, al dan niet nuttige tips en oplossingen van een forum, enz. Al toen de eerste technische termen voorbijkwamen, raakten sommige studenten de draad kwijt. Dat gaf ook niet, ik wilde ze vooral laten zien hoe ik meedacht met de klant en hoe we uiteindelijk een oplossing vonden. Moraal van het verhaal: je werk stopt echt niet altijd na de levering van het bestand en klanten verwachten dat ze ook bij je terechtkunnen als er een probleem is. Niet direct iets wat je als beginneling zomaar tot een goed einde kunt brengen…

Over beginnelingen gesproken: de afgelopen jaren heb ik verschillende pas afgestudeerde vertalers/ondertitelaars/audiobeschrijvers onder mijn vleugels genomen en allemaal zijn ze erg blij met de extra begeleiding en feedback die ze van mij krijgen. Daardoor worden ze niet alleen beter in het werk dat ze voor mij doen (waar ik zelf natuurlijk ook voordeel bij heb), maar na een aantal jaar zijn het stuk voor stuk geweldige collega’s naar wie ik graag klanten doorverwijs als ik zelf geen tijd heb. Op die manier heeft een van mijn medewerkers deze week nog een klus gedaan bij de Europese Commissie in Brussel.

En tot slot iets wat zeker voor beginnelingen erg belangrijk is: als je voor een serieus bureau werkt, dan kun je er in elk geval op rekenen dat je binnen een redelijke termijn betaald wordt voor je werk, zelfs als dat bureau zelf nog niet betaald is. Want hoe onverstandig ik het ook vind van sommige vertalers dat ze ondanks alle alarmsignalen toch met een brievenbusbureau in zee gaan, het blijft schrijnend om te lezen hoe lang ze soms op hun geld moeten wachten.

gepubliceerd op 5 december 2016

De toegevoegde waarde van ondertitelaars

In mijn vorige artikel beschreef ik hoe het ‘leercafé’ tijdens de Languages & The Media-conferentie was verlopen. In kleine groepjes bogen de deelnemers zich over de vraag hoe de ondertitelsector er over tien jaar uit zou zien.

Helemaal aan het eind van de discussie in onze groep opperde iemand toen dat ondertitelaars zich nu en in de toekomst kunnen onderscheiden door ‘added value’ of toegevoegde waarde te bieden. Of beter gezegd, door de waarde die ze nu al bieden, meer in de kijker te zetten.

Die opmerking zette me aan het denken. Twee jaar geleden, tijdens Languages & The Media 2014, gaf Diana Sanchez nl. een presentatie over de toegevoegde waarde van ondertitels. Meer over die presentatie lees je in dit blogartikel. Sanchez maakt zich sterk dat ondertitels veel meer zijn dan wat witte lettertjes onderaan in beeld. Zo wordt ondertiteling in India ingezet in de strijd tegen analfabetisme en het is algemeen bekend dat in ondertitellanden mensen beter Engels spreken en verstaan dan in typische dubbinglanden.

Foto: het boek met het programma en de samenvattingen van de toespraken en daarnaast een stoffen tasje met het logo van het congres.

Foto: het boek met het programma en de samenvattingen van de toespraken en daarnaast een stoffen tasje met het logo van het congres.

Terug naar het leercafé en de toegevoegde waarde van ondertitelaars. Een voorbeeld dat tijdens onze groepssessie gegeven werd was dat ondertitelaars perfect geplaatst zijn om een korte inhoud te schrijven bij een film of tv-programma of wie weet zelfs om advies te geven over welke fragmentjes gebruikt kunnen worden voor een teaser. Immers, als er iemand is die een programma van a tot z kent, dan is het de vertaler of ondertitelaar wel.

In feite heb ik al een klant (een grote tv-zender) die aan al zijn vertalers en ondertitelaars vraagt om het te melden als er bijvoorbeeld (veel) geweld in een programma voorkomt. Op die manier kunnen ze kijken of ze het misschien niet op een later tijdstip moeten uitzenden – vóór er klachten komen van kijkers.

Maar ook op andere vlakken is het een voordeel dat je als vertaler/ondertitelaar een van de eersten bent die het afgewerkte product te zien krijgt. Het gebeurt af en toe dat ik bijvoorbeeld toch nog een foutje opmerk in een tekst in beeld en klanten zijn altijd erg blij als ze daarop gewezen worden zodat ze het kunnen aanpassen voor het programma wordt uitgezonden of voor een webvideo online wordt gezet.

Overigens, niet alleen als ondertitelaar kun je op die manier je toegevoegde waarde bewijzen. Ik heb het ook al meegemaakt dat ik een korte internetvideo kreeg om een audiodescriptie bij te schrijven. Nu was me al opgevallen dat er wel erg veel muziek te horen was en af en toe werd die muziek wat zachter gezet. Voor ik aan het script begon, vroeg ik dus toch even aan mijn klant of er toevallig geen voice-over aan de video toegevoegd moest worden. Dat bleek inderdaad het geval te zijn. Gelukkig kwamen we daar op tijd achter, want de aanvullende audiobeschrijvingen mogen nooit door de voice-over gaan.

Tot slot komt het ook voor dat klanten expliciet vragen om input. Zo overlegde ik aan het begin van mijn samenwerking met een grote klant regelmatig wat voor stem het beste zou passen om mijn teksten in te spreken: een man of een vrouw, een wat oudere, doorleefde stem of juist een jong en enthousiast iemand. Op die manier hebben klant en ik veel van elkaar geleerd en werd het uiteindelijke resultaat nog net een beetje beter, en daar doen we het toch voor.

gepubliceerd op 17 november 2016

Een conferentie met een leercafé

Vorige week was ik in Berlijn voor de tweejaarlijkse Languages & The Media-conferentie. Naast de gebruikelijke presentaties en panelgesprekken had de organisatie dit keer iets nieuws in petto: een ‘Learning Café’. Het idee was dat de aanwezigen na een korte inleiding van enkele experts aan grote ronde tafels plaatsnamen voor een discussie. Aan het eind van de sessie presenteerde een vertegenwoordiger van elke tafel wat er was besproken en welke conclusies daaruit getrokken konden worden.

Het onderwerp van het ‘leercafé’ was Subtitling: A Roadmap for the Future. Het was dus de bedoeling dat de verschillende groepjes bespraken hoe de toekomst van de ondertitelsector er volgens hen uit zou zien. Om het wat concreter te maken, kreeg elke groep een blad waarop stond vanuit welk standpunt zij naar die toekomst zouden kijken én enkele vragen om te helpen bij het denkproces.

De groep waar ik in zat vertegenwoordigde de freelance-ondertitelaars. Toevallig zaten er enkele freelancers in de groep, maar er waren ook vertegenwoordiger van (grote) ondertitelbureaus en bedrijven, wetenschappers en mensen uit het onderwijs. De vragen die we als leidraad hadden gekregen, gingen over auteursrechten, werkomstandigheden, tarieven en nog veel meer.

We waren het er in onze groep al vrij snel over eens dat freelancen in het algemeen in de lift zit. Niet alleen vertalers en ondertitelaars werken steeds vaker op freelancebasis, ook in andere sectoren wordt het steeds zeldzamer om je hele leven lang in loondienst voor dezelfde baas te werken. Alleen werken ondertitelaars vaak voor slechts enkele vertaalbureaus, wat hen erg kwetsbaar maakt. Bovendien is er veel concurrentie op de markt, niet alleen van collega-freelancers, maar ook door fansubbing en crowdsourcing, wat prijzen onder druk kan zetten. Op zich zou het mooi zijn als professionele ondertitelaars extra inkomsten zouden krijgen uit auteursrechten en royalty’s om dat te compenseren, maar onze groep stelde helaas vast dat dat geld vaak niet bij de vertalers terechtkomt en we dachten niet dat dat in de toekomst zal verbeteren.

Een andere groep, die ook het standpunt van de freelancers vertegenwoordigde, was op het idee gekomen dat het wellicht mogelijk zal worden dat ondertitelaars hun eigen werk in de toekomst kunnen uploaden in apps en dan per download een klein bedrag zouden ontvangen. Een soort Spotify voor ondertitels, dus. In de praktijk ligt dit niet zo voor de hand wegens allerlei rechtenkwesties, maar het is een interessant idee.

Helemaal aan het eind van de discussie in onze groep opperde iemand dat ondertitelaars zich nu en in de toekomst kunnen onderscheiden door ‘added value’ of toegevoegde waarde te bieden. Of beter gezegd, door de waarde die ze nu al bieden, meer in de kijker te zetten. Jammer genoeg was er niet genoeg tijd om dit verder uit te werken in het debat, maar in een volgend artikel ga ik hier dieper op in.

De deelnemers aan onze tafel tijdens het Learning Café. Foto: ICWE GmbH / Sera-Zöhre Kurc.

De deelnemers aan onze tafel tijdens het Learning Café. Foto: ICWE GmbH / Sera-Zöhre Kurc.

Na een tijdje, toen alle groepen de kwestie hadden besproken van uit hun standpunt, was het tijd om de resultaten voor te leggen. Tot mijn grote verrassing werd ik ineens tot vertegenwoordiger van onze groep benoemd waardoor ik onze bevindingen mocht toelichten voor de andere groepen. Spannend, maar ook erg leuk, natuurlijk.

Conclusie: het leercafé was een fijne manier om verschillende ideeën en standpunten samen te brengen. Ik vond het zeker voor herhaling vatbaar.

gepubliceerd op 11 november 2016

 

Audiodescriptie-opleiding in Utrecht

Op vrijdag 9 en zaterdag 10 december geef ik in opdracht van Vereniging Bartiméus Sonneheerdt een audiodescriptie-opleiding in Utrecht. De opleiding is bedoeld voor iedereen die wil leren hoe je webvideo’s met aanvullende beschrijvingen toegankelijk kunt maken voor mensen met een visuele beperking.

De cursus bestaat uit theorie én praktijk, zodat je meteen kunt oefenen wat je geleerd hebt. Aan het eind van de cursus weet je hoe je een eenvoudige audiodescriptie schrijft in Word. Je hoeft dus geen gespecialiseerde software te kennen om video’s te bewerken. Het inspreken en opnemen van audiobeschrijvingen komt niet aan bod, dus het is niet nodig om stemtraining gevolgd te hebben om mee te kunnen doen.

Programma

Dag 1 We beginnen met een korte inleiding over wat audiodescriptie precies is en voor wie het bedoeld is. Daarna krijg je een overzicht van de belangrijkste richtlijnen / praktische tips. Gaandeweg ontdek je waarom de richtlijnen zo belangrijk zijn. Hierna breng je de theorie in praktijk. Je leert niet alleen hóe je iets beschrijft, maar ook welke fouten je als beginnende beschrijver kunt maken en hoe je die kunt vermijden. Tot slot ga je zelf aan de slag en begin je (individueel en/of in een groep) aan je eerste audiodescriptie.

Dag 2 Op de tweede dag staat de praktijk centraal en werk je verder aan je eerste audiodescripties. Uiteraard sta je er niet alleen voor. Je krijgt hulp tijdens een aantal feedbackrondes waarin je je eigen werk vergelijkt met een voorbeeld-audiodescriptie die we bespreken, en je beschrijvingen in een groep becommentarieert en verbetert. Tot slot begin je aan je eerste ‘echte’ audiodescripties bij tien webvideo’s.

Presentatie tijdens een van de workshops voor vrijwilligers in opdracht van de Brusselse Museumraad

Presentatie tijdens een eerdere workshop

Na afloop van de cursus ben je een getrainde amateurbeeldbeschrijver en heb je samen met je medecursisten de basis gelegd voor een online database van toegankelijke webvideo’s. Elke cursist maakt hiervoor een audiodescriptie bij tien video’s.

De cursus duurt twee volledige dagen (van 9.00 tot 17.00 uur) en vindt plaats in Utrecht. De kosten bedragen €100,- (inclusief koffie/thee en lunch).

Voor meer informatie kun je contact opnemen met Eveline Ferwerda op het nummer +31 (0)30 693 50 46. Of je kunt mailen naar eferwerda@steunbartimeus.nl. Via dit mailadres kun je je ook inschrijven. Dat kan tot 21 november, maar wacht niet te lang, want het aantal plaatsen is beperkt en vol = vol!

gepubliceerd op 26 oktober 2016

Nevero Nederland

Sinds 1 september heeft Nevero een tweede vestiging, in Nederland nog wel! Wie mijn blog regelmatig volgt, weet dat we bij Nevero ook veel voor Nederlandse klanten werken. Sterker nog: jaar na jaar blijkt dat een groot deel van de groei van het bedrijf uit Nederland komt. Daarom leek het een logische stap om ook daar een vestiging te hebben.

Binnenkort volgt er ook een aparte nl-website, maar hier zijn alvast de gegevens van onze tweede vestiging:

Gelissendomein 8 bus 63
6229 GJ Maastricht
Tel: +31 (0)43 7600 131

Een stapel documenten die gericht zijn aan de Nederlandse vestiging van Nevero.

Een stapel documenten die gericht zijn aan de Nederlandse vestiging van Nevero.

gepubliceerd op 11 oktober 2016

 

Een Wilhelm-schreeuw in audiodescriptie

Ze zeggen wel eens dat niemand een boek zo grondig leest als een vertaler. Een variant hierop kan zijn dat niemand een film zo grondig bekijkt als een audiobeschrijver. Vaak zitten we met verschillende mensen ingespannen naar een filmbeeld te turen om maar te achterhalen wat er precies te zien is en in hoeverre dat belangrijk is voor het verhaal – en dus ook voor de audiodescriptie.

Laatst werkte ik aan de audiodescriptietekst van een nieuwe speelfilm toen me iets opviel. Een bepaald beeld, dat een seconde of vier te zien was, deed me wel heel erg denken aan een vergelijkbaar beeld uit een andere film die ik beschreven heb. Ik nam die andere film er nog eens bij en de overeenkomsten waren inderdaad frappant.

“Wat leuk, een Wilhelm-schreeuw, maar dan met beeld,” zei m’n collega toen ik het ter sprake bracht. Waarop ik dus ging uitzoeken wat die Wilhelm-schreeuw dan precies was. De Wilhelm-schreeuw is een geluidseffect dat in 1951 is opgenomen voor de film Distant Drums. Sindsdien is het in ontzettend veel andere films en tv-series opnieuw gebruikt (op Wikipedia vind je een volledige lijst). Meestal wordt de schreeuw gebruikt wanneer er een personage wordt neergeschoten of van grote hoogte naar beneden valt, maar het is bijvoorbeeld ook te horen in A Star is Born (1954) met Judy Garland.

Het originele fragment kun je hier bekijken (en beluisteren, natuurlijk).

Aangezien ik het idee achter die Wilhelm-schreeuw wel leuk vond, besloot ik om de oorspronkelijke beschrijving van het beeld opnieuw te gebruiken in deze film. Waarschijnlijk zullen maar heel weinig ziende kijkers opmerken dat het beeld ook in een andere film te zien was, net zoals heel weinig blinde of slechtziende kijkers de beschrijving ervan zullen herkennen, maar hij bestaat dus wel degelijk, onze variant van de Wilhelm-schreeuw in audiodescriptie.

gepubliceerd op 26 september 2016

 

Verslag Open Monumentendag met audiodescriptie

Afgelopen zondag hebben wij de audiodescriptie verzorgd tijdens een rondleiding op Open Monumentendag. Onder leiding van een enthousiaste gids brachten we een bezoek aan de oude mijngebouwen én de ondergrondsimulatie in de kelder van het museum, waar we kennismaakten met de zware werkomstandigheden in de mijnen.

Vóór de rondleiding van start ging, gaven we eerst een beschrijving van de gebouwen die we zouden bezoeken en het terrein, zodat de blinde en slechtziende deelnemers zich een beeld konden vormen van de omgeving. Tijdens het bezoek wisselden gids en audiobeschrijver elkaar voortdurend af. De gids vertelde zijn verhaal met alle feiten en anekdotes die daarbij hoorden en de audiobeschrijver vulde waar nodig aan met extra beschrijvingen van voorwerpen en de locatie.

Deze samenwerking verliep erg vlot, en dat was niet zo verwonderlijk, want tijdens het overleg vooraf vertelde de gids dat hij in zijn eigen familiekring iemand kende die slechtziend was. Daardoor had hij al een aantal zeer goede reflexen waar wij onze audiobeschrijvers ook op trainen. Zo lette hij erop om de woorden ‘hier’ en ‘daar’ altijd concreet te maken. Voor iemand die niet (goed) ziet, zijn dat namelijk erg abstracte begrippen, maar met wat extra uitleg wordt al snel duidelijk wat ermee bedoeld wordt. Dus in plaats van te zeggen: “Dit hier is een mijnwerkerslamp,” zei de gids: “Als u nu uw hand opent, dan leg ik er een voorwerp in. Dat is een mijnwerkerslamp, die we op onze helm droegen. Aan de achterkant zit een clipje, voelt u het? De voorkant van de lamp is glad en vlak. Wacht, ik zet de lamp even aan, dan voelt u de warmte…”

De gids demonstreert de werking van een mijnlamp, die gebruikt werd om gas te detecteren.

De gids demonstreert de werking van een mijnlamp, die gebruikt werd om gas te detecteren.

Het was heel mooi om te merken hoe deze gids openstond voor de behoeften van onze doelgroep en ook de deelnemers waren erg enthousiast over deze bijzondere rondleiding.

Ben je (vrijwillig of professioneel) gids en wil je ook weten hoe je je rondleidingen kunt aanpassen voor blinde en slechtziende bezoekers? Dan is onze e-cursus misschien wat voor jou: https://www.nevero.be/online-audiodescriptie-opleiding-opnieuw-van-start/.

gepubliceerd op 17 september 2016

Toegankelijke rondleidingen op Open Monumentendag

Aanstaande zondag is het weer zover: dan is het Open Monumentendag. Net als vorig jaar is er ook dit jaar een locatie die extra toegankelijke rondleidingen aanbiedt. Op de mijnsite in Koersel (Beringen) kun je namelijk een rondleiding bijwonen met een tolk Vlaamse Gebarentaal of met audiodescriptie voor wie blind of slechtziend is.

De rondleiding met de tolk gebarentaal gaat van start om 12.00 uur. De audiobeschreven rondleiding start een halfuurtje later, om 12.30 uur. Tijdens deze rondleiding brengen we onder leiding van een enthousiaste gids een bezoek aan de oude mijngebouwen met onder andere de badzaal. Daarna bezoeken we het museum waar we worden ondergedompeld in een indrukwekkende ondergrondsimulatie.

In het kader van Open Monumentendag zijn er ook allerlei activiteiten op en rond het terrein, zoals een kunst- en ambachtenmarkt en optredens van verschillende bands. Ook na de rondleiding is er dus nog van alles te beleven.

Een jongeman luistert naar via een koptelefoon de audiobeschrijvingen van een metalen kunstwerk dat hij aftast

Een jongeman luistert via een koptelefoon naar de audiobeschrijvingen van een metalen kunstwerk dat hij aftast

Zin gekregen om een bezoekje te brengen aan deze bijzondere erfgoedparel? Schrijf je dan snel in (tot en met 7 september) op openmonumentendag@intro-events.be. De rondleiding én de audiobeschrijving zijn gratis, maar het aantal plaatsen is beperkt, dus wees er snel bij!

gepubliceerd op 6 september 2016

Wat je niet hoorde in de audiodescriptie van Boer zoekt Vrouw

De afgelopen dagen heb ik verschillende reacties gekregen op de audiodescriptie van Boer zoekt Vrouw. Een opmerking die een aantal keer terugkwam, was dat er wel erg weinig informatie over de boeren zelf en hun omgeving in de beschrijvingen zat. Dat klopt, en het is eenvoudig te verklaren: Boer zoekt Vrouw heeft veel dialogen en dus blijft er voor ons soms weinig tijd over om aanvullende beschrijvingen toe te voegen. Niet dat we het niet proberen: in de aflevering van afgelopen zondag hebben we regelmatig gaatjes van 1,5 seconde gebruikt om toch wat extra info weer te kunnen geven.

Maar niet getreurd, in dit artikel probeer ik toe te voegen wat je niet hoorde in de audiodescriptie van Boer zoekt Vrouw. En in tegenstelling tot de echte beschrijvingen, die niet alleen kort moeten zijn (om te passen in de weinige tijd die we hebben), maar ook objectief (zodat de kijkers zich zelf een mening kunnen vormen over het programma), geef ik hieronder gewoon mijn eigen mening over de boeren, aangevuld met fragmentjes van onze beschrijvingen en stukjes die ik heb gelezen op Twitter en in de media.

Geen boer, maar een bij die druk aan het werk is in een veld vol witte lavendel.

Geen boer, maar een bij die druk aan het werk is in een veld vol witte lavendel.

  1. Boer Olke

Olke is 51 en heeft een melkveebedrijf in Texas, in de Verenigde Staten. Oorspronkelijk komt hij uit Friesland en hij is samen met een groot deel van zijn familie naar Amerika geëmigreerd. Zijn ouders wonen op vijf minuten rijden van zijn eigen boerderij. Olke heeft twee dochters (allebei slanke, blonde meiden), die al het huis uit zijn, en een zoon (een beetje een slungelige jongen, maar hij kwam niet veel in beeld). Hij woont in een laag huis met een veranda en een zwembad in de tuin.

Over Olke zelf is niet zo heel veel te zeggen: hij ziet er vrij gewoon uit, met peper-en-zoutkleurig haar en lichtgrijze ogen. Op Yvons vraag wat hij te geven heeft, antwoordde hij: M’n hart, wat voor heel wat aaah’s zorgde op Twitter.

 

  1. Boer Herman

Herman is met z’n 24 jaar de jongste boer van deze editie en hij woont samen met z’n ouders en z’n zusje op een boerderij in Frankrijk. Die boerderij is een idyllisch, oud gebouw met lichtblauwe, houten luiken voor de ramen. Het gebouw ligt midden in het groen en het is een melkveebedrijf.

Herman zelf is op het eerste gezicht een vriendelijke jongen, die Yvon afhaalt aan het station en die graag taarten bakt en hoorn speelt in de plaatselijke fanfare. Hij heeft donkerbruin haar, dat hij in een lok over z’n voorhoofd heeft gekamd en lichtblauwe ogen. Op Twitter waren de meningen over z’n kapsel verdeeld. Wat mij opviel, was dat hij een wel erg jonge moeder heeft, maar misschien heeft ze gewoon goede genen.

 

  1. Boer Marc

Crocodile Dundee meets Indiana Jones, zo zou je boer Marc kunnen omschrijven. Marc is 37 jaar en heeft een viskwekerij in Zambia. Toen Yvon uit de auto stapte en Marc met z’n tropenhoedje op haar afstapte, riep ze uit: Wat ben ik blij dat ik jou zie! Ik denk dat een groot deel van de vrouwelijke kijkers precies hetzelfde dacht.

Marc gaat voor de ruige look met een stoppelbaardje en hij heeft behoorlijk felle blauwgroene ogen. Als hij z’n hoedje afzet, heeft hij wel wat weg van David Beckham, volgens Twitter. Hij woont in een huis dat uitkijkt op een uitgestrekt meer en hij heeft drie katten en een zwarte hond, die voor op de boot zit als Marc z’n netten gaat inspecteren. Geen twijfel mogelijk: Marc is dé sensatie van deze Boer zoekt Vrouw en het zou me niet verbazen als ze een extra vrachtvliegtuig moeten laten komen voor alle brieven die hij krijgt. Maar wat ik mij dan afvraag: hoe komt het dat deze hunk nog geen vrouw heeft?

 

  1. Boer Riks

Riks heeft een melkveebedrijf in Canada. Inderdaad, in deze reeks zitten veel melkboeren en dus ook veel koeien om te beschrijven. En dan hebben ze ook nog vooral van die typische bonte zwart met witte koeien… Maar goed, Riks, dus. Deze Drent in Canada is 39 jaar, kalend en hij heeft een lieve, maar ook wel treurige blik. Hij heeft twee kinderen (Owen van 10 en Olivia van 9), die elke dag na school bij hem zijn.

Het opvallendste gebouw van zijn boerderij is een oude, houten stal met een puntdak waarop in witte letters het jaartal 1902 is geschilderd. Naast koeien heeft Riks ook 24 kippen, die in een charmant rood huisje met witte raamkozijnen wonen, waarop Yvon opmerkt dat het kippenhok er beter uitziet dan het eenvoudige, beige huis waar Riks zelf woont.

 

  1. Boer David

Boer David (spreekt uit: Deevid – ja, dat soort informatie voegen wij ook toe in onze scripts) heeft een varkenshouderij in Roemenië. Hoewel, een varkenshouderij… Eigenlijk is het meer een bouwval waar het onkruid tussen de graansilo’s metershoog opschiet en waar de stallen er verlaten bij staan, maar volgens de 27-jarige David komt dat allemaal goed. Op Twitter waren maar weinig mensen overtuigd van de haalbaarheid van z’n plannen, gezien de vele verwijzingen naar Help, mijn man is klusser en Ik vertrek, maar ik vind het grenzeloze optimisme van David wel aandoenlijk.

David is een vrij mollige jongen met donkerbruin haar en donkere ogen. Naast de varkenshouderij wil hij ook aan akkerbouw gaan doen, maar eerst neemt hij Yvon mee naar de Roemeense hoofdstad Boekarest, op zo’n anderhalf uur van z’n boerderij. Boekarest is een stad met statige gebouwen en charmante kerkjes waar je zomaar even binnen kunt stappen om een kaarsje te branden. En ik kan het weten, want ik ben er verschillende keren zelf geweest.

 

Terwijl heel Nederland gek wordt van boer Marc, zou ik boer David in de gaten houden. Hij heeft lieve puppyogen en ik geloofde hem alvast toen hij Yvon ervan verzekerde dat hij er alles aan zal doen om ervoor te zorgen dat het lukt als hij een vrouw vindt via het programma.

gepubliceerd op 30 augustus 2016