Audiovisuele vertaling – Audiodescriptie | Nevero

Bij Nevero maken we audiovisuele projecten toegankelijk voor anderstaligen of mensen met een visuele of auditieve beperking.

Naar de Brusselse musea met een beeldenfluisteraar

Van 18 september tot en met 18 december 2014 openden verschillende Brusselse musea op donderdagavond tussen 17.00 en 22.00 uur hun deuren voor het publiek.

Net als vorig jaar werden er dit jaar weer beeldenfluisteraars ingezet voor bezoekers met een visuele beperking. Een beeldenfluisteraar is iemand die op vrijwillige basis met een blinde of slechtziende persoon een bezoek brengt aan een museum en daarbij vertelt wat er zoal te zien is. Daarnaast zorgt de beeldenfluisteraar voor de praktische begeleiding. Denk hierbij aan hulp bij het rondlopen door het museum en eventueel ook het ophalen van de persoon bij een halte van het openbaar vervoer.

Om deze beeldenfluisteraars op hun taak voor te bereiden vroegen de Brusselse Museumraad en Intro vzw mij om een workshop te geven aan de begeleiders in spe.

Het initiatief is ook door de media opgepikt. Zo besteedde onder andere De Morgen een artikel aan de beeldenfluisteraars en Iedereen Beroemd volgde gids Marc tijdens een museumbezoek.

Een museumzaal bekeken van op de volgende verdieping. De muren van de zaal gaan op de verdieping over in rijen brede, statige kolommen.

Blik van bovenaf op een zaal in een museum – afbeelding van Paolo Trabattoni via Pixabay

oorspronkelijk gepubliceerd in oktober 2014 op kmonet.be

Vertalen onder tijdsdruk

Toen ik nog studeerde, had ik voor verschillende vertaalvakken docenten uit de praktijk. Een van hen herinner ik me nog goed, meneer C. zal ik hem hier maar noemen.

Meneer C. begon vrijwel al z’n lessen met een ‘spoedopdracht’. Dat was een tekstje van drie à vier regels dat we in korte tijd moesten vertalen en dan moesten inleveren. Hoewel, ‘korte tijd’… In mijn herinnering was het maar twee of drie minuten (in elk geval nooit genoeg), maar in het echt zullen het er vijf à zes zijn geweest. Voor meneer C. waren die spoedopdrachten dé manier om de ‘echte’ vertalers eruit te pikken. Want een vertaler moet niet alleen goed kunnen vertalen, hij of zij moet ook onder tijdsdruk goed kunnen vertalen.

Toen ik laatst zelf een beginnende vertaler in huis had, heb ik vaak teruggedacht aan de spoedvertalingen van meneer C. Want wat bleek: het ontbrak mijn stagiaire niet aan vertaalcapaciteiten, maar werken onder tijdsdruk bleek nieuw te zijn voor haar. Niet dat wij onze stagiairs zo onder druk zetten, integendeel. Zeker de eerste weken geldt hier: het werk moet goed zijn, niet snel. Maar waar een student haast eindeloos kan blijven schaven aan een vertaling, moet een stagiair wel op tijd indienen. En dat viel niet altijd mee.

Uiteindelijk is het de bedoeling van een stage dat je kennismaakt met de praktijk en dat je daaruit bijleert en vertalen onder tijdsdruk is iets typisch voor de vertaalpraktijk. Maar toch… Stiekem dacht ik dat het goed zou zijn als er op vertaalopleidingen meer docenten rondliepen als meneer C.

Een zandloper is net omgedraaid en het groene zand stroomt weg uit het bovenste deel

Foto: een zandloper, want je krijgt maar heel even de tijd – afbeelding van moritz320 via Pixabay

oorspronkelijk gepubliceerd in maart 2015 op kmonet.be

Het audiobeschrijven van J. Kessels

“Wat zit je nu weer te grinniken?” was een vraag die mijn collega met wie ik een kantoor deel me vaak stelde terwijl ik bezig was aan de audiodescriptie (AD) van J. Kessels. Deze film, die dit jaar de openingsfilm was van het Nederlands Film Festival, gaat over de bizarre roadtrip van de literaire pulpschrijver P.F. Thomése (Fedja van Huêt) met zijn favoriete personage, J. Kessels (Frank Lammers). In opdracht van een oude jeugdvriend rijden ze in Kessels’ oude Amerikaanse ‘Kamikaze’ roestbak van Tilburg naar de Hamburgse Reeperbahn, op zoek naar een vreemdgaande frikadellenhandelaar (Ruben van der Meer). En dan ligt er plots een lijk in de achterbak van de Kamikaze…

De affiche van de film J. Kessels, mét het audiodescriptie-logo.

De affiche van de film J. Kessels, mét het audiodescriptie-logo.

Niet alleen het absurde verhaal met de soms surrealistische plotwendingen maakten het een erg fijne film om te beschrijven, maar ook de afwisseling tussen de voice-over van Thomése die het verhaal aan elkaar praat en het sappige Brabantse of Vlaamse accent van sommige personages. Die voice-over blikt voortdurend terug of vooruit en schuwt daarbij de literaire clichés niet, waardoor ik soms ook in de audiodescriptie clichés heb gebruikt. Zo waren er ‘hoge schoorstenen die rookwolken uitbraakten’ en maakt een van de personages ‘als een dolgedraaide ballerina de ene pirouette na de andere’ als hij midden in de nacht op een dakterras begint te dansen.

Maar het leukste fragment voor mij als beschrijver was toen Thomése terugblikte op een vorige scène en daarbij z’n eigen aantekeningen voorlas. In de literatuurwetenschap heet zoiets intertekstualiteit. Dus toen besloot ik om er nog een extra laagje aan toe te voegen en de beschrijving van Thomése óók in de audiodescriptie te verwerken, waardoor de AD een beschrijving bevat van een actie die eerder in de film op exact dezelfde manier wordt beschreven door het hoofdpersonage. En ja, op zo’n moment zit ik (alweer) grinnikend achter m’n computer.

Wil je meer weten over deze specifieke audiodescriptie? Bekijk dan zeker dit filmpje eens, dat is gemaakt tijdens de opnames van het script. Acteur Frederik Brom leest hier de audiodescriptie van de beginscène in.

gepubliceerd op 29 oktober 2015

Artikel in Meta over audiodescriptie en audio-ondertiteling

Het juninummer van 2012 van het internationale vertaaltijdschrift Meta had als thema ‘La manipulation de la traduction audiovisuelle / The Manipulation of Audiovisual Translation’. Een van de artikelen gaat over ons onderzoek naar audiodescriptie in combinatie met audio-ondertiteling.

Audiodescriptie of AD is een techniek om audiovisuele informatie (bijvoorbeeld een speelfilm) toegankelijk te maken voor blinden en slechtzienden. Maar wat als er in een film ondertiteling gebruikt wordt om dialogen in vreemde talen te vertalen? Wie niet (goed) ziet, kan immers ook geen ondertitels lezen…

Samen met Aline Remael van de Universiteit Antwerpen en het Nederlandse bedrijf Soundfocus onderzoeken wij de verschillende manieren om zulke ondertitels toegankelijk te maken voor de doelgroep. Ons onderzoek is in 2012 op verschillende congressen aan bod gekomen, en er is dus ook een artikel over verschenen in Meta.

Een beknopte samenvatting (in het Engels en het Frans) is te lezen op www.erudit.org. Het artikel zelf is alleen toegankelijk voor abonnees en is in het Engels opgesteld.

oorspronkelijk gepubliceerd in maart 2013 op kmonet.be

Vertalende ondertiteling in combinatie met audiodescriptie

In november 2012 vond in Berlijn het negende Languages & The Media-congres plaats. Dit keer stond er erg veel audiodescriptie op het programma en een van de presentaties ging over een onderzoek waar Nevero aan meewerkt en waarin het vertalen van ondertitels in audiodescriptie centraal staat.

Audiodescriptie bestaat er nl. in dat, tussen de dialogen en belangrijke achtergrondgeluiden van een film of tv-programma, extra informatie wordt toegevoegd zodat mensen met een visuele beperking het programma makkelijker kunnen volgen. Maar wat als er een vreemde taal wordt gesproken in het programma?

Blinden en slechtzienden kunnen uiteraard geen ondertitels lezen, dus hoe maak je die informatie toegankelijk voor hen? Sinds we zo’n drie jaar geleden voor het eerst met deze vraag geconfronteerd werden, hebben we verschillende manieren ontwikkeld om ondertitels ‘hoorbaar’ te maken. De meest eenvoudige methode bestaat uit een voice-over waarbij één of twee stemmen alle dialogen voor hun rekening nemen en een beknopte samenvatting geven van wat er gezegd wordt, ongeveer zoals dat op de Franse televisie gebeurt bij interviews en reality-tv. Maar er zijn ook andere mogelijkheden en de meest uitvoerige die we tot nu toe hebben toegepast, hield in dat alle dialogen in een film in het Nederlands nagesynchroniseerd of gedubd werden, indien mogelijk zelfs door de oorspronkelijke auteurs.

Voor de volgende stap van het onderzoek gaan we de verschillende methodes op een aantal fragmenten toepassen en die fragmenten testen we vervolgens uit op een publiek.

Maar eerst is het onderzoek begin december 2012 gepresenteerd op een congres in Australië én kregen we de vraag van een Australische tv-zender om de presentatie uit Berlijn nog eens over te doen. Al bij al is de buitenlandse interesse dus groot, zeker aangezien het onderzoek dit voorjaar al eens gepresenteerd is op een congres in Canada. Wordt vervolgd dus…

oorspronkelijk gepubliceerd in december 2012 op kmonet.be

Gastcollege aan de Universiteit Antwerpen

Deze week was ik uitgenodigd als docent voor een gastcollege aan de Universiteit Antwerpen. Het ging om een les voor het vak Ondertitelen en mijn publiek bestond uit de laatstejaarsstudenten in de master Vertalen die Engels studeren (en uiteraard nog een andere vreemde taal).

De titel van mijn les was ‘Audiovisuele vertaling in de praktijk’. Eerst besprak ik kort een aantal vormen van audiovisuele vertaling. Naast het alom bekende vertalend ondertitelen worden ook ondertiteling voor doven en slechthorenden en het vertalen van commentaarteksten bij bijvoorbeeld documentaires tot de audiovisuele vertaling gerekend, om er maar een paar te noemen.

Daarna gaf ik de studenten een kort overzicht van de sector en legde ik uit hoe de workflow eruitziet bij een audiovisueel vertaalproject. Vervolgens presenteerde ik een aantal heel concrete voorbeeldgevallen of cases waarbij de studenten moesten bekijken hoe zij met bepaalde situaties om zouden gaan.
Wat doe je bijvoorbeeld als een klant de vertaling waar je zo hard aan gewerkt hebt helemaal herschrijft? Hoe reageer je als een klant fouten aanbrengt in je tekst? En hoe slecht moet de kwaliteit van het aangeleverde materiaal zijn voor je het werk kunt weigeren? Deze laatste vraag had vooral betrekking op de soms erg vergaande beveiligingen die klanten aanbrengen om hun videomateriaal oninteressant te maken voor piraterij, maar die het je als vertaler tegelijkertijd ontzettend moeilijk kunnen maken om je werk nog goed te doen.

Tijdens het gastcollege kwamen erg interessante discussies op gang en ik kreeg ook veel vragen van de groep. Daarbij merkte ik dat de studenten al goed hadden nagedacht over wat ze na hun afstuderen zouden willen doen en dat ze ook heel praktische tips en adviezen wilden om in de sector aan de slag te gaan.

Hoewel ik het praktische gedeelte van de lezing begon met de waarschuwing dat de studenten allicht een stuk minder geïnteresseerd zouden zijn als ze wisten hoe het er in de praktijk aan toegaat, bleken veel studenten achteraf nog steeds gebeten te zijn door het ondertitelvirus. Begrijpelijk ook wel, want zelf werk ik ook ontzettend graag in deze soms moeilijke sector.

gepubliceerd op 22 oktober 2015

Gezocht: ‘stukjesstage’

Onlangs kreeg ik een mailtje van een studente die graag 150 uur stage wilde lopen bij Nevero. Alleen bleek algauw dat ze die stage in stukjes van hier en daar een dag en vooral veel halve dagen zou moeten doen. Een ‘stukjesstage’, dus.

Eerder dit jaar heb ik nog een stagiair in huis gehad en ik vind het heerlijk om toekomstige vertalers te begeleiden. Alleen moet het wel doenbaar blijven. Studenten werken trager dan ervaren vertalers (wat ook normaal is, aangezien ze het vak nog moeten leren), maar een stagiair die af en toe eens een dag of een halve dag komt, kan eigenlijk geen ‘echte’ opdrachten doen. En dat is een probleem, zeker in een sector waar veel werk dringend is.

Ik ben een groot voorstander van stages en 150 uur is wat mij betreft ook het minimum om een goede stage te kunnen organiseren. Tijdens zo’n stage moet de student immers kennismaken met de verschillende aspecten die bij het werken in de praktijk komen kijken. Een stagiair moet dus niet alleen een bepaald aantal teksten vertalen / schrijven of video’s ondertitelen (dat komt in de opleiding ook aan bod), maar vooral leren hoe je omgaat met klanten en hun verwachtingen, wat de verschillende stappen in het vertaalproces zijn en welke andere taken er in een vertaalbedrijf uitgevoerd worden (projectmanagement, revisie en kwaliteitscontrole, enz.) en, heel belangrijk, hoe het is om te werken als je een ‘echte’ deadline moet halen.

Waarom universiteiten aan de ene kant verwachten dat studenten 150 uur stage lopen en aan de andere kant denken dat die 150 uur haalbaar zijn in stukjes van hier en daar een dag of een halve dag, is mij eerlijk gezegd een raadsel. Stel dat een student de helft van de stage kan doen in losse dagen en de andere helft in halve dagen, dan heb je het algauw over dertig verplaatsingen. En Maasmechelen ligt nu niet bepaald bij de deur, dus tel daar ook nog de nodige reistijd bij… Veel logischer zou zijn om een aantal weken geen lessen te geven, zodat studenten ten minste de kans krijgen om in alle rust stage te lopen. Overigens, minstens één vertaalopleiding past dit systeem al toe en zorgt voor lesvrije weken.

En om af te sluiten: dit academiejaar (2015 – 2016) bied ik zelf geen stage aan, maar mijn collega Pascal Govaert van PGVR (met wie ik een kantoor deel) wel. Zit je dus in het laatste jaar van een masteropleiding waarin talen centraal staan (bij voorkeur de master Vertalen) en zoek je nog een stageplek, neem dan zeker een kijkje op www.pgvr.be.

gepubliceerd op 15 oktober 2015

Interview over Blind naar de Top

Dinsdagmiddag werd ik gebeld door Dedicon voor een interview over Blind naar de Top, het allereerste Nederlandse tv-programma dat audiodescriptie (AD) krijgt. In deze realityserie wordt het verhaal verteld van zes mensen die blind of slechtziend zijn en die onder begeleiding van bergbeklimmer Wilco van Rooijen de top van de Kilimanjaro proberen te bereiken. De presentatie is in handen van Lieke van Lexmond en Dennis Weening.

Tijdens het interview vertelde ik kort wat we bij Nevero zoal doen en bevestigde ik dat ik inderdaad gevraagd ben om de AD-teksten bij Blind naar de Top te schrijven. Daarna ging ik dieper in op de Watson-app, want ook deze audiodescriptie zal via de app te beluisteren zijn. Tot slot schetste ik de AD-ontwikkelingen in Nederland én in Vlaanderen. Opvallend daarbij is dat de VRT al een aantal jaar geleden is begonnen met audiobeschrijving, maar dat ze tot nu toe enkel fictieseries hebben beschreven, terwijl Nederland uitpakt met een realityreeks. Ook gaf ik aan dat er in België doorgaans geen bioscoopfilms van AD worden voorzien (wel af en toe dvd’s), maar dat het aanbod aan live-evenementen zoals theater dan weer wel groter is dan in Nederland.

Dezelfde middag nog stond het interview online. Wat ik er vooral leuk aan vind is dat na alle interviews met AD-stemmen naar aanleiding van de lancering van Watson deze keer de persoon achter de teksten aan het woord werd gelaten. Ikzelf dus.

Het programma Blind naar de Top wordt uitgezonden op 11, 18 en 25 november om 21.30 uur op RTL 5.

Op een bergtop onder een blauwe hemel met wit-grijze stapelwolken houdt een persoon de armen omhoog als teken van overwinning

De top bereikt! – afbeelding van Free-Photos via Pixabay

gepubliceerd op 8 oktober 2015

Symposium op het Nederlands Film Festival

Op maandag 28 september was er een audiodescriptie-symposium op het Nederlands Film Festival, dat dit jaar plaatsvindt van 23 september tot en met 2 oktober in Utrecht. Het thema van het symposium was audiodescriptie (AD) in een internationale context. De sprekers waren Mereijn van der Heijden, initiatiefnemer van de Watson-app in Nederland, Pilar Orero, directeur van de Europese Master in audiovisuele vertaling aan de Universitat Autònoma de Barcelona, en Gareth Ford Williams, hoofd Accessibility Future Media bij de BBC.

Samen met collega Priscilla trok ik dus naar Utrecht om het symposium bij te wonen. Wat mij vooral is bijgebleven is hoe enthousiast de internationale experts waren over de Watson-app.
Pilar Orero verwoordde het heel mooi door te zeggen dat de app een groot aantal problemen heeft opgelost waar vergelijkbare apps mee kampen. Daarmee doelde ze specifiek op het feit dat Watson het geluid van de film zelf analyseert om te bepalen waar welk stukje AD moet komen en dat het daarbij niet uitmaakt of de film met een snelheid van 24 beelden per seconde wordt afgespeeld (zoals in de bioscoop) of 25 beeldjes per seconde (zoals op tv of dvd). Ook het duidelijke en gebruiksvriendelijke design viel erg in de smaak.
Gareth Ford Williams sloot zich bij haar aan en benadrukte ook nog dat een audiodescriptie nooit opdringerig mag zijn om naar te luisteren. De beste AD is die waarbij je na een tijdje als gebruiker niet meer in de gaten hebt dat je naar aanvullende beschrijvingen zit te luisteren, aldus de spreker. Op dat moment tikten Priscilla en ik elkaar aan. Hetzelfde wordt namelijk vaak gezegd in de ondertitelwereld: de beste ondertitels zijn die die niet opvallen voor de kijker.

Tot slot haalden de sprekers het belang van een goed script aan. Het AD-script is immers de basis van het productieproces en als dat niet goed zit, geeft dat later problemen.

Na afloop van het symposium werden we uitgenodigd voor een etentje met de sprekers, een blinde AD-gebruiker en enkele mensen van Bartiméus Sonneheerdt, dat het evenement georganiseerd had.
Het was een erg geslaagde dag waarin we veel leuke nieuwe mensen hebben leren kennen. En het was ook een mooie gelegenheid voor Priscilla en mezelf om weer eens af te spreken aangezien het grootste deel van ons werk via internet verloopt.

armbandjes filmfestival

Foto: onze blauwe polsbandjes met daarop een wit kalfje – het logo van het filmfestival.

gepubliceerd op 1 oktober 2015

De vertaling en ondertiteling van Les Géants

Op zaterdag 26 september zendt Canvas de Belgische film Les Géants uit. De vertaling en ondertiteling van deze film zijn van mijn hand. In dit blogartikel leg ik uit hoe die ondertitels tot stand zijn gekomen.

Een tijdje geleden schreef ik een algemeen artikel over hoe vertalend ondertitelen in z’n werk gaat (zie www.nevero.be/hoe-werkt-vertalend-ondertitelen). Les Géants was een speciaal geval omdat ik niet alleen het videomateriaal en het Franse script had gekregen als basismateriaal, maar ook een bestaand Nederlands ondertitelbestand.

Nu zou je je af kunnen vragen waarom de VRT een nieuwe ondertiteling laat maken als er al ondertitels bestaan, maar algauw bleek dat de bestaande ondertitels niet echt bruikbaar waren. Los van verschillende technische aspecten bleek nl. dat de vertaling ook qua vorm en inhoud te wensen overliet.
Zo was de indeling vaak niet logisch. Als je bijvoorbeeld twee sprekers combineert in een ondertitel, dan is het niet handig als in de tweede regel van die ondertitel een vraag wordt gesteld die wordt beantwoord in de eerste regel van de volgende ondertitel, waarop dan weer een nieuwe vraag volgt die in de volgende ondertitel pas beantwoord wordt, enz. Bovendien bleek de vertaler het moeilijk te vinden om het Franse geratel beknopt te vertalen waardoor sommige ondertitels in een moordtempo voorbij geracet kwamen.

En zo komt het dat ik de vraag kreeg om de film opnieuw te vertalen. Maar geen nood, het script zou een grote hulp zijn, toch? Toegegeven, het script was zeker niet slecht. Alleen… net de stukken waar de personages moeilijk te verstaan waren, ontbraken vaak en wat er stond kwam niet altijd overeen met wat er gezegd werd. Zelf goed luisteren was dus de boodschap. Op zich geen probleem, alleen werd er veel jongerentaal gesproken in de film en dan in het bijzonder ‘verlan’, het verschijnsel waarbij lettergrepen als het ware ‘omgedraaid’ worden. Het woord verlan op zich is hier al een goed voorbeeld van, want het is l’envers (het omgekeerde) waarbij de lettergrepen omgekeerd worden uitgesproken (zie ook https://nl.wikipedia.org/wiki/Verlan). Gelukkig heb ik een Franstalige collega bij wie ik voor dat soort gevallen terechtkan.

Verschillende sequoia's reiken naar de hemel

Foto van sequoia’s, reuzen van het woud – afbeelding van Ernest Shahbazian via Pixabay

Een andere uitdaging was het bijzonder grove taalgebruik van de drie hoofdpersonages. De algemene regel is dat scheldwoorden worden afgezwakt in ondertiteling. In geschreven vorm komt schelden ‘harder’ over dan in gesproken vorm en veel mensen verstaan voldoende Frans om te begrijpen waar het over gaat. Dat is ook de reden dat je vrijwel nooit uitroeptekens ziet in vertalende ondertiteling: de kijker hoort dat er geroepen wordt, dus is het niet nodig om dat nog eens extra te benadrukken. Alleen zit er in deze film een scène waarin de hoofdpersonages tegen elkaar op beginnen te bieden met scheldwoorden… Als je het dan op ‘jeetje’ en ‘potverdorie’ houdt, doe je afbreuk aan het verhaal en kan het zelfs onbedoeld komisch overkomen. Vandaar dat vanaf dat punt wat sterker vertaald werd dan gebruikelijk.

Al bij al was het dus een behoorlijk uitdagend vertaalproject. Het resultaat is zaterdag om 22.10 uur te zien op Canvas.

gepubliceerd op 24 september 2015