Bij Nevero maken we audiovisuele projecten toegankelijk voor anderstaligen of mensen met een visuele of auditieve beperking.

Nevero

Audiodescriptie bij Sprakeloos

Sprakeloos is de langverwachte verfilming van de gelijknamige roman van Tom Lanoye. En dat ‘lang verwacht’ kun je in dit geval letterlijk nemen, want al voor we aan ons schrijfwerk begonnen, kregen we vragen van blinde en slechtziende filmliefhebbers die erg benieuwd waren naar de audiodescriptie. Op 4 april was het dan zover en konden de beschrijvingen worden toegevoegd aan de Earcatch-app.

Nu is het schrijven van een audiodescriptie bij een speelfilm altijd een heel secuur werkje, want we proberen de blinde of slechtziende kijker dezelfde filmervaring te bezorgen als de ziende kijker. In feite ‘vertalen’ we het verhaal van de regisseur zodat het ook zonder de beelden toegankelijk wordt. Bij een boekverfilming komt daar nog een extra dimensie bij, want daarbij geeft een regisseur zijn of haar interpretatie van een boek. Vrijwel altijd verandert de regisseur dingen aan het verhaal: personages vallen weg of worden toegevoegd, verhaallijnen worden uitgebreid of juist ingekort en ga zo maar door. Tot zover hoeft dat geen probleem te zijn voor de audiobeschrijver, want die beschrijft zo objectief mogelijk wat er te zien is in de film. Alleen vind ik dat je de schrijver van het boek niet over het hoofd mag zien. Vandaar dat ik, als ik aan een boekverfilming werk, altijd het boek een (paar) keer lees om me onder te dompelen in de stijl van de auteur.

Wat mij van de film Sprakeloos vooral is bijgebleven is de bijzondere manier waarop regisseur Hilde Van Mieghem heden en verleden door elkaar verweeft. De meeste regisseurs zouden gebruikmaken van beeldteksten om aan te geven dat een scène zich in het verleden afspeelt of  flashbacks toevoegen, maar in Sprakeloos lopen verschillende tijdperken soms door elkaar in dezelfde scène. Benieuwd hoe we dat hebben aangepakt in beschrijvingen? Download dan de audiodescriptie via de Earcatch-app!

gepubliceerd op 9 mei 2017

ARSAD-congres in Barcelona

Op 16 en 17 maart vond in Barcelona het tweejaarlijkse ARSAD-congres plaats. ARSAD staat voor ‘Advanced Research Seminar on Audio Description’. Het was alweer de derde keer dat ik (Susanne) het congres bijwoonde, maar de eerste keer dat ik zelf geen presentatie gaf. Wat deze editie voor mij meer dan de moeite waard maakte, was dat er ook minder traditionele vormen van audiodescriptie aan bod kwamen, zoals het live beschrijven van voetbalwedstrijden in Oostenrijk en een sambafestival in Brazilië. Bij dat festival bleek bovendien dat de voorbereidingen en de manier waarop de beschrijving in z’n werk ging heel veel weg hadden van mijn eigen werk voor de Heilig Bloedprocessie in Brugge, ook al is dat op het eerste gezicht een totaal ander evenement.

Een mooi overzicht van de verschillende onderwerpen die tijdens het congres aan bod kwamen, vind je via de Twitter-hashtag #arsad2017.

Een tasje met het logo van een sponsor van het congres, mijn certificaat van deelname én mijn naamkaartje.

Een tasje met het logo van een sponsor van het congres, mijn certificaat van deelname én mijn naamkaartje.

gepubliceerd op 27 april 2017

Ondertitelen voor Netflix

Maandagochtend maakte een oud-stagiaire mij attent op een artikel waarin stond dat Netflix kijkers zocht om als bijbaantje hun programma’s te ondertitelen. “Jammer dat ons beroep niet beschermd is”, liet ze me nog weten. Hoewel volgens het artikel iedereen zich aan kan melden en je ‘alleen maar’ een testje hoeft te doen op de website van Netflix, blijkt het helemaal anders in elkaar te zitten.

Zelf hoorde ik voor het eerst van de Netflix-test tijdens het Languages & The Media-congres in Berlijn, dat ik in november 2016 heb bijgewoond. Tijdens een van de presentaties op het congres vertelden vertegenwoordigers van Netflix over een aantal kwesties waar zij als bedrijf op botsen als ze vertaal- en ondertitelwerk uitbesteden. Zoals veel grote mediabedrijven werkt Netflix doorgaans niet rechtstreeks samen met vertalers en ondertitelaars, maar geven ze dit werk door aan gespecialiseerde ondertitelbureaus. Hoewel die bureaus aan een aantal vereisten moeten voldoen en Netflix regelmatig steekproeven neemt, weet elke kijker wel dat de ondertiteling vaak te wensen overlaat. Een mooie bloemlezing van de soms belachelijk slechte ondertitels vind je in dit artikel: http://www.eenlettermeergraag.nl/column/over-de-belachelijk-slechte-ondertiteling-van-netflix/.

Maar dat is nog niet het enige probleem. Want hoewel al die bedrijven waar Netflix mee werkt beweren dat ze met professionele ondertitelaars werken, kan Netflix onmogelijk weten wie de ondertitels maakt die ze binnen krijgen. Met een beetje geluk wordt het werk inderdaad gedaan door iemand die daarvoor gestudeerd heeft en die over de nodige ervaring beschikt, maar voor hetzelfde geld (of minder) schakelt zo’n bureau een bijklussende student of een hobbyende huisvrouw in…

En tot slot weet Netflix niet hoe groot hun vertalersbestand nu eigenlijk is. Stel dat elk individueel bedrijf zegt dat ze met dertig (uiteraard professionele) ondertitelaars samenwerken. Als Netflix het werk bij vier verschillende bedrijven uitzet, dan zou je dus denken dat ze in totaal met 4 maal 30 is 120 vertalers werken. Alleen werken de meeste freelancers voor verschillende klanten, dus in plaats van 120 kunnen het evengoed maar 100 vertalers zijn, of 90.

Om al die redenen heeft Netflix besloten dat alle ondertitelaars die voor hen werken een test moeten afleggen via hun website. Naar aanleiding van die test krijgt elke individuele vertaler een unieke code (het zogenaamde HERMES-nummer of H-nummer). Dat nummer wordt vanaf dat moment gebruikt om die vertaler (en dus ook zijn of haar werk) te identificeren. Gevolg: Netflix weet precies wie welk programma ondertitelt, ongeacht welk bedrijf ertussen zit. En ze hebben een middel om de kwaliteit van individuele vertalers te meten. Volgens de presentaties op het congres zouden die gegevens onder andere gebruikt kunnen worden om goede vertalers meer te betalen, maar dat werd op de nodige scepsis onthaald door de ondertitelaars in de zaal…

Foto: het boek met het programma en de samenvattingen van de toespraken en daarnaast een stoffen tasje met het logo van het congres.

Foto: het boek met het programma en de samenvattingen van de toespraken en daarnaast een stoffen tasje met het logo van het congres.

Terug naar 2017. Op donderdag 30 maart heeft Netflix zijn HERMES-test officieel gelanceerd. Op zondag 2 april verscheen op Newsmonkey het eerste artikel waarin stond dat Netflix kijkers zou gaan betalen om programma’s te ondertitelen. Dat bericht werd razendsnel door andere media overgenomen en maandagmiddag kon je op verschillende plaatsen lezen dat Netflix zou kampen met een tekort aan Nederlandstalige vertalers. Maar geen nood: wie slaagt voor de test, zou voortaan ‘rijk worden door Netflix kijken’. Ook de tarieven die deze aspirant-ondertitelaars zouden krijgen, staan overal vermeld, zoals in dit artikel van RTLZ: “Voor het aanleveren van ondertitels van Nederlandse audio naar Nederlandse tekst [krijg je] 9,50 dollar per minuut video, van Engels naar Nederlands 11,50 dollar en van Japans naar Nederlands 24,50 dollar. Vertalers die zowel IJslands als Japans beheersen kunnen rekenen op de hoogste beloning van 27,50 dollar per minuut video”.

Natuurlijk bleven de reacties niet uit. Aan de ene kant waren er professionele ondertitelaars die meldden dat de tarieven de prijzen zijn die Netflix aan zijn toeleveranciers betaalt en dat de vertaler hier doorgaans nog niet de helft van krijgt (waar je als zelfstandige vervolgens flink op belast wordt, maar dat is een ander verhaal). Dat staat overigens gewoon op de website van Netflix. Bovendien werken professionele vertalers enkel in hun moedertaal. Het is dus onzin om als Nederlandstalige te denken dat je wel eventjes uit het Japans in het IJslands kunt vertalen.

Aan de andere kant waren er de reacties van enthousiaste Netflix-kijkers die zich, niet gehinderd door enige relevante vooropleiding of zelfs maar basiskennis van de Nederlandse spellingregels, al rijk rekenden. Uiteraard schreven heel wat mensen dat ze zich al hadden opgegeven om de test in verschillende talen af te leggen.

Daartussenin zaten de ironische reacties. Zo schreef iemand: “Hoera! Netflix wil betalen voor ondertitels! What’s next? De acteurs betalen?” Andere mensen merkten dan weer heel terecht op dat ondertiteling een vak is en dat vakmensen betaald moeten worden.

Na een pittige discussie op hun Facebook-pagina belde de redactie van RTLZ naar Netflix voor een reactie, maar daar wenste het bedrijf niet op in te gaan.

Overigens: wie zich alsnog op wil geven voor de ondertiteltest van Netflix, kan terecht op deze website: http://techblog.netflix.com/2017/03/the-netflix-hermes-test-quality.html. Helemaal op het eind van de inleidende tekst staat het volgende: “If you’re a professional subtitler interested in taking the test, you can take it here” (let op de woorden ‘professional’ en ‘subtitler’). En daarna meldt het bedrijf dat ze veel meer aanmeldingen hebben gekregen dan verwacht. Ik ben benieuwd hoeveel zichzelf overschattende Nederlandstalige Netflix-kijkers daartussen zitten…

gepubliceerd op 7 april 2017

Website en nieuwsbrief voor onze Nederlandse vestiging

Sinds 1 september 2016 heeft Nevero een tweede vestiging, in Nederland nog wel! Jaar na jaar blijkt immers dat een groot deel van de groei van het bedrijf uit Nederland komt. Daarom leek het een logische stap om ook daar gevestigd te zijn. En bij een nieuwe vestiging hoort natuurlijk ook een nieuwe website. Op www.nevero.nl lees je meer over wat we zoal doen en voor wie natuurlijk!

Een stapel documenten die gericht zijn aan de Nederlandse vestiging van Nevero.

Een stapel documenten die gericht zijn aan de Nederlandse vestiging van Nevero.

Maar dat is nog niet alles. Bij de nieuwe website hoort ook een nieuwsbrief. Om de zoveel tijd brengen we je op de hoogte van projecten waar we aan hebben meegewerkt en verspreiden we nieuwtjes uit de sector.

Interesse? Onze eerste nieuwsbrief staat al online. Inschrijven kan via de knop links bovenaan op de website of door het formulier in te vullen op de Nederlandse site.

gepubliceerd op 24 maart 2017

Campagnefilm met audiodescriptie voor Unia

Ter gelegenheid van de tiende verjaardag van het VN-Verdrag over de rechten van personen met een handicap heeft Unia een campagne gelanceerd. Bij de campagne hoort een video met de toepasselijke naam ‘Ik heb een handicap en ik heb rechten’. De video is gemaakt samen met mensen met een handicap. Ze dachten niet alleen mee over de vormgeving van de campagne, maar werkten ook mee aan de uitvoering van de video, als acteur, visagist of regieassistent.

Toen de film bijna klaar was, kregen we een telefoontje van Bonjour, het bureau dat de campagne had uitgewerkt voor Unia. Ze wilden weten of het mogelijk zou zijn om audiodescriptie toe te voegen aan de video, en uiteraard of dit zou lukken vóór de officiële lancering van de campagne. Aangezien audiodescriptie voor hen vrij nieuw was, hebben we eerst een projectvoorstel uitgewerkt met verschillende opties waarbij we steeds aangaven wat de voor- en eventuele nadelen van elke optie waren. Uiteindelijk kozen ze ervoor om verschillende versies van hun video aan te bieden, waaronder één met audiodescriptie. Voor die versie werd er in het begin en op het einde van de video zeven seconden extra tijd ingelast voor de audiodescriptie.

Meestal werken wij met de video zoals die is, maar bij deze campagne was een extra lange versie zeer welkom omdat dat ons de gelegenheid gaf om de video kort in te leiden én om alle afsluitende beeldteksten rustig in te lezen. Bovendien werd de video niet gewoon een stukje langer gemaakt door extra wit of zwart beeld toe te voegen, maar werden er betekenisvolle beelden toegevoegd, weliswaar zonder dialoog om extra ruimte te maken voor de beschrijvingen.

Toen ons script klaar was en we zelf een zogenaamde ‘blinde check’ hadden verzorgd, stuurden we de tekst ter goedkeuring naar de klant vóór de opnames in de geluidsstudio. Hierbij lichtten we ook enkele keuzes toe die we tijdens het schrijfwerk hadden gemaakt. Zo hadden we er bewust voor gekozen om aan het begin niet te vermelden dat de mensen een handicap hebben (dus geen rolstoelen e.d.), maar alleen de achtergrond bij de video te schetsen. Daar hadden we twee redenen voor:

  • In de standaardversie van de video merk je dit ook niet op aan de beginbeelden (en we willen de blinde/slechtziende kijkers dezelfde ervaring bieden als de ziende kijkers);
  • De allereerste spreker zegt meteen: Ik heb een handicap en ik heb rechten. Op die manier is het dus meteen duidelijk waar de video over gaat.

Ook bij de mevrouw die gebarentaal gebruikt, vermelden we geen handicap (dus niet ‘een dove vrouw’, maar alleen het feit dat ze gebaart).

De klant kon zich hierin vinden en had zelf nog enkele suggesties voor het script, maar die konden we helaas niet doorvoeren omdat er geen ruimte voor was in de video. Zo merkten ze terecht op dat er in de video telkens wordt ingezoomd op één spreker en dat bij één vrouw zelfs enkel de lippen in beeld komen. Dat zijn weliswaar mooie effecten waar de regisseur natuurlijk een bedoeling mee heeft, maar op die momenten zijn er altijd dialogen te horen en die hebben voorrang op de audiodescriptie.

Uiteraard namen we de tijd om dit uitvoerig toe te lichten en de klant was daar erg blij mee, zoals blijkt uit dit bericht: “Dank je wel voor de verklaring! We begrijpen nu waarom. Jullie zijn de specialisten dus we hebben er alle vertrouwen in.”

Daarmee hadden we de goedkeuring voor de tekst en kon het script worden ingelezen en verder worden verwerkt in de studio. Tot slot werd de audiodescriptiemix aan de video toegevoegd, zodat de klant een kant-en-klare versie kreeg. Kort daarna ging de campagne van start en ik was erg verrast toen ik zag dat De Standaard er een artikel aan wijdde mét de audiobeschreven video. Dat de klant ook blij was, bleek uit het mooie compliment dat we een paar dagen later kregen: “Het is hier alle hens aan dek om bijgebeend te blijven. Gelukkig loopt alles op rolletjes dankzij leveranciers zoals jullie. We zijn tevreden over het resultaat.”

gepubliceerd op 11 januari 2017

Het ondertitelen van ‘Attenborough and the Giant Dinosaur’

Op zondag 1 januari zendt Canvas de prachtige documentaire Attenborough and the Giant Dinosaur uit. Sir David Attenborough volgde twee jaar lang het onderzoek naar en de reconstructie van het skelet van een reusachtige dinosaurus. Het skelet werd bij toeval ontdekt door een Argentijnse herder die een stuk bot vond dat uit de grond stak.

De Nederlandse ondertitels bij deze documentaire zijn van mijn hand. Ik heb al eerder documentaires van David Attenborough vertaald en ik vind het altijd ontzettend leuk om in de ondertitels weer te geven hoe hij in het Nederlands zou klinken. Attenborough valt natuurlijk op door z’n unieke stemgebruik, maar ook wát hij zegt is de moeite waard. Zo spreekt hij vrij formeel, wat op zich al een uitdaging vormt bij het ondertitelen.

Ondertitels zijn immers een geschreven weergave van een gesproken tekst en daarom hamer ik er altijd op als ik nieuwe mensen opleid dat ze spreektaal moeten gebruiken. Schrijf wat je zou zeggen, is het devies. Maar bij Attenborough werkt dat niet. Zo gebruikt hij in deze documentaire regelmatig het werkwoord ‘to roam’ als hij beschrijft hoe de dinosaurussen rondliepen op de uitgestrekte vlaktes. Als je dat vertaalt als ‘rondlopen’, verlies je daarmee een stukje van de sfeer van de docu. Vandaar dat in mijn vertaling de dinosaurussen ‘rondzwerven’ in plaats van gewoon te ‘lopen’.

Maar ook Attenborough is niet onfeilbaar, en soms maakt hij kleine foutjes. Op een bepaald moment heeft hij het bijvoorbeeld over een dinosaurus met ‘sharp flesh-eating teeth’. Letterlijk vertaald zijn dat vleesetende tanden, maar tanden eten geen vlees, dat doet de dinosaurus van wie die tanden zijn. In de vertaling is het dan ook een dinosaurus geworden met ‘scherpe tanden om vlees mee te verscheuren’.

En hiermee ben ik meteen bij een derde eigenschap van Attenboroughs taalgebruik aanbeland. Hij praat namelijk vaak erg langzaam vergeleken met andere sprekers. Voor een ondertitelaar is dat een groot voordeel, want hoe sneller iemand spreekt, hoe minder plaats er is voor de vertaling. Dat noemen we de leessnelheid, en dat slaat op de verhouding spreektijd vs. presentatietijd van de ondertitels. Bij Attenborough ligt het spreektempo vaak vrij laag, hoewel ook hij soms te veel wil zeggen in te weinig tijd, waardoor ik ook bij hem soms noodgedwongen informatie moet schrappen. Maar in dit voorbeeld had ik wat tijd over, waardoor ik de vertaling zelfs iets kon uitbreiden vergeleken met het Engels en dat komt maar heel weinig voor.

Een voorproefje van de documentaire, verteld door David Attenborough (zonder ondertitels).

Attenborough and the Giant Dinosaur is a.s. zondag om 20.15 uur te zien op Canvas, en daarna online op canvas.be.

gepubliceerd op 29 december 2016

De toegevoegde waarde van ondertitel- en vertaalbureaus

Tijdens Languages & The Media, een tweejaarlijkse conferentie in Berlijn, was er o.a. een leercafé, waar ik het al eerder over gehad heb op mijn blog. De vorige keer vertelde ik hoe de groep waar ik zelf in zat als opdracht had om na te denken over de toegevoegde waarde van ondertitelaars, nu en in de toekomst. Een andere groep moest hetzelfde doen, maar dan voor LSP’s, wat staat voor Language Service Providers, ofwel vertaal- en ondertitelbureaus.

Zelf beschouw ik mezelf voor een deel nog steeds als freelancer (het vertaal- en ondertitelwerk dat ik voor de VRT doe, mag ik bijvoorbeeld uitsluitend als freelancer doen), maar ik kan er niet omheen dat ik de afgelopen negen jaar een behoorlijk bedrijf uit de grond heb gestampt, dat sinds kort bovendien twee vestigingen heeft. Daarmee ben ik in feite dus ook een LSP.

Hoewel LSP’s vaak een slechte naam hebben (ze worden ook wel smalend ‘doorgeefluiken’ of ‘brievenbusbureaus’ genoemd), bieden veel bureaus heel wat toegevoegde waarde voor de vertalers en ondertitelaars die voor hen werken. Vorige week heb ik mijn jaarlijkse gastcollege gegeven aan de laatstejaarsstudenten Vertaalkunde aan de Universiteit Antwerpen en daar heb ik dit duidelijk gemaakt aan de hand van een paar voorbeelden.

Foto: ouderwetse Amerikaanse brievenbus met nummer 12

Een foto van een ouderwetse Amerikaanse brievenbus met nummer 12

Het meest tot de verbeelding sprekende voorbeeld was een discussie met een klant over technische kwesties na levering van een ondertitelbestand. Lang verhaal kort: deze klant heeft, zoals veel klanten, een ‘vast’ bestandsformaat waarvan ik weet dat dat op zijn montageapparatuur het beste werkt. Alleen, dit ene project werd door een andere monteur gedaan die nog niet echt thuis was in de software. Gevolg: hij kon mijn bestand niet gebruiken. Althans, hij kreeg een foutmelding toen hij het probeerde te openen.

Uiteraard kun je dan als ondertitelaar zeggen: “Sorry, ik maak alleen de ondertitels en ik lever ze altijd zo, dus los het zelf maar op.” Maar echt commercieel is dat niet en de vraag is maar of een klant wil betalen voor ondertitels die hij niet kan gebruiken, ongeacht of dat nu jouw schuld is of niet. Ik liet de studenten de hele online discussie nalezen, inclusief alle technische specificaties, foutmeldingen, al dan niet nuttige tips en oplossingen van een forum, enz. Al toen de eerste technische termen voorbijkwamen, raakten sommige studenten de draad kwijt. Dat gaf ook niet, ik wilde ze vooral laten zien hoe ik meedacht met de klant en hoe we uiteindelijk een oplossing vonden. Moraal van het verhaal: je werk stopt echt niet altijd na de levering van het bestand en klanten verwachten dat ze ook bij je terechtkunnen als er een probleem is. Niet direct iets wat je als beginneling zomaar tot een goed einde kunt brengen…

Over beginnelingen gesproken: de afgelopen jaren heb ik verschillende pas afgestudeerde vertalers/ondertitelaars/audiobeschrijvers onder mijn vleugels genomen en allemaal zijn ze erg blij met de extra begeleiding en feedback die ze van mij krijgen. Daardoor worden ze niet alleen beter in het werk dat ze voor mij doen (waar ik zelf natuurlijk ook voordeel bij heb), maar na een aantal jaar zijn het stuk voor stuk geweldige collega’s naar wie ik graag klanten doorverwijs als ik zelf geen tijd heb. Op die manier heeft een van mijn medewerkers deze week nog een klus gedaan bij de Europese Commissie in Brussel.

En tot slot iets wat zeker voor beginnelingen erg belangrijk is: als je voor een serieus bureau werkt, dan kun je er in elk geval op rekenen dat je binnen een redelijke termijn betaald wordt voor je werk, zelfs als dat bureau zelf nog niet betaald is. Want hoe onverstandig ik het ook vind van sommige vertalers dat ze ondanks alle alarmsignalen toch met een brievenbusbureau in zee gaan, het blijft schrijnend om te lezen hoe lang ze soms op hun geld moeten wachten.

gepubliceerd op 5 december 2016

De toegevoegde waarde van ondertitelaars

In mijn vorige artikel beschreef ik hoe het ‘leercafé’ tijdens de Languages & The Media-conferentie was verlopen. In kleine groepjes bogen de deelnemers zich over de vraag hoe de ondertitelsector er over tien jaar uit zou zien.

Helemaal aan het eind van de discussie in onze groep opperde iemand toen dat ondertitelaars zich nu en in de toekomst kunnen onderscheiden door ‘added value’ of toegevoegde waarde te bieden. Of beter gezegd, door de waarde die ze nu al bieden, meer in de kijker te zetten.

Die opmerking zette me aan het denken. Twee jaar geleden, tijdens Languages & The Media 2014, gaf Diana Sanchez nl. een presentatie over de toegevoegde waarde van ondertitels. Meer over die presentatie lees je in dit blogartikel. Sanchez maakt zich sterk dat ondertitels veel meer zijn dan wat witte lettertjes onderaan in beeld. Zo wordt ondertiteling in India ingezet in de strijd tegen analfabetisme en het is algemeen bekend dat in ondertitellanden mensen beter Engels spreken en verstaan dan in typische dubbinglanden.

Foto: het boek met het programma en de samenvattingen van de toespraken en daarnaast een stoffen tasje met het logo van het congres.

Foto: het boek met het programma en de samenvattingen van de toespraken en daarnaast een stoffen tasje met het logo van het congres.

Terug naar het leercafé en de toegevoegde waarde van ondertitelaars. Een voorbeeld dat tijdens onze groepssessie gegeven werd was dat ondertitelaars perfect geplaatst zijn om een korte inhoud te schrijven bij een film of tv-programma of wie weet zelfs om advies te geven over welke fragmentjes gebruikt kunnen worden voor een teaser. Immers, als er iemand is die een programma van a tot z kent, dan is het de vertaler of ondertitelaar wel.

In feite heb ik al een klant (een grote tv-zender) die aan al zijn vertalers en ondertitelaars vraagt om het te melden als er bijvoorbeeld (veel) geweld in een programma voorkomt. Op die manier kunnen ze kijken of ze het misschien niet op een later tijdstip moeten uitzenden – vóór er klachten komen van kijkers.

Maar ook op andere vlakken is het een voordeel dat je als vertaler/ondertitelaar een van de eersten bent die het afgewerkte product te zien krijgt. Het gebeurt af en toe dat ik bijvoorbeeld toch nog een foutje opmerk in een tekst in beeld en klanten zijn altijd erg blij als ze daarop gewezen worden zodat ze het kunnen aanpassen voor het programma wordt uitgezonden of voor een webvideo online wordt gezet.

Overigens, niet alleen als ondertitelaar kun je op die manier je toegevoegde waarde bewijzen. Ik heb het ook al meegemaakt dat ik een korte internetvideo kreeg om een audiodescriptie bij te schrijven. Nu was me al opgevallen dat er wel erg veel muziek te horen was en af en toe werd die muziek wat zachter gezet. Voor ik aan het script begon, vroeg ik dus toch even aan mijn klant of er toevallig geen voice-over aan de video toegevoegd moest worden. Dat bleek inderdaad het geval te zijn. Gelukkig kwamen we daar op tijd achter, want de aanvullende audiobeschrijvingen mogen nooit door de voice-over gaan.

Tot slot komt het ook voor dat klanten expliciet vragen om input. Zo overlegde ik aan het begin van mijn samenwerking met een grote klant regelmatig wat voor stem het beste zou passen om mijn teksten in te spreken: een man of een vrouw, een wat oudere, doorleefde stem of juist een jong en enthousiast iemand. Op die manier hebben klant en ik veel van elkaar geleerd en werd het uiteindelijke resultaat nog net een beetje beter, en daar doen we het toch voor.

gepubliceerd op 17 november 2016

Een conferentie met een leercafé

Vorige week was ik in Berlijn voor de tweejaarlijkse Languages & The Media-conferentie. Naast de gebruikelijke presentaties en panelgesprekken had de organisatie dit keer iets nieuws in petto: een ‘Learning Café’. Het idee was dat de aanwezigen na een korte inleiding van enkele experts aan grote ronde tafels plaatsnamen voor een discussie. Aan het eind van de sessie presenteerde een vertegenwoordiger van elke tafel wat er was besproken en welke conclusies daaruit getrokken konden worden.

Het onderwerp van het ‘leercafé’ was Subtitling: A Roadmap for the Future. Het was dus de bedoeling dat de verschillende groepjes bespraken hoe de toekomst van de ondertitelsector er volgens hen uit zou zien. Om het wat concreter te maken, kreeg elke groep een blad waarop stond vanuit welk standpunt zij naar die toekomst zouden kijken én enkele vragen om te helpen bij het denkproces.

De groep waar ik in zat vertegenwoordigde de freelance-ondertitelaars. Toevallig zaten er enkele freelancers in de groep, maar er waren ook vertegenwoordiger van (grote) ondertitelbureaus en bedrijven, wetenschappers en mensen uit het onderwijs. De vragen die we als leidraad hadden gekregen, gingen over auteursrechten, werkomstandigheden, tarieven en nog veel meer.

We waren het er in onze groep al vrij snel over eens dat freelancen in het algemeen in de lift zit. Niet alleen vertalers en ondertitelaars werken steeds vaker op freelancebasis, ook in andere sectoren wordt het steeds zeldzamer om je hele leven lang in loondienst voor dezelfde baas te werken. Alleen werken ondertitelaars vaak voor slechts enkele vertaalbureaus, wat hen erg kwetsbaar maakt. Bovendien is er veel concurrentie op de markt, niet alleen van collega-freelancers, maar ook door fansubbing en crowdsourcing, wat prijzen onder druk kan zetten. Op zich zou het mooi zijn als professionele ondertitelaars extra inkomsten zouden krijgen uit auteursrechten en royalty’s om dat te compenseren, maar onze groep stelde helaas vast dat dat geld vaak niet bij de vertalers terechtkomt en we dachten niet dat dat in de toekomst zal verbeteren.

Een andere groep, die ook het standpunt van de freelancers vertegenwoordigde, was op het idee gekomen dat het wellicht mogelijk zal worden dat ondertitelaars hun eigen werk in de toekomst kunnen uploaden in apps en dan per download een klein bedrag zouden ontvangen. Een soort Spotify voor ondertitels, dus. In de praktijk ligt dit niet zo voor de hand wegens allerlei rechtenkwesties, maar het is een interessant idee.

Helemaal aan het eind van de discussie in onze groep opperde iemand dat ondertitelaars zich nu en in de toekomst kunnen onderscheiden door ‘added value’ of toegevoegde waarde te bieden. Of beter gezegd, door de waarde die ze nu al bieden, meer in de kijker te zetten. Jammer genoeg was er niet genoeg tijd om dit verder uit te werken in het debat, maar in een volgend artikel ga ik hier dieper op in.

De deelnemers aan onze tafel tijdens het Learning Café. Foto: ICWE GmbH / Sera-Zöhre Kurc.

De deelnemers aan onze tafel tijdens het Learning Café. Foto: ICWE GmbH / Sera-Zöhre Kurc.

Na een tijdje, toen alle groepen de kwestie hadden besproken van uit hun standpunt, was het tijd om de resultaten voor te leggen. Tot mijn grote verrassing werd ik ineens tot vertegenwoordiger van onze groep benoemd waardoor ik onze bevindingen mocht toelichten voor de andere groepen. Spannend, maar ook erg leuk, natuurlijk.

Conclusie: het leercafé was een fijne manier om verschillende ideeën en standpunten samen te brengen. Ik vond het zeker voor herhaling vatbaar.

gepubliceerd op 11 november 2016

 

Audiodescriptie-opleiding in Utrecht

Op vrijdag 9 en zaterdag 10 december geef ik in opdracht van Vereniging Bartiméus Sonneheerdt een audiodescriptie-opleiding in Utrecht. De opleiding is bedoeld voor iedereen die wil leren hoe je webvideo’s met aanvullende beschrijvingen toegankelijk kunt maken voor mensen met een visuele beperking.

De cursus bestaat uit theorie én praktijk, zodat je meteen kunt oefenen wat je geleerd hebt. Aan het eind van de cursus weet je hoe je een eenvoudige audiodescriptie schrijft in Word. Je hoeft dus geen gespecialiseerde software te kennen om video’s te bewerken. Het inspreken en opnemen van audiobeschrijvingen komt niet aan bod, dus het is niet nodig om stemtraining gevolgd te hebben om mee te kunnen doen.

Programma

Dag 1 We beginnen met een korte inleiding over wat audiodescriptie precies is en voor wie het bedoeld is. Daarna krijg je een overzicht van de belangrijkste richtlijnen / praktische tips. Gaandeweg ontdek je waarom de richtlijnen zo belangrijk zijn. Hierna breng je de theorie in praktijk. Je leert niet alleen hóe je iets beschrijft, maar ook welke fouten je als beginnende beschrijver kunt maken en hoe je die kunt vermijden. Tot slot ga je zelf aan de slag en begin je (individueel en/of in een groep) aan je eerste audiodescriptie.

Dag 2 Op de tweede dag staat de praktijk centraal en werk je verder aan je eerste audiodescripties. Uiteraard sta je er niet alleen voor. Je krijgt hulp tijdens een aantal feedbackrondes waarin je je eigen werk vergelijkt met een voorbeeld-audiodescriptie die we bespreken, en je beschrijvingen in een groep becommentarieert en verbetert. Tot slot begin je aan je eerste ‘echte’ audiodescripties bij tien webvideo’s.

Presentatie tijdens een van de workshops voor vrijwilligers in opdracht van de Brusselse Museumraad

Presentatie tijdens een eerdere workshop

Na afloop van de cursus ben je een getrainde amateurbeeldbeschrijver en heb je samen met je medecursisten de basis gelegd voor een online database van toegankelijke webvideo’s. Elke cursist maakt hiervoor een audiodescriptie bij tien video’s.

De cursus duurt twee volledige dagen (van 9.00 tot 17.00 uur) en vindt plaats in Utrecht. De kosten bedragen €100,- (inclusief koffie/thee en lunch).

Voor meer informatie kun je contact opnemen met Eveline Ferwerda op het nummer +31 (0)30 693 50 46. Of je kunt mailen naar eferwerda@steunbartimeus.nl. Via dit mailadres kun je je ook inschrijven. Dat kan tot 21 november, maar wacht niet te lang, want het aantal plaatsen is beperkt en vol = vol!

gepubliceerd op 26 oktober 2016