Bij Nevero maken we audiovisuele projecten toegankelijk voor anderstaligen of mensen met een visuele of auditieve beperking.

Nevero

1 9 10 11

De Watson-app voor audiodescriptie

Dit najaar komt er een nieuwe app op de markt waarmee films en tv-series een stuk toegankelijker worden voor blinde en slechtziende mensen. Het gaat om de Watson-app voor audiodescriptie, die ontwikkeld is door Bartiméus Sonneheerdt en Soundfocus.

De app werkt als volgt: vóór je naar de bioscoop gaat, controleer je of de film die je gaat bekijken in het Watson-aanbod zit. Als dat zo is, download je thuis het audiodescriptie-bestand op je mobiele telefoon. Audiodescriptie is een techniek waarbij een vertelstem extra informatie geeft bij bijvoorbeeld een film zodat mensen met een visuele beperking het verhaal makkelijker kunnen volgen. De extra informatie komt tussen de dialogen en achtergrondgeluiden, zodat de audiodescriptie een aanvulling is bij het filmgeluid.

Zodra je in de bioscoop zit, zet je je koptelefoon op en kies je voor ‘afspelen’ wanneer de film begint. De app ‘luistert’ naar het filmgeluid en zorgt ervoor dat de audiodescriptie of audiobeschrijving op het juiste moment wordt afgespeeld. Ook als er een pauze is in de film, weet Watson na de pauze het juiste punt weer op te pikken.

Bovendien werkt de app niet alleen in de bioscoop. Als een film later uitkomt op dvd of op tv wordt uitgezonden, kun je de audiodescriptie dus ook beluisteren met Watson.

Op dit moment wordt de app nog volop getest. Dat gebeurt aan de hand van de film De Reünie, die sinds 16 juli in Nederlandse bioscopen draait. Heb je interesse om mee te werken aan de test? Kijk dan hier voor meer info: http://www.steunbartimeus.nl/watsonapp/test-mee/. Je vindt hier ook een aanmeldformulier.

Als alternatief kun je op zaterdag 5 september meedoen aan een test tijdens een speciale voorstelling van De Reünie. Deze test vindt plaats in bioscoop JT Hilversum, die het beste bioscoopgeluid van Nederland heeft. Inschrijven voor deze test kan via deze link: http://www.steunbartimeus.nl/probeer-onze-nieuwe-app-voor-audiodescriptie-uit/.

Overigens: de tekst van de audiodescriptie bij De Reünie is van onze hand.

Tot slot: zowel de app als de audiodescripties in het aanbod zijn volledig gratis.

gepubliceerd op 6 augustus 2015

Het ondertitelproject van de Europese Commissie

Vorige week kwam de Europese Commissie met een opmerkelijk initiatief naar buiten. Volgens Europa is ondertiteling veel te duur, dus geven ze één miljoen euro uit (€1.000.000) om te bekijken of het niet goedkoper kan, bijvoorbeeld door crowdsourcing.

Het Franse Numerama meende al meteen de oplossing gevonden te hebben: wat als we fansubbing en andere vormen van piraterij nu eens zouden legaliseren? Het artikel en de geanimeerde discussie in de reacties zijn hier te vinden: http://www.numerama.com/magazine/33718-l-europe-veut-crowdsourcer-le-sous-titrage-des-films-but-guess-what.html.

Ook in Nederland ging het initiatief niet onopgemerkt voorbij. Nauwelijks een paar dagen na de aankondiging van de Commissie publiceerde het Klein woordenboek voor de ondertitelaar al een vlammende reactie. Daarin werd uitgelegd dat de kosten voor ondertiteling helemaal niet zo buitensporig hoog zijn vergeleken met het gemiddelde productiebudget voor een film. Bovendien is ondertiteling erg arbeidsintensief werk.

Intussen circuleerde het nieuws al volop op Twitter en Facebook en dit weekend kwam er dan ook een eerste reactie uit politieke hoek. Dennis de Jong, fractievoorzitter voor de SP in het Europees Parlement, publiceerde een kritisch artikel op zijn blog waarin hij zich onder meer zorgen maakte over de kwaliteit van de ‘gecrowdsourcede’ ondertitels. “Kennelijk is het hebben van ondertiteling belangrijker dan de kwaliteit ervan,” aldus De Jong.

Nu is het crowdsourcing-idee van de Europese Commissie niet nieuw. De NPO besteedt het ondertitelen van zijn archief ook uit aan (onbetaalde) vrijwilligers (zie http://radio.nl/798649/npo-wil-complete-archief-van-publieke-omroep-ondertitelen).

Toch maak ik me niet te veel zorgen om dergelijke initiatieven. Uit onderzoek blijkt immers dat veel vrijwillige ondertitelaars er na hun eerste opdracht alweer mee stoppen. Bovendien zijn vrijwilligers vaak erg kieskeurig en nemen ze alleen klussen aan die ze zelf leuk vinden. En tot slot werken ze in hun eigen tempo, waardoor het soms een tijd kan duren voor een ondertiteling klaar is.

Mijn klanten daarentegen werken met deadlines die vaak dringend zijn en altijd gerespecteerd moeten worden. Bovendien verwachten ze consequent dezelfde kwaliteit en, heel belangrijk, ze willen een vast aanspreekpunt hebben. Allemaal dingen die een vrijwilliger niet zo eenvoudig kan bieden. Dat daar een prijskaartje aan hangt, nemen klanten er graag bij.

gepubliceerd op 30 juli 2015

Talen studeren, een goede keuze of niet?

Regelmatig publiceert Jobat lijsten met studierichtingen waarmee je weinig kans zou maken om later werk te vinden. En guess what? Opleidingen waarin talen centraal staan scoren jaar na jaar erg slecht.

Betekent dit dan dat een talenstudie zonde van je tijd is? Helemaal niet als je het mij vraagt. Immers, er is nog steeds een grote vraag naar vertalers. Zo stond ‘vertaler’ vorige maand nog in de ‘Nederlandstalige lijst van studies die voorbereiden op een beroep waarvoor een significant tekort aan arbeidskrachten bestaat’ van de RVA.

Ook collega-vertaler Els Pelemans deed laatst op haar blog een oproep aan afgestudeerde vertalers om freelancer te worden aangezien ze dringend op zoek is naar nieuwe collega’s. Een andere collega vertelde me dat, toen hij laatst twee weken vakantie nam, zijn grootste klant hem vroeg of hij echt niemand kende die zijn vertaalwerk kon overnemen als hij weg was.

Er blijkt dus een verschil te zijn tussen de kans dat een gemiddelde afgestudeerde vertaler werk vindt en de vraag naar vertalers op de arbeidsmarkt. Dat verschil zit hem in de talencombinaties.

Hier in België zijn Frans en Nederlands ontzettend belangrijk. Je zou dus denken dat er vertalers genoeg zijn voor die twee talen, maar niets is minder waar. Zeker voor vertaal- en ondertitelwerk uit het Nederlands in het Frans is het soms lastig om een oplossing te vinden. Overigens: in de lijst van de RVA gaat het ook specifiek over vertalers met deze talencombinatie (Frans > Nederlands en Nederlands > Frans).

Daarnaast is Engels een grote bron- en doeltaal en ook daar is het niet altijd makkelijk om de juiste vertalers te vinden. Veel mensen dénken dat hun Engels goed is, maar om correct uit die taal te kunnen vertalen is meer nodig dan de kennis die je opdoet door veel tv te kijken.

En tot slot is Duits een taal die veel deuren opent. Een aantal jaar geleden was Duits zelfs nog mijn grootste brontaal voor ondertitelwerk.

Jammer genoeg studeren niet zo veel jongeren uitgerekend die drie talen, en zo blijft het tekort aan vertalers bestaan. Dus: als je overweegt om een talenopleiding te gaan doen, laat je dan zeker niet ontmoedigen door lijstjes waarin staat dat je geen werk zou vinden later. Maar denk wel eens goed na over welke talen je precies wilt gaan studeren.

 

gepubliceerd op 23 juli 2015

Het audiobeschrijven van een boekverfilming

In mijn vorige artikel had ik het over de verschillende ‘bazen’ waar je als vertaler rekening mee moet houden (nl. de schrijver van de brontekst en de lezer van de doeltekst). In dit artikel ga ik in op een wel heel bijzondere variant hierop, nl. het audiobeschrijven van een boekverfilming.

Hoewel elke film anders is, is het de bedoeling dat je als audiobeschrijver een blinde of slechtziende kijker dezelfde filmervaring bezorgt als de ziende kijker. Klinkt simpel, maar niets is minder waar. Nog ingewikkelder wordt het wanneer je aan de audiodescriptie van een boekverfilming werkt. In dat geval heb je namelijk niet alleen het verhaal van de regisseur dat je wilt overbrengen op de kijker/luisteraar, maar ook het verhaal van de schrijver van het oorspronkelijke werk. Drie ‘bazen’ dus in plaats van twee.

Bij een boekverfilming geeft een regisseur zijn/haar interpretatie van een boek. Vrijwel altijd verandert de regisseur dingen aan het verhaal: personages vallen weg of worden toegevoegd, verhaallijnen worden uitgebreid of juist ingekort en ga zo maar door. Tot zover hoeft dat geen probleem te zijn voor de audiobeschrijver, want die beschrijft zo objectief mogelijk wat er te zien is in de film.

Affiche Tirza

Affiche van de film Tirza – naar het gelijknamige boek van Arnon Grunberg

Alleen vind ik dat je de schrijver van het boek niet over het hoofd mag zien. Vandaar dat ik, als ik aan een boekverfilming werk, altijd het boek een (paar) keer lees om me onder te dompelen in de stijl van de auteur. Bij Tirza had ik de roman van Arnon Grunberg voortdurend binnen handbereik zodat ik kon controleren of de woorden die spontaan bij mij opkwamen tijdens mijn schrijfwerk ook in het boek voorkwamen. Tot mijn plezier bleek dat vaak zo te zijn. Zo vond ik het jurkje dat Kaisa in de film draagt ‘groezelig’ en dat bleek ook het woord te zijn dat Grunberg had gebruikt om het jurkje te beschrijven.

Maar ook op andere vlakken is het nuttig om het boek bij de hand te hebben als je aan de verfilming van een roman bezig bent. Zo was ik een tijd geleden druk in de weer met een film die zich in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw afspeelt. Uiteraard hielp het boek me om in de juiste, ouderwetse stijl te komen, maar nog belangrijker was dat het boek een schat aan informatie bevatte over hoe alledaagse voorwerpen in die tijd heetten. Het zou immers jammer zijn als in een historische film ineens een woord voorkomt dat helemaal niet in die tijd past. Zo zat er in de film een scène waarin iemand de tijd bijhoudt die nodig is om een bepaalde taak uit te voeren. Tegenwoordig zouden we daar een stopwatch voor gebruiken, maar dat klonk veel te modern in mijn oren. In het boek was er sprake van een horloge, maar dat vond ik dan weer niet precies genoeg. Uiteindelijk is het een chronometer geworden.

gepubliceerd op 16 juli 2015

 

De verschillende ‘bazen’ van een vertaler

Toen ik nog studeerde stond ergens in m’n papieren voor het vak Literair Vertalen het volgende citaat van Franz Rosenzweig: “To translate is to serve two masters”. Je kunt het vertalen als: ‘een vertaler dient twee meesters’ of gewoon ‘als vertaler werk je voor twee bazen’.

Wat ermee bedoeld wordt is dat je als vertaler altijd rekening moet houden met de schrijver van de brontekst (de tekst waaruit je vertaalt), maar ook met de lezer van de doeltekst (de tekst waarin je vertaalt). Aan de ene kant moet je zo getrouw mogelijk weergeven wat de schrijver met zijn tekst bedoeld heeft en welk effect hij/zij ermee wilde bereiken, maar aan de andere kant moet je vertaling ook leesbaar blijven voor het doelpubliek. Het kenmerk van een goede vertaling is dat je als lezer niet doorhebt dat het om een vertaling gaat.

Hoewel het citaat van Rosenzweig over traditionele, ‘papieren’ vertalingen gaat, geldt het ook voor audiovisuele vertalingen. Een ondertitel moet ook beknopt weergeven wat er in de oorspronkelijke taal gezegd wordt zoals een Nederlandstalige het zou zeggen. En daarmee worden meteen de twee belangrijkste moeilijkheden van het vertalend ondertitelen aangestipt, namelijk dat het om een beknopte, samengevatte vertaling gaat (er is immers geen plaats en tijd voor een letterlijke vertaling) én dat ondertitels in spreektaal opgesteld moeten zijn (maar tegelijkertijd geen dialect of regionaal taalgebruik mogen bevatten).

Maar ook bij het maken van audiodescripties moet de audiovisueel vertaler voortdurend wikken en wegen: aan de ene kant is het de bedoeling dat je het verhaal van de regisseur weergeeft, maar aan de andere kant hoort een audiodescriptie altijd objectief te blijven. De kijker (of luisteraar) moet zich immers zelf een mening vormen over het programma of evenement, dus het is niet de bedoeling dat de audiobeschrijver te veel dingen uitlegt of aangeeft of iets mooi of lelijk is.

Toen ik laatst voor het eerst sinds lange tijd met de audiobeschrijving van een boekverfilming bezig was, bedacht ik me dat er maar liefst drie ‘masters’ waren waar ik rekening mee moest houden, namelijk de regisseur en de kijker, maar ook de schrijver van het oorspronkelijke werk. Hoe ik dat heb aangepakt, is voor een volgend artikel.

gepubliceerd op 9 juli 2015

Werken met voorlopig materiaal

Vraag tien vertalers wat hun grootste ergernis is en je krijgt gegarandeerd een paar keer ‘werken met voorlopig materiaal’ te horen.

Dat hoeft ook niet te verbazen: vertalen is erg arbeidsintensief, dus als je halverwege een tekst een nieuwe versie aangeleverd krijgt, betekent dat soms dat je opnieuw kunt beginnen. Maar gelukkig is er zoiets als de functie Wijzigingen bijhouden (Track Changes) waarmee de klant kan aangeven wat hij of zij allemaal veranderd heeft in de tekst. En anders kun je nog altijd twee documenten automatisch met elkaar vergelijken in Word (Compare and Merge Documents) zodat je op die manier een beeld krijgt van de veranderingen die zijn aangebracht.

Printscreen van een Word-document met aanpassingen van verschillende auteurs

Screenshot van een Word-document met aanpassingen van verschillende auteurs

Lastiger wordt het als het basismateriaal een video is. Soms gebeurt het dat wij al volop aan het vertalen en ondertitelen zijn als de klant beslist om toch nog iets aan de montage van een programma te veranderen. Vaak gaat het om kleine aanpassingen: een interview dat iets korter gemaakt wordt of een tussentekstje dat anders geformuleerd wordt. Maar die kleine aanpassingen kunnen grote gevolgen hebben voor de ondertiteling: als er stukjes programma worden geschrapt of toegevoegd, moeten we alle volgende ondertitels opnieuw gelijkleggen met het beeld, want anders is de ondertiteling niet meer synchroon met wat er gezegd wordt.

Afgelopen week maakte ik iets vergelijkbaars mee toen ik bezig was aan de audiodescriptie van een nieuwe bioscoopfilm die binnenkort uitkomt. De montage van het beeld en geluid waren al helemaal definitief, alleen de kleurcorrectie moest nog gebeuren. Ik had zelf al gemerkt dat sommige shots ‘warmer’ gekleurd waren dan andere, maar verder maakte ik me niet al te veel zorgen. Toch wilde ik de laatste, definitieve versie van de film krijgen voor de laatste check van het script. Dat was maar goed ook, want na de kleurcorrectie waren enkele cruciale scènes van de film helemaal anders: beelden die met een bewakingscamera waren gefilmd waren in de eerste versie van de film zwart-wit en nu waren ze toch iets gekleurd, waardoor ze belangrijke informatie gaven over de clou van het verhaal.

Kortom: ook als audiovisueel vertaler krijg je te maken met voorlopig materiaal. Het voordeel is dat je daardoor iets meer tijd krijgt voor je werk, het nadeel is dat je goed moet opletten of er echt niks veranderd is, want kleine aanpassingen kunnen soms grote gevolgen hebben.

gepubliceerd op 2 juli 2015

Opleidingen tot audiobeschrijver (2)

 

In mijn vorige artikel heb ik beschreven hoe mijn vertaalopleiding nuttig is bij mijn werk als audiobeschrijver. In dit artikel ga ik dieper in op vervolgopleidingen en cursussen die interessant kunnen zijn voor audiobeschrijvers.

 

Zelf heb ik sinds ik afgestudeerd ben verschillende (avond)cursussen en workshops gevolgd die goed van pas komen bij mijn werk als audiobeschrijver.

Een van de nuttigste cursussen die ik de afgelopen jaren heb gevolgd was een stem- en spraaktraining die wordt gegeven door Carry De Clercq in Antwerpen. Tijdens deze cursus leer je je stem beter te gebruiken en (niet onbelangrijk) hoe je daardoor stemproblemen kunt voorkomen. Handig als je veel praat, bijvoorbeeld bij live-audiodescripties.

Een cursus die ik zelf niet heb gevolgd, maar die ik beginnende beschrijvers zeker kan aanraden is een opleiding waarbij (creatief) schrijven centraal staat. Ook een cursus scenarioschrijven is nuttig omdat je daarbij en passant ook nog eens leert hoe een filmscript wordt opgebouwd. Zeker voor wie films wil gaan beschrijven is het erg goed om daar meer inzicht in te krijgen.

Tot slot zijn er natuurlijk ook specifieke audiodescriptie-workshops. Mijn eerste kennismaking met het beroep audiobeschrijver was in 2002 in Berlijn toen ik op een internationaal vertaalcongres de kans kreeg om zo’n workshop te volgen bij de Duitse audiobeschrijver Bernd Benecke. Daarna heb ik nog een workshop gevolgd bij de Amerikaanse beschrijver Joel Snyder. De combinatie van die twee workshops gaf me een goede basis, hoewel ik gaandeweg mijn eigen AD-stijl heb uitgewerkt.

Intussen zijn we dertien jaar verder en worden er ook in het Nederlandse taalgebied af en toe workshops georganiseerd over audiodescriptie, zodat het niet langer noodzakelijk is om daarvoor naar het buitenland te trekken. Al is een reisje altijd mooi meegenomen, natuurlijk.

 

gepubliceerd op 25 juni 2015

Opleidingen tot audiobeschrijver (1)

 

Ik krijg vaak de vraag welke opleiding je moet volgen om audiobeschrijver te worden.

Zelf heb ik een universitaire vertaalopleiding gevolgd. Hoewel het zeker niet de enige manier is om als audiobeschrijver te beginnen, is een opleiding tot vertaler en/of tolk wel een goede voorbereiding op het audiobeschrijven.

Om te beginnen is audiobeschrijving of audiodescriptie een vorm van audiovisuele vertaling. Vertalen is immers meer dan het omzetten van woorden uit de ene taal in de andere. Ook het omzetten van een tekst van de ene vorm in de andere is ‘vertalen’. Bij audiodescriptie worden beelden omgezet in woorden, en in die zin is het een vertaalvorm. Verschillende vertaalopleidingen hebben dat goed begrepen en bieden audiodescriptie als (keuze)vak in hun opleiding aan. Onder andere de Universiteit Antwerpen doet dat.

Maar op zichzelf vormt een vertaalopleiding ook een goede voorbereiding op het werk dat een audiobeschrijver doet. Zo leer je tijdens die studie om teksten kritisch te analyseren en om grote hoeveelheden informatie te verwerken en samen te vatten. Daarnaast wordt er veel aandacht besteed aan het zelf schrijven van uiteenlopende teksten, niet alleen in de vreemde talen die je studeert, maar ook in het Nederlands. Dat zijn allemaal vaardigheden die een audiobeschrijver ook nodig heeft.

Zelf heb ik mijn vertaalstudie aangevuld met een aantal tolkvakken, meer specifiek met simultaan vertalen, ook wel conferentietolken genoemd. Daardoor heb ik onder andere geleerd om me op twee heel verschillende dingen tegelijk te concentreren (nl. luisteren naar een spreker en op hetzelfde moment live vertalen wat die spreker zegt). Ook leer je als conferentietolk het een en ander over stemtraining en uitspraak. Uiteraard zijn dit vaardigheden die eerder van pas komen bij live-audiodescripties dan bij het maken van filmbeschrijvingen.

 

Tot zover iets over mijn eigen vooropleiding. In een volgend artikel ga ik dieper in op mogelijke vervolgopleidingen en cursussen die interessant kunnen zijn voor (beginnende) audiobeschrijvers.

gepubliceerd op 18 juni 2015

Kwaliteitsvereisten voor live audiodescriptie

Nu (live) audiodescriptie steeds meer terrein wint, heeft de TransMedia Benelux Research Group een document opgesteld met de belangrijkste vereisten waaraan een goede beschrijving moet voldoen. Dat is nodig om ervoor te zorgen dat de leden van de doelgroep altijd de kwaliteit krijgen waar ze recht op hebben.

U kunt het zeven pagina’s tellende document downloaden via de volgende link: https://www.uantwerpen.be/images/uantwerpen/container34468/files/20140908%20Kwaliteitsindicatoren%20live%20AD%20final.pdf.

Wij pikken alvast de belangrijkste elementen eruit:

– Eerst worden de algemene vaardigheden beschreven waarover de beschrijver moet beschikken. Denk hierbij aan dingen als stressbestendigheid (je werkt immers live voor een publiek) en een vlotte pen die nodig is om goede basisscripts op te stellen. Maar een audiobeschrijver moet ook in staat zijn om zelfstandig grote hoeveelheden informatie te verwerken en zich snel kunnen inwerken in nieuwe onderwerpen.

– Daarna komen de meer specifieke vaardigheden aan bod: een audiobeschrijver moet een getrainde stem hebben, goed kunnen improviseren en zich lang kunnen concentreren.

– Het derde deel slaat op de vereisten waar de beschrijving op zich aan moet voldoen. Hier staat onder andere in dat de eigenlijke beschrijving voorafgegaan moet worden door een inleiding, wat de toegevoegde waarde kan zijn van een ‘voeltour’, dat het taalgebruik van de inleiding en de beschrijving moet passen bij het evenement waar het voor bedoeld is (geen moeilijke woorden wanneer de doelgroep uit kinderen bestaat) en, heel belangrijk, dat de beschrijver geen eigen interpretatie van een stuk of evenement mag geven.

– Tot slot komen er nog een aantal praktische vereisten en tips aan bod. Dit gaat over de apparatuur die gebruikt wordt, maar ook over andere toegankelijkheidsinspanningen die de organisator moet leveren. Het heeft immers geen zin om audiodescriptie aan te bieden op een locatie die onbereikbaar is voor de doelgroep of waar (blindengeleide)honden niet welkom zijn.

Overigens: wij zijn lid van de TransMedia Benelux Research Group en wij hebben dan ook meegewerkt aan het opstellen van deze kwaliteitsvereisten.

Overweegt u om audiodescriptie toe te voegen aan uw evenement? Controleer dan zeker of de beschrijver zich aan deze richtlijnen houdt. Overigens: een professionele beschrijver zal u ook het nodige advies geven en vaak van tevoren de locatie komen bekijken zodat u ervan op aankunt dat de dag zelf alles op rolletjes loopt.

gepubliceerd op  11 juni 2015

Engelse audiodescriptie voor SIHO

Begin 2014 werden we benaderd door SIHO, het Steunpunt Inclusief Hoger Onderwijs. SIHO had een documentaire laten maken waarin vier jonge mensen met een beperking werden gevolgd tijdens hun weg door het hoger onderwijs. De vraag was of wij van deze Vlaamse documentaire een Engelse versie konden maken die volledig toegankelijk zou zijn voor blinden en slechtzienden.

Nu komt er bij het maken van een audiodescriptie in een vreemde taal meer kijken dan je zou denken. De beschrijver verstaat immers niet per se de vreemde dialogen en dat kan soms tot verkeerde interpretaties leiden van de video. Gelukkig was dat hier niet het geval, want onze Engelse native speakers werken, zoals veel van onze medewerkers, ook als ondertitelaar en Nederlands is een van hun vreemde talen. Bovendien waren alle Vlaamse dialogen al in beeld van vertalende ondertiteling voorzien.

De tweede uitdaging was dat die vertalende ondertitels ook toegankelijk gemaakt moesten worden. Blinden en slechtzienden kunnen immers geen ondertitels lezen en je mag ook niet verwachten dat ze voldoende Nederlands verstaan om de dialogen te begrijpen. Maar ook hier wisten we een mouw aan te passen. We hebben immers al heel wat ervaring bij het maken van ‘audio-ondertiteling’ zoals dat genoemd wordt. Sterker nog: in 2012 stonden onze audio-ondertitels centraal tijdens een presentatie op het Languages and The Media-congres in Berlijn en begin 2013 wijdde het vakblad Meta hier nog een artikel aan.

In samenspraak met de klant werd ervoor gekozen om de vertalende ondertiteling hoorbaar te maken via voice-overs. Dit hield in dat we voor elk personage een andere stemacteur zochten die de vertaling van de teksten van dat personage opnieuw insprak. We hielden hierbij geen rekening met de mondbewegingen van de personen in beeld (zoals bij dubbing of nasynchronisatie de bedoeling is), maar we zorgden er wel voor dat de Engelse stemmen de juiste intonatie overnamen en waar nodig aarzelingen uit de originele versie overnamen.

En tot slot hadden we gemerkt dat er in de Engelse vertalende ondertitels (die niet van onze hand waren) hier en daar nog wat foutjes stonden. Bij het maken van de scripts voor de voice-overs werden die weggewerkt zodat we uiteindelijk een mooie, vlotte vertaling kregen, die toch niet al te veel afwijkt van de ondertitels in beeld, want dat zou storend zijn voor wie de ondertiteling wél kan lezen.

Benieuwd naar het resultaat? De video met Engelse audiodescriptie en audio-ondertiteling is hierboven te bekijken én op de website van SIHO.

gepubliceerd op  4 juni 2015

1 9 10 11