Bij Nevero maken we audiovisuele projecten toegankelijk voor anderstaligen of mensen met een visuele of auditieve beperking.

Nevero

Live-audiodescriptie op Buitenbeenpop

Op vrijdag 28 augustus mocht Nevero voor de derde keer het muziekfestival Buitenbeenpop in Leopoldsburg van live-audiodescriptie voorzien. Aangezien het festival de hele dag duurt en er voortdurend van alles te beleven is, kan ik deze audiobeschrijving niet in m’n eentje verzorgen. Daarom werk ik voor dit project al sinds het begin samen met collega-beschrijfster Priscilla Poldervaart.

Het bijzondere aan deze samenwerking is dat Priscilla bij mij tijdens een stage het live-audiobeschrijven geleerd heeft. Bovendien maakt ze sinds 2011 deel uit van de vaste ploeg freelancers op wie ik regelmatig een beroep doe voor het beschrijven en ondertitelen van allerhande (web)video’s.

Buitenbeenpop_2015

Foto: Audiobeschrijvers Susanne Verberk en Priscilla Poldervaart tijdens Buitenbeenpop.

Op de foto bij dit artikel staan Priscilla en ik terwijl we bezig zijn met de beschrijvingen. We zaten hiervoor op een klein podium in een eigen tent zodat we een mooi uitzicht hadden op het podium, de catwalk én het publiek op de festivalweide. Tijdens het audiobeschrijven wisselen we elkaar regelmatig af omdat verslag uitbrengen van een live-evenement erg vermoeiend is. Maar ook als de ene aan het woord is, luistert de andere vaak mee. Een voordeel daarvan is dat we snel kunnen inpikken als er iets gebeurt wat de andere toevallig net gemist heeft.

 

Ook het bordje ‘audiodescriptie / blindentolk’ (waar ik al eerder over geschreven heb) kwam weer goed van pas deze keer. Ik had het bordje voor onze tafel en aan de zijkant van de tent gehangen, zodat ook nieuwsgierige ziende festivalgangers wisten wat we allemaal aan het doen waren én slechtziende en blinde bezoekers konden wijzen op onze diensten, voor zover zij aan de ingang nog geen koptelefoontje hadden gekregen waarmee ze onze beschrijvingen konden beluisteren.

 

Soms krijg ik de vraag of het eigenlijk wel zinvol is om audiodescriptie aan te bieden bij een muziekfestival. Mensen die blind of slechtziend zijn komen toch net als iedereen in de eerste plaats voor de muziek, of niet? Op het eerste gezicht zou je dat misschien denken, maar eigenlijk gaat het bij een festival vooral om de sfeer die eromheen hangt. Als het alleen om de muziek zou gaan, dan zou je evengoed een cd kunnen beluisteren, maar iedereen zal het ermee eens zijn dat dat niet hetzelfde is. Bij Buitenbeenpop geldt dat misschien nog meer dan bij andere festivals, want er is echt van alles te beleven wat je als blinde of slechtziende zonder onze beschrijvingen totaal zou missen of misschien niet zou kunnen volgen.

Een paar voorbeelden:

  • het vuurwerk dat regelmatig afgestoken werd kan verwarrend overkomen als je alleen het geluid hoort;
  • Slongs Dievanongs die voor haar toegift het podium opgerend kwam met een waterpistool en het publiek nat begon te spuiten (regent het?!);
  • het confettikanon dat soms afging en waarbij je glimmende, kleurige confettislierten over je heen kreeg. Bovendien bleken die confettislierten erg populair te zijn om rond je nek te hangen of om mee te zwaaien naar de artiesten;
  • Get Ready die een nummer bracht met ‘SMOG’ (spraak met ondersteuning van gebaren) voor dove en slechthorende fans;
  • Dennie Christian die een duet zong met een tolk Vlaamse Gebarentaal waarbij de tolk haar tekst niet alleen zong, maar ook gebaarde…

 

Ook zin om een evenement mee te maken met audiodescriptie? Dan kun je op zondag 13 september op Open Monumentendag een bezoek brengen aan de Chocoladefabriek in Nerem (Tongeren). De rondleiding van 14.00 uur wordt voorzien van audiobeschrijving voor blinden en slechtzienden en ik ben de audiobeschrijver van dienst. Inschrijven kan nog tot en met 9 september via Veerle.vandoren@stadtongeren.be of op het nummer 012 – 80.00.94. De rondleiding én de beschrijving zijn gratis, maar het aantal plaatsen is beperkt, dus wees er snel bij!

 

gepubliceerd op 3 september 2015

De zin en onzin van transcripties

In mijn vorige artikel legde ik uit dat het niet veel zin heeft om een transcriptie te laten maken van een video en die vervolgens te laten vertalen om zo ‘ondertitels’ te maken. Professionele ondertitelaars zijn immers getraind om op gehoor te vertalen.

Toch kan het zeker nuttig zijn om een transcriptie te (laten) maken, bijvoorbeeld om als tekstalternatief aan te bieden bij een webvideo.

Zo’n tekstalternatief is een schriftelijke weergave van alle informatie uit een video. Een goed transcript bevat dus niet alleen alle dialogen, maar vermeldt ook wie wat precies zegt, welke muziek en achtergrondgeluiden er te horen zijn en in sommige gevallen zelfs wat er in een video te zien is. Op die manier is een transcript dus een volwaardig alternatief voor iemand die de video niet kan beluisteren/bekijken.

Dat wil niet zeggen dat een transcriptie alleen zinvol is voor mensen die niet goed horen of die niet goed zien. Google kan bijvoorbeeld ook niet horen wat er in een video gezegd wordt en ook de beelden zijn niet toegankelijk voor Google. Pas als er een tekstalternatief wordt toegevoegd, weet Google waar de video over gaat. Ondertitels helpen daar trouwens ook bij, op voorwaarde dat ze als een los bestandje bij de video worden aangeboden en niet in het beeld worden gebrand.

Aangezien dit soort transcripties veel voordelen biedt, zou je denken dat vrijwel elke webvideo van een tekstalternatief of ondertiteling is voorzien, maar niets is minder waar. Volgens een recent onderzoek van Anysurfer heeft 56% van de webvideo’s geen ondertiteling of tekstversie.

Wil je weten hoe zo’n tekstalternatief eruitziet? Kijk dan eens op https://earcatch.nl/uitleg/. In de video op deze pagina wordt uitgelegd hoe de Watson-app werkt. De video is voorzien van audiodescriptie voor blinden en slechtzienden en ondertiteling voor doven en slechthorenden en onder aan de video kun je op ‘tekstalternatief’ klikken. Dan krijg je een beschrijving van alle visuele elementen uit de video, aangevuld met de gesproken teksten én een identificatie van wie wat zegt.

Overigens, zowel de ondertitels als de tekst van de audiodescriptie en natuurlijk het tekstalternatief in dit voorbeeld zijn van onze hand.

 

gepubliceerd op 27 augustus 2015

Hoe werkt vertalend ondertitelen?

Ik merk vaak dat mensen niet echt weten hoe vertalend ondertitelen in z’n werk gaat. Zo denken ze soms dat ik scripts vertaal die op de een of andere manier in witte letters op tv verschijnen en ik heb ook al de vraag gehad hoeveel films ik eigenlijk vertaal per dag/week. Het antwoord op die laatste vraag stelt veel would-be-ondertitelaars teleur: één film is algauw een paar dagen tot een week werk en bovendien zijn er weinig ondertitelaars die met alleen films vertalen hun boterham verdienen, laat staan met de allernieuwste bioscoopfilms…

Hoe werkt het dan wel? Om te beginnen werken ondertitelaars met gespecialiseerde apparatuur. Er komt dus veel meer bij kijken dan bij het vertalen van een Word-bestand. Hoewel ik soms een script of uitgeschreven dialooglijst bij een programma krijg, vertaal ik het grootste deel van de tijd puur op gehoor, ook al omdat er in scripts vaak fouten staan.

Bovendien zorg ik ervoor dat de vertaling vanaf het begin wordt ingedeeld in ondertitels (d.w.z. één of hooguit twee korte regels per tekstblokje). Hierbij let ik erop dat de vertaling precies past bij de beelden en het ritme van de gesproken tekst.

Daarnaast verzorg ik ook de timing of spotting van de ondertitels, waarbij ik bepaal wanneer elke ondertitel precies in beeld komt en wanneer de ondertitel weer verdwijnt. Hierbij wordt ook rekening gehouden met de beschikbare tijd: hoe korter een blokje in beeld blijft, hoe minder tekst erin past.

De laatste tijd merk ik dat steeds meer ‘grotere’ vertaalbureaus ondertiteling beginnen aan te bieden. Met een aantal van die bureaus heb ik zelf samengewerkt, maar dat bleek lang niet altijd vanzelfsprekend te zijn…

Maar wat mij vooral opvalt: de meeste van die bureaus schrijven in hun ondertitelwerkwijze dat ze eerst een transcriptie laten maken van een video en die vervolgens laten vertalen. Zoals ik hierboven al aangaf, is dat nergens voor nodig, want een professionele ondertitelaar is erop getraind om op gehoor te werken. Daarnaast loop je op die manier het risico dat foutjes in de transcriptie ook de vertaling binnensluipen én dat de uiteindelijke ondertiteling onvoldoende samengevat is en dus veel te snel voorbij geflitst komt op het scherm. En tot slot: eigenlijk betaalt de klant dan voor een transcriptie die hij of zij in de meeste gevallen helemaal niet nodig heeft. Toch kan een transcriptie of uitgeschreven tekst bij een video zeker nuttig zijn, maar dat is stof voor een volgend artikel.

 

gepubliceerd op 20 augustus 2015

Het bordje ‘blindentolk’ bij live-audiodescripties

Op 25 mei bezocht een groep blinden en slechtzienden de tentoonstelling ‘Limburg 1914-1918 Kleine verhalen in een Groote Oorlog’ in Domein Bokrijk (zie het blogartikel: https://www.nevero.be/bezoek-aan-tentoonstelling-limburg-1914-1918-in-bokrijk-met-audiodescriptie/). Tijdens dat bezoek zorgde ik voor de audiobeschrijving van de tentoonstellingsfilm en daarna was er een rondleiding waarbij ik de helmen beschreef die op het terrein opgesteld stonden.

Als ik op dergelijke evenementen als audiobeschrijver word ingeschakeld, draag ik tegenwoordig meestal een bordje met ‘audiodescriptie / blindentolk’ op mijn rug. Op die manier weten ook de ziende aanwezigen dat ik op dat moment visuele informatie beschrijf voor de blinde en slechtziende bezoekers. Ik krijg vaak erg mooie reacties op dat bordje (“wat goed dat jullie dit doen!”) en natuurlijk is het mooi meegenomen dat het beroep audiobeschrijver zo bij meer mensen bekend wordt. Immers, je kunt nooit weten of iemand die onze groep rond ziet lopen een familielid, kennis of buur heeft die ook baat kan hebben bij onze diensten.

Foto Audiobeschrijver Susanne Verberk met het bordje ‘audiodescriptie - blindentolk’ op haar rug

Foto: Audiobeschrijver Susanne Verberk met het bordje ‘audiodescriptie / blindentolk’ op haar rug

De foto bij dit artikel is genomen tijdens het bezoek aan Bokrijk. Ik sta er samen met onze groep bij een van de helmen en op de voorgrond zit een man die door z’n knieën is gegaan om de helm beter te kunnen betasten. Intussen geef ik extra uitleg over de visuele elementen, die hij beluistert via z’n koptelefoon. We waren die dag met een vrij grote groep en sowieso is het tijdens evenementen in de openlucht makkelijker om met een microfoon en koptelefoons te werken zodat iedereen de beschrijvingen goed kan volgen. Op de achtergrond staan een aantal andere leden van onze groep en enkele Intro-vrijwilligers die voor de praktische ondersteuning zorgden. Ik sta met m’n rug naar de fotograaf waardoor het blad met ‘audiodescriptie / blindentolk’ goed zichtbaar is op m’n rugzak.

Voor meer foto’s die tijdens dit evenement zijn genomen, kun je terecht op onze Facebook-pagina. Ik post daar ook regelmatig andere nieuwtjes op.

En tot slot: op vrijdag 28 augustus verzorg ik samen met mijn collega Priscilla de audiobeschrijvingen tijdens Buitenbeenpop, dus ook daar zal ik het bordje weer gebruiken. Kaarten zijn enkel in voorverkoop verkrijgbaar, dus wees er snel bij! De audiodescriptie is gratis.

 

gepubliceerd op 13 augustus 2015

De Watson-app voor audiodescriptie

Dit najaar komt er een nieuwe app op de markt waarmee films en tv-series een stuk toegankelijker worden voor blinde en slechtziende mensen. Het gaat om de Watson-app voor audiodescriptie, die ontwikkeld is door Bartiméus Sonneheerdt en Soundfocus.

De app werkt als volgt: vóór je naar de bioscoop gaat, controleer je of de film die je gaat bekijken in het Watson-aanbod zit. Als dat zo is, download je thuis het audiodescriptie-bestand op je mobiele telefoon. Audiodescriptie is een techniek waarbij een vertelstem extra informatie geeft bij bijvoorbeeld een film zodat mensen met een visuele beperking het verhaal makkelijker kunnen volgen. De extra informatie komt tussen de dialogen en achtergrondgeluiden, zodat de audiodescriptie een aanvulling is bij het filmgeluid.

Zodra je in de bioscoop zit, zet je je koptelefoon op en kies je voor ‘afspelen’ wanneer de film begint. De app ‘luistert’ naar het filmgeluid en zorgt ervoor dat de audiodescriptie of audiobeschrijving op het juiste moment wordt afgespeeld. Ook als er een pauze is in de film, weet Watson na de pauze het juiste punt weer op te pikken.

Bovendien werkt de app niet alleen in de bioscoop. Als een film later uitkomt op dvd of op tv wordt uitgezonden, kun je de audiodescriptie dus ook beluisteren met Watson.

Op dit moment wordt de app nog volop getest. Dat gebeurt aan de hand van de film De Reünie, die sinds 16 juli in Nederlandse bioscopen draait. Heb je interesse om mee te werken aan de test? Kijk dan hier voor meer info: http://www.steunbartimeus.nl/watsonapp/test-mee/. Je vindt hier ook een aanmeldformulier.

Als alternatief kun je op zaterdag 5 september meedoen aan een test tijdens een speciale voorstelling van De Reünie. Deze test vindt plaats in bioscoop JT Hilversum, die het beste bioscoopgeluid van Nederland heeft. Inschrijven voor deze test kan via deze link: http://www.steunbartimeus.nl/probeer-onze-nieuwe-app-voor-audiodescriptie-uit/.

Overigens: de tekst van de audiodescriptie bij De Reünie is van onze hand.

Tot slot: zowel de app als de audiodescripties in het aanbod zijn volledig gratis.

gepubliceerd op 6 augustus 2015

Het ondertitelproject van de Europese Commissie

Vorige week kwam de Europese Commissie met een opmerkelijk initiatief naar buiten. Volgens Europa is ondertiteling veel te duur, dus geven ze één miljoen euro uit (€1.000.000) om te bekijken of het niet goedkoper kan, bijvoorbeeld door crowdsourcing.

Het Franse Numerama meende al meteen de oplossing gevonden te hebben: wat als we fansubbing en andere vormen van piraterij nu eens zouden legaliseren? Het artikel en de geanimeerde discussie in de reacties zijn hier te vinden: http://www.numerama.com/magazine/33718-l-europe-veut-crowdsourcer-le-sous-titrage-des-films-but-guess-what.html.

Ook in Nederland ging het initiatief niet onopgemerkt voorbij. Nauwelijks een paar dagen na de aankondiging van de Commissie publiceerde het Klein woordenboek voor de ondertitelaar al een vlammende reactie. Daarin werd uitgelegd dat de kosten voor ondertiteling helemaal niet zo buitensporig hoog zijn vergeleken met het gemiddelde productiebudget voor een film. Bovendien is ondertiteling erg arbeidsintensief werk.

Intussen circuleerde het nieuws al volop op Twitter en Facebook en dit weekend kwam er dan ook een eerste reactie uit politieke hoek. Dennis de Jong, fractievoorzitter voor de SP in het Europees Parlement, publiceerde een kritisch artikel op zijn blog waarin hij zich onder meer zorgen maakte over de kwaliteit van de ‘gecrowdsourcede’ ondertitels. “Kennelijk is het hebben van ondertiteling belangrijker dan de kwaliteit ervan,” aldus De Jong.

Nu is het crowdsourcing-idee van de Europese Commissie niet nieuw. De NPO besteedt het ondertitelen van zijn archief ook uit aan (onbetaalde) vrijwilligers (zie http://radio.nl/798649/npo-wil-complete-archief-van-publieke-omroep-ondertitelen).

Toch maak ik me niet te veel zorgen om dergelijke initiatieven. Uit onderzoek blijkt immers dat veel vrijwillige ondertitelaars er na hun eerste opdracht alweer mee stoppen. Bovendien zijn vrijwilligers vaak erg kieskeurig en nemen ze alleen klussen aan die ze zelf leuk vinden. En tot slot werken ze in hun eigen tempo, waardoor het soms een tijd kan duren voor een ondertiteling klaar is.

Mijn klanten daarentegen werken met deadlines die vaak dringend zijn en altijd gerespecteerd moeten worden. Bovendien verwachten ze consequent dezelfde kwaliteit en, heel belangrijk, ze willen een vast aanspreekpunt hebben. Allemaal dingen die een vrijwilliger niet zo eenvoudig kan bieden. Dat daar een prijskaartje aan hangt, nemen klanten er graag bij.

gepubliceerd op 30 juli 2015

Talen studeren, een goede keuze of niet?

Regelmatig publiceert Jobat lijsten met studierichtingen waarmee je weinig kans zou maken om later werk te vinden. En guess what? Opleidingen waarin talen centraal staan scoren jaar na jaar erg slecht.

Betekent dit dan dat een talenstudie zonde van je tijd is? Helemaal niet als je het mij vraagt. Immers, er is nog steeds een grote vraag naar vertalers. Zo stond ‘vertaler’ vorige maand nog in de ‘Nederlandstalige lijst van studies die voorbereiden op een beroep waarvoor een significant tekort aan arbeidskrachten bestaat’ van de RVA.

Ook collega-vertaler Els Pelemans deed laatst op haar blog een oproep aan afgestudeerde vertalers om freelancer te worden aangezien ze dringend op zoek is naar nieuwe collega’s. Een andere collega vertelde me dat, toen hij laatst twee weken vakantie nam, zijn grootste klant hem vroeg of hij echt niemand kende die zijn vertaalwerk kon overnemen als hij weg was.

Er blijkt dus een verschil te zijn tussen de kans dat een gemiddelde afgestudeerde vertaler werk vindt en de vraag naar vertalers op de arbeidsmarkt. Dat verschil zit hem in de talencombinaties.

Hier in België zijn Frans en Nederlands ontzettend belangrijk. Je zou dus denken dat er vertalers genoeg zijn voor die twee talen, maar niets is minder waar. Zeker voor vertaal- en ondertitelwerk uit het Nederlands in het Frans is het soms lastig om een oplossing te vinden. Overigens: in de lijst van de RVA gaat het ook specifiek over vertalers met deze talencombinatie (Frans > Nederlands en Nederlands > Frans).

Daarnaast is Engels een grote bron- en doeltaal en ook daar is het niet altijd makkelijk om de juiste vertalers te vinden. Veel mensen dénken dat hun Engels goed is, maar om correct uit die taal te kunnen vertalen is meer nodig dan de kennis die je opdoet door veel tv te kijken.

En tot slot is Duits een taal die veel deuren opent. Een aantal jaar geleden was Duits zelfs nog mijn grootste brontaal voor ondertitelwerk.

Jammer genoeg studeren niet zo veel jongeren uitgerekend die drie talen, en zo blijft het tekort aan vertalers bestaan. Dus: als je overweegt om een talenopleiding te gaan doen, laat je dan zeker niet ontmoedigen door lijstjes waarin staat dat je geen werk zou vinden later. Maar denk wel eens goed na over welke talen je precies wilt gaan studeren.

 

gepubliceerd op 23 juli 2015

Het audiobeschrijven van een boekverfilming

In mijn vorige artikel had ik het over de verschillende ‘bazen’ waar je als vertaler rekening mee moet houden (nl. de schrijver van de brontekst en de lezer van de doeltekst). In dit artikel ga ik in op een wel heel bijzondere variant hierop, nl. het audiobeschrijven van een boekverfilming.

Hoewel elke film anders is, is het de bedoeling dat je als audiobeschrijver een blinde of slechtziende kijker dezelfde filmervaring bezorgt als de ziende kijker. Klinkt simpel, maar niets is minder waar. Nog ingewikkelder wordt het wanneer je aan de audiodescriptie van een boekverfilming werkt. In dat geval heb je namelijk niet alleen het verhaal van de regisseur dat je wilt overbrengen op de kijker/luisteraar, maar ook het verhaal van de schrijver van het oorspronkelijke werk. Drie ‘bazen’ dus in plaats van twee.

Bij een boekverfilming geeft een regisseur zijn/haar interpretatie van een boek. Vrijwel altijd verandert de regisseur dingen aan het verhaal: personages vallen weg of worden toegevoegd, verhaallijnen worden uitgebreid of juist ingekort en ga zo maar door. Tot zover hoeft dat geen probleem te zijn voor de audiobeschrijver, want die beschrijft zo objectief mogelijk wat er te zien is in de film.

Affiche Tirza

Affiche van de film Tirza – naar het gelijknamige boek van Arnon Grunberg

Alleen vind ik dat je de schrijver van het boek niet over het hoofd mag zien. Vandaar dat ik, als ik aan een boekverfilming werk, altijd het boek een (paar) keer lees om me onder te dompelen in de stijl van de auteur. Bij Tirza had ik de roman van Arnon Grunberg voortdurend binnen handbereik zodat ik kon controleren of de woorden die spontaan bij mij opkwamen tijdens mijn schrijfwerk ook in het boek voorkwamen. Tot mijn plezier bleek dat vaak zo te zijn. Zo vond ik het jurkje dat Kaisa in de film draagt ‘groezelig’ en dat bleek ook het woord te zijn dat Grunberg had gebruikt om het jurkje te beschrijven.

Maar ook op andere vlakken is het nuttig om het boek bij de hand te hebben als je aan de verfilming van een roman bezig bent. Zo was ik een tijd geleden druk in de weer met een film die zich in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw afspeelt. Uiteraard hielp het boek me om in de juiste, ouderwetse stijl te komen, maar nog belangrijker was dat het boek een schat aan informatie bevatte over hoe alledaagse voorwerpen in die tijd heetten. Het zou immers jammer zijn als in een historische film ineens een woord voorkomt dat helemaal niet in die tijd past. Zo zat er in de film een scène waarin iemand de tijd bijhoudt die nodig is om een bepaalde taak uit te voeren. Tegenwoordig zouden we daar een stopwatch voor gebruiken, maar dat klonk veel te modern in mijn oren. In het boek was er sprake van een horloge, maar dat vond ik dan weer niet precies genoeg. Uiteindelijk is het een chronometer geworden.

gepubliceerd op 16 juli 2015

 

De verschillende ‘bazen’ van een vertaler

Toen ik nog studeerde stond ergens in m’n papieren voor het vak Literair Vertalen het volgende citaat van Franz Rosenzweig: “To translate is to serve two masters”. Je kunt het vertalen als: ‘een vertaler dient twee meesters’ of gewoon ‘als vertaler werk je voor twee bazen’.

Wat ermee bedoeld wordt is dat je als vertaler altijd rekening moet houden met de schrijver van de brontekst (de tekst waaruit je vertaalt), maar ook met de lezer van de doeltekst (de tekst waarin je vertaalt). Aan de ene kant moet je zo getrouw mogelijk weergeven wat de schrijver met zijn tekst bedoeld heeft en welk effect hij/zij ermee wilde bereiken, maar aan de andere kant moet je vertaling ook leesbaar blijven voor het doelpubliek. Het kenmerk van een goede vertaling is dat je als lezer niet doorhebt dat het om een vertaling gaat.

Hoewel het citaat van Rosenzweig over traditionele, ‘papieren’ vertalingen gaat, geldt het ook voor audiovisuele vertalingen. Een ondertitel moet ook beknopt weergeven wat er in de oorspronkelijke taal gezegd wordt zoals een Nederlandstalige het zou zeggen. En daarmee worden meteen de twee belangrijkste moeilijkheden van het vertalend ondertitelen aangestipt, namelijk dat het om een beknopte, samengevatte vertaling gaat (er is immers geen plaats en tijd voor een letterlijke vertaling) én dat ondertitels in spreektaal opgesteld moeten zijn (maar tegelijkertijd geen dialect of regionaal taalgebruik mogen bevatten).

Maar ook bij het maken van audiodescripties moet de audiovisueel vertaler voortdurend wikken en wegen: aan de ene kant is het de bedoeling dat je het verhaal van de regisseur weergeeft, maar aan de andere kant hoort een audiodescriptie altijd objectief te blijven. De kijker (of luisteraar) moet zich immers zelf een mening vormen over het programma of evenement, dus het is niet de bedoeling dat de audiobeschrijver te veel dingen uitlegt of aangeeft of iets mooi of lelijk is.

Toen ik laatst voor het eerst sinds lange tijd met de audiobeschrijving van een boekverfilming bezig was, bedacht ik me dat er maar liefst drie ‘masters’ waren waar ik rekening mee moest houden, namelijk de regisseur en de kijker, maar ook de schrijver van het oorspronkelijke werk. Hoe ik dat heb aangepakt, is voor een volgend artikel.

gepubliceerd op 9 juli 2015

Werken met voorlopig materiaal

Vraag tien vertalers wat hun grootste ergernis is en je krijgt gegarandeerd een paar keer ‘werken met voorlopig materiaal’ te horen.

Dat hoeft ook niet te verbazen: vertalen is erg arbeidsintensief, dus als je halverwege een tekst een nieuwe versie aangeleverd krijgt, betekent dat soms dat je opnieuw kunt beginnen. Maar gelukkig is er zoiets als de functie Wijzigingen bijhouden (Track Changes) waarmee de klant kan aangeven wat hij of zij allemaal veranderd heeft in de tekst. En anders kun je nog altijd twee documenten automatisch met elkaar vergelijken in Word (Compare and Merge Documents) zodat je op die manier een beeld krijgt van de veranderingen die zijn aangebracht.

Printscreen van een Word-document met aanpassingen van verschillende auteurs

Screenshot van een Word-document met aanpassingen van verschillende auteurs

Lastiger wordt het als het basismateriaal een video is. Soms gebeurt het dat wij al volop aan het vertalen en ondertitelen zijn als de klant beslist om toch nog iets aan de montage van een programma te veranderen. Vaak gaat het om kleine aanpassingen: een interview dat iets korter gemaakt wordt of een tussentekstje dat anders geformuleerd wordt. Maar die kleine aanpassingen kunnen grote gevolgen hebben voor de ondertiteling: als er stukjes programma worden geschrapt of toegevoegd, moeten we alle volgende ondertitels opnieuw gelijkleggen met het beeld, want anders is de ondertiteling niet meer synchroon met wat er gezegd wordt.

Afgelopen week maakte ik iets vergelijkbaars mee toen ik bezig was aan de audiodescriptie van een nieuwe bioscoopfilm die binnenkort uitkomt. De montage van het beeld en geluid waren al helemaal definitief, alleen de kleurcorrectie moest nog gebeuren. Ik had zelf al gemerkt dat sommige shots ‘warmer’ gekleurd waren dan andere, maar verder maakte ik me niet al te veel zorgen. Toch wilde ik de laatste, definitieve versie van de film krijgen voor de laatste check van het script. Dat was maar goed ook, want na de kleurcorrectie waren enkele cruciale scènes van de film helemaal anders: beelden die met een bewakingscamera waren gefilmd waren in de eerste versie van de film zwart-wit en nu waren ze toch iets gekleurd, waardoor ze belangrijke informatie gaven over de clou van het verhaal.

Kortom: ook als audiovisueel vertaler krijg je te maken met voorlopig materiaal. Het voordeel is dat je daardoor iets meer tijd krijgt voor je werk, het nadeel is dat je goed moet opletten of er echt niks veranderd is, want kleine aanpassingen kunnen soms grote gevolgen hebben.

gepubliceerd op 2 juli 2015